Wrede schoonheid uit Nieuw Guinea

Begin 20ste eeuw brachten Britse en Nederlandse expedities Nieuw Guinea in kaart. In het Tropenmuseum zijn foto's van deze tochten te zien. Dat het er niet altijd zachtzinnig aan toe ging, vertellen de opnames niet.

Tot hun kruis staan ze in het water. Achter hen scheef gezakte rieten daken, waaruit nevel stijgt. Je hoort de fotograaf roepen: `Even niet bewegen mannen!' Gezien het uiterlijk van de mannen moet die vraag in het Maleis over de rivier hebben geschald. De mannen bij het `ondergelopen kamp op regen-eiland' geven niet de indruk dat ze veel plezier beleven aan hun deelname aan de expeditie van 1909.

Tot 13 januari 2002 is in het Tropenmuseum in Amsterdam de fototentoonstelling `Race naar de Sneeuw' te zien: vaak prachtig beeldmateriaal van diverse Nederlandse en Britse expedities in het voormalige Nieuw Guinea, begin vorige eeuw. De expedities hadden een dun laagje van wetenschappelijkheid. Antropologen en geologen moesten land en volk in kaart brengen opdat de regeringen die hun expedities goedkeurden hun koloniale claims beter konden ondersteunen. De foto's zijn dus ook niet gemaakt voor `het mooi'.

Veel beelden hebben een poëtische schoonheid door wat we nu weten over Irian Jaya, zoals deze provincie van Indonesië tegenwoordig heet. In het begeleidende boek `Race to the Snow' kunnen we de Nederlander Jean Jacques Dozy in 1936 zien kijken naar de Ertsberg. Dozy kijkt een vallei in die betrekkelijk korte tijd later zal worden opgeslokt door Freeport, de grootse goud- en kopermijn van de wereld.

Of neem de foto, ook uit 1936, van expeditieleider Colijn. Hij staat in plusfour, en een soort double breasted jakje, met zonnebril op het voorhoofd geklemd, leunend op zijn pickel naast een Dayak in korte broek. Op de achtergrond torent een gletsjer. Meest opvallende attribuut van de naamloze Dayak is het zwaard dat hij draagt. Een betrekkelijk nutteloos attribuut boven de boomgrens, tenzij meegenomen om de Verschrikkelijke Sneeuwman mores te leren.

Bezie ook met aandacht de foto van het Kloof-kamp van de derde Zuid-Nieuw Guinea expeditie 1912-1913. Let op de enorme hoorn van een ouderwetse grammofoon. Daarmee werd elke avond klassieke muziek ten gehore gebracht. Naar verluidt was de favoriete muziek van de Dayak de Mephisto-aria uit de Faust.

De uit Borneo afkomstige Dayak die door de Britten en Nederlanders in dienst waren genomen, werden niet alleen als dragers ingezet, maar ook als bodyguards. Koppensnellen en kannibalisme was in Nieuw Guinea geen onbekend fenomeen. De expedities gingen door onontgonnen gebieden, bevolkt door mensen die nog nooit blanken hadden gezien en confrontaties verliepen niet altijd vreedzaam. De foto's van die gewelddadige confrontaties zie je niet op de tentoonstelling. Wat dat betreft is de fotografische verslaglegging van een expeditie ook een cosmetische operatie. Toch verdient de dood van vele Amungme, een van de Papoea-stammen die door de expedities werden bezocht, meer dan een terloopse voetnoot.

Leden van de Amungme zagen de blanke deelnemers van de Wollaston-expeditie (1912-1913) als gidsen die hen naar het paradijs zouden brengen en volgden hen naar het laagland. Veertig Amungme lieten tijdens deze tocht door voedselgebrek en malaria het leven. Toen de rouwende achterblijvers de lijken kwamen ophalen, wachtte hen een tweede schok: veel van de omgekomen Papoea's waren onthoofd. De Dayak staan toevallig ook bekend als koppensnellers. Een gesneld hoofd betekent weer een slaaf die zorgdraagt voor een voorouder. Zo verzeker je je van macht in het hiernamaals.

Eerder hadden de Dayak van Wollaston al gevraagd of zij wat koppen mochten snellen, maar ook Wollaston zelf zag wel wat in een paar Amungme hoofden voor thuis. De hoofden werden, zo staat in Race to the Snow `de-fleshed', opgemeten en beschreven in de officiële stukken van de expeditie. Zij liggen nog steeds in het Natural History Museum in Londen. Foto's van dit macabere `wetenschappelijke' onderzoek ontbreken op de tentoonstelling. Ook bij de expeditie van Lorentz (1909-1910) zijn knoken meegenomen van een Papoea. Ergens in Utrecht moeten de stoffelijke resten liggen van een Papoea die speer zwaaiend de Nederlandse expeditieleden benaderde.

Intrigerend gegeven is dat deze tentoonstelling ook in Irian Jaya te zien zal zijn, in Timika, een nederzetting waar veel Amungme wonen. Volgens de in dit gebied werkzame antropoloog Chris Ballard worden deze foto's om diverse redenen zeer gewaardeerd door de Papoea's. Ze spelen onder meer een belangrijke rol in de claims van de Amungme op stukken door Freeport in beslaggenomen land. De mijn heeft het voorouderlijk gebied van de Papoea's vernietigd. Dorpen zijn, vaak met geweld, ontruimd en duizenden transmigranten uit Java en Sulawesi hebben de Papoea's tot achtergestelde en opgejaagde minderheid in eigen land gemaakt. Dat zien we allemaal niet op deze tentoonstelling.

Expositie `Race naar de Sneeuw', t/m 13 jan in het Tropenmuseum, Mauritskade 63, Amsterdam. Open: ma t/m zo 10-17u. Op 5, 24 en 31 dec sluit het museum om 15u. Gesloten op 25 dec en 1 jan. Toegang: volw ƒ15, 6 t/m 17 jr ƒ7,50. Inl 020-5688711.

Boek: `Race to the Snow', Chris Ballard e.a., uitg. KIT-publishers. ISBN 9068325116. ƒ39,67/18 euro.