Wisselend niveau

Wat zijn in het buitenland de interessantste universiteiten en waar is het studentenleven het leukst? In Florence kan je genieten van de klassieke historie en de terrassen, rond het Duitse Aken wemelt het van de jonge technologiebedrijfjes en in Parijs word je wellicht klaargestoomd voor een Nobelprijs.

Studeren in de Verenigde Staten heeft sinds het begin van `de eerste oorlog van de 21ste eeuw' een wat minder zorgeloze klank. Maar het is nog steeds een goede mogelijkheid om een paar bakens te verzetten, intellectueel én in het eigen leven.

Een paar feiten voorop. Studeren, in de Nederlandse zin van hbo en universiteit, doet men in de Verenigde Staten eerst vier jaar als `undergraduate', waarna men naar `graduate school' kan. Wie zegt: `ik ga naar Harvard University' bedoelt meestal Harvard College, dat is de undergraduate afdeling waar men meestal tussen zijn 18de en 22ste studeert. Er zijn ook kleine universiteiten die alleen undergraduates verwelkomen. Zij worden vaak `liberal arts colleges' genoemd. Een paar bekende: Mount Holyoke, Pomona en Sarah Lawrence. De atmosfeer is er dromerig en intelligent, Dead Poets Society.

In die vier collegejaren volgt men een brede, algemeen vormende opleiding, die in de loop der jaren meer nadruk op exacte of maatschappelijke vakken kan krijgen. Men woont meestal in door de universiteit georganiseerde huisvesting (dormitory) op het universiteitsterrein (campus).

In aansluiting op de undergraduate-opleiding, die tot een bachelors leidt, kan men gericht verder studeren aan een graduate school. De lengte daarvan varieert van één jaar (journalistiek) tot enkele jaren (rechten, talen, business, architectuur) en langer voor bijvoorbeeld medicijnen. Huisvesting is over het algemeen off campus.

Wie in Nederland een goede middelbare school heeft gevolgd zal niet vaak vier jaar college in Amerika willen volgen. Dat is duur en niet zo rendabel. Vaker zal men na zijn afstuderen in Nederland naar een graduate school gaan.

Het vereist goede adviseurs of hard werken om te achterhalen wat de kwaliteit van een Amerikaanse opleiding is. Anders dan in Nederland loopt in Amerika de gemiddelde kwaliteit van universiteiten namelijk sterk uiteen. Maar een goede universiteit kan een slecht vak huisvesten, en andersom.

Het begrip `goede universiteit' heeft ook met sfeer te maken. Wie naar een universiteit als Columbia in New York gaat moet minder campusleven verwachten dan wie naar een meer geïsoleerd gelegen en karakteristieke campus gaat als die van Princeton (New Jersey). Berkeley, onderdeel van de University of California, heeft een reputatie als `alternatief'; het is er zonniger, dus het lopen op blote voeten is er ook wat makkelijker.

Meestal kunnen voor een bepaald `graduate'-vak wel een paar universiteiten worden gevonden waar onderwijs en onderzoek het meest opwindend zijn. Dan is het simpel gezegd de kunst de beste binnen te komen. Wie zich (na het afleggen van de TOEFL-taaltest) sterk presenteert kan soms, behalve de algemene Fulbright-beurs, ook een beurs van het instituut in kwestie krijgen.

De NACEE in Amsterdam is een nuttige eerste wegwijzer, via het web (www.nacee.nl) en telefoon (020-531 5930). Voor eigen onderzoek in Amerika: www.petersons.com, http://exchanges.state.gov/education/educationusa, www.iie.org en www.collegeboard .com.