`Voor wie zou de Oezbeekse natie bang moeten zijn?'

Oezbekistan, buurland van Afghanistan, is opeens frontlijnstaat in de strijd tegen het terrorisme geworden.

In Oezbekistan is alles altijd business as usual. Het land strijdt met Turkmenistan om de koppositie als het gaat om de vraag welke dictatuur in Centraal-Azië het meest meedogenloos is. Onrust, politiek debat en oppositie bestaan allemaal niet in Oezbekistan het land heeft zelfs geen parlement en politieke opposanten worden nog gewoon in psychiatrische ziekenhuizen opgesloten. Het is in Oezbekistan altijd per definitie rustig, want elke dag opnieuw schaart heel het volk zich eensgezind achter de onfeilbare president Islam Karimov.

Maar nu Oezbekistan, buurland van Afghanistan, frontlijnstaat is in de strijd tegen het internationale terrorisme van Osama Bin Laden en zijn Talibaan-beschermers kan even niet worden gedaan alsof het business as usual is: er is een oorlog gaande vlak over de 156 kilometer lange grens met Afghanistan (een grens die overigens al gesloten is sinds de Talibaan aan de macht zijn in het buurland). En Oezbekistan heeft zich aangesloten bij de internationale coalitie tegen het terrorisme. Het weet waar het het over heeft. Sinds vier jaar bestaat er een door de Talibaan opgeleide en vanuit Afghanistan opererende Islamitische Beweging van Oezbekistan (IMU), die in februari 1999 in een buitengewoon goed gecoördineerde actie in de hoofdstad Tasjkent op vrijwel hetzelfde moment vijf autobommen liet ontploffen. Ze misten hun belangrijkste doel – Islam Karimov – maar niet hun uitwerking: sindsdien is men in Oezbekistan zeer op zijn hoede waar het de Talibaan, Afghanistan en de IMU betreft.

Inmiddels zijn in Oezbekistan duizend Amerikaanse militairen gelegerd voor eventuele humanitaire en reddingsacties in Afghanistan. Het Oezbeekse luchtruim is opengesteld voor de Amerikanen. Er is een speciaal televisieprogramma gekomen waarin de Oezbeken periodiek het Afghaanse probleem wordt uitgelegd en waarin de Oezbeekse – dat wil zeggen: Karimovs – opvattingen worden bekendgemaakt en toegelicht. Een simpele luxe in een land waarin geen vrije media en geen vrij debat bestaan.

Niettemin maakt het bewind in Tasjkent zich zorgen. De oorlog tegen de fundamentalisten in het buurland kan immers een stimulans zijn voor fundamentalisten in eigen land. En bovendien heerst er, vooral in het zuiden, angst voor wraakacties van de Talibaan.

Alle zeilen worden nu bijgezet om de Oezbeekse bevolking de boodschap in te peperen dat er geen gevaar dreigt. Schrijvers en wetenschappers, sportlieden en zangers worden ingeschakeld om die boodschap in de media te onderstrepen. Het land is niet in oorlog. De wereld is in oorlog, niet tegen de islam, maar tegen het absolute kwaad: het terrorisme. ,,Afghanistan is het vaderland van het terrorisme, het houdt alle Afghanen in gijzeling'', aldus het blad Chalksoezi. Maar gevaar dreigt er niet. Dat de Talibaan (naar eigen zeggen) tienduizend man versterkingen naar de grens hebben gestuurd is een leugen, en dat ze gedreigd hebben met militaire acties in Oezbekistan is ook een leugen.

Ook dat inmiddels in Afghanistan een jihad, een heilige oorlog, tegen Oezbekistan is uitgeroepen is géén reden voor zorg. ,,Tegen wie roept die bende keelafsnijders een jihad uit? Wie denken ze bang te maken'', vroeg deze week een Oezbeekse wetenschapper zich op de televisie retorisch af. ,,Voor wie zou de Oezbeekse natie bang moeten zijn? Wie zijn onze voorouders? Wij zijn de nakomelingen van Tamerlane. En dus is niemand bang voor keelafsnijders die een jihad uitroepen.'' De Talibaan werden gisteren in het blad Chalksoezi uitgemaakt voor ,,smerige en onmenselijke schurken zonder religie of nationaliteit''.

Alle mededelingen in de Oezbeekse media hebben voor alles een geruststellend karakter: zolang de Oezbeken waakzaam blijven, ,,de hoofden hoog, met trots in het hart en kracht in de armen'' (aldus Karimov gisteren), is er niets aan de hand. ,,Het enige onplezierige aan de grens met Afghanistan is een zandstorm'', zo besloot de televisie woensdag een reportage.

Wat niet waar is: in de grensregio heerst wel degelijk angst, zo melden buitenlandse correspondenten. In Khanabad, waar de Amerikanen zijn gelegerd, is de situatie gespannen en uit Termez, de stad aan de grensrivier Amoe-Darja, trekken burgers weg.