Vliegangst

Zoals veel kinderen van zijn leeftijd zei mijn zoon altijd dat hij later piloot wilde worden. Naarmate hij ouder wordt komen ook andere beroepen in aanmerking, maar piloot staat nog altijd hoog op de lijst.

Mijn beide kinderen hebben in hun jonge leven al heel wat gevlogen. Omdat onze familie daar woont, gaan we vrijwel ieder jaar met vakantie naar Egypte. Vliegangst hebben mijn kinderen dus niet en zullen die, denk ik, niet gauw krijgen. Maar veel mensen schijnen vliegangst te hebben, zeker nu na de aanval van vorige maand. Die angst bestond bij sommigen ook voor de aanslag op de Twin Towers. Het is bekend van John Lennon en George Harrisson dat ze een pathologische angst voor vliegen hadden.

Ik vond vliegen juist erg leuk en het maakte me niets uit of ik met goedkope Arabische maatschappijen of met de duurdere Europese lijnen vloog. Het voordeel van de duurdere maatschappijen is dat ze meestal stipt op tijd aankomen en vertrekken.

Bij het raam kijken naar de wollige wolken blijkt me altijd te inspireren. Ik ga vanzelf over het heelal en de schepping nadenken. Ook het observeren van de passagiers vormt een van mijn bezigheden tijdens de reis. In tegenstelling tot de geroutineerde Westerse passagier die de tijd vaak verveeld doorbrengt, lezend in een krant of een boek, heerst bij Arabische passagiers altijd een feestelijke stemming tijdens een vliegreis. In een toestel van bijvoorbeeld Egypte-Air is iedereen zich er terdege van bewust dat ze tot een bevoorrechte groep mensen behoren, de groep die zich kan permitteren om te vliegen.

En vliegen is nog nieuw. De opwinding is aan de gezichten af te lezen. Het is daarom zaak om goed te kijken wie er allemaal meevliegt. Kom je kennissen tegen, dan maak je er een gesprekje mee. Onbekenden probeer je zoveel mogelijk te leren kennen, zodat je maanden daarna kan vertellen over je reis en wie je allemaal in het vliegtuig ontmoet hebt.

Eten in de lucht is ook een uitzonderlijke ervaring. Veel Egyptenaren zijn gulzige eters en wachten met ongeduld het moment af waarop het eten opgediend wordt. De meesten klagen achteraf dat het niet lekker was, toch laten maar weinigen het eten staan. Na het eten heerst vaak een uitgelaten sfeer, mensen praten druk met elkaar, lopen door de gangen heen en weer en roepen luidruchtig commentaar naar elkaar.

Het leukste van vliegen met Egyptenaren is hun gewoonte bij de landing. Zodra de wielen van het vliegtuig de grond raken, klinkt een hartelijk applaus voor de piloot. Hij heeft hen immers bekwaam begeleid in deze hachelijke onderneming. Daarna feliciteren ze elkaar dat ze veilig zijn aangekomen, iets waar een westerling als vanzelfsprekend van uitgaat. Bij moslims is dit altijd een felicitatie waard en een woord van dank aan Allah.

Bij het internationale vliegveld van Kairo moeten buitenlanders in een aparte rij staan voor paspoortcontrole. Al heel wat jaren sta ik in de rij van buitenlanders, omdat ik een Nederlands paspoort heb. Dit houdt in dat ik een visum van tevoren of op het vliegveld zelf moet halen.

Het biedt veel voordelen om als buitenlander naar Egypte te reizen. De ambtenaren zijn veel beleefder, de bagage wordt niet doorzocht en je hoeft niemand om te kopen om snel door de douane heen te komen. In de rij van Egyptenaren schijnt het soms erg lang te duren. Douaneambtenaren doen hun bagage open op zoek naar gesmokkelde artikelen.

Toch kun je met Egyptische ambtenaren altijd goed lachen. Ze houden van grapjes en maken die vaak zelf ook. De laatste keer bij het inchecken zagen ze door de scan een speelgoedpistool die mijn kinderen in Egypte hadden gekocht. Ik haalde het uit de koffer en zei bij wijze van grap tegen de ambtenaar: handen omhoog! Hij kon er toen nog om lachen. Nu,

een jaar later, is zo'n grap ondenkbaar.