Verdachte doden in het Turkse leger

ISTANBUL/IZMIR, 11 OKT. Volgens de Nederlandse regering is het Turkse leger 'veilig' en kunnen Koerdische dienstweigeraars worden teruggestuurd. Maar hoe veilig is een leger met 43 verdachte zelfmoorden?

Zes jaar wist Ismail in Turkije zijn militaire dienst te ontlopen, maar uiteindelijk besloot hij toch maar onder de wapenen te gaan. Elke werkplek in Istanbul waar hij aanklopte, vroeg om een verklaring van het leger en die had Ismail niet. ,,Ik wist van te voren dat Ismails dienstplicht een drama zou worden, want het Turkse leger moet ons niet'', vertelt Ismails broer Mehmet Ali. ,,Wij zijn Koerdisch en Alevitisch en we komen uit Akçad&g bij Malatya. Ons dorp staat bekend om zijn steun aan de PKK.''

Hoe groot het drama zou worden, bleek pas op het offerfeest in maart 1999. De familie zat klaar om een schaap te slachten. Toen rinkelde de telefoon. Vanuit Noord-Cyprus, waar Ismail zijn dienstplicht deed, liet het leger weten dat hij dood was. ,,Zelfmoord, zeiden ze, maar wij wisten wel beter.'' Verslagen zat de familie bij elkaar, het schaap bleef leven. ,,Turkije heeft al een zoon van mij geslacht, zei mijn vader'', aldus Mehmet Ali. ,,Hij zei: als ik naar dit schaap kijk, zie ik mijn zoon.''

Ismail Günes is niet de enige die onder verdachte omstandigheden in het Turkse leger om het leven kwam. ,,Sinds 1995 kennen wij 43 van zulke gevallen'', vertelt Coskun Üsterci van de mensenrechtenvereniging ISKD in Izmir, die een databank bijhoudt van verdachte doden in de Turkse strijdmacht. Daaronder bevinden zich Süleyman Aksoy en Savas Çiçek, die allebei in Nederland asiel hadden aangevraagd.

De Tweede Kamer debatteert vandaag over de kwestie van de Koerdische asielzoekers. Coskun Üsterci zou de Kamer willen vragen de zaak goed te bekijken. Hij is ervan overtuigd dat de 43 verdachte doden slechts het topje van de ijsberg zijn. ,,Wij denken dat het werkelijke aantal gevallen tien keer zo hoog is'', aldus Usterci. ,,Maar veel mensen willen uit loyaliteit jegens Turkije er geen werk van maken of ze zijn bang dat, als ze aan de bel trekken, ze zelf in de problemen komen.''

Geheel ondenkbeeldig is die angst niet, weet Mehmet Ali. Toen hij met hulp van de mensenrechtenvereniging IHD in Istanbul nadere informatie wilde over de dood van zijn broer, lieten de incidenten niet lang op zich wachten. Toch ging hij door, al was het maar omdat hij de verklaringen van het leger zo ongeloofwaardig vond. ,,Eerst zeiden ze dat Ismail zelfmoord had gepleegd omdat hij verliefd was geworden op een meisje dat hem niet wilde. Een paar uur later was het weer dat dat Ismail misschien wel onder de invloed van drugs zichzelf van het leven had beroofd.'' Maar een bloedtest naar sporen van drugs, zoals de familie eiste, werd niet toegestaan. ,,Uiteindelijk'', vertelt Mehmet Ali, ,,vonden ze onze vragen zo vervelend dat ze mij het leven zuur gingen maken.'' De politie haalde Mehmet Ali uit zijn huis en hield hem drie dagen vast. ,,Waarom zit jij steeds bij de mensenrechtenvereniging IHD?'', vroegen ze, aldus Mehmet Ali. ,,Toen ik zei dat dat ik een mens was en die vereniging er voor mensen is, zeiden ze: Maar ben jij dan wel een mens?''

Was de dood van Ismail Gunes inderdaad zelfmoord, was het een ongeluk of werd hij uit de weg geruimd? Volgens Coskun Üsterci van ISKD schiet het onderzoek dat het Turkse leger na elke 'verdachte' dood instelt, altijd tekort. ,,Eigenlijk kijken ze alleen waar de kogel vandaan komt'', vertelt Üsterci, ,,maar een klassieke autopsie heeft vrijwel nooit plaats. Bovendien, al is het zelfmoord het leger onderzoekt nooit waarom deze mensen een einde maken aan hun leven.'' Veel mensenrechtenactivisten denken dat de militaire dienst in Turkije zo traumatisch is dat sommige mensen de dood verkiezen.

In de databank van de mensenrechtenrechtenvereniging in Izmir zitten gevallen uit alle windstreken van Turkije. ,,Maar meer dan de helft van de betrokkenen heeft een Koerdische achtergrond'', aldus Üsterci. Vooral als de dienstplichtige een 'politiek' verleden heeft, aldus mensenrechtenactivisten, is zijn militaire dienstplicht een beproeving. Het Turkse leger ziet hem dan als een landverrader, die niets beter verdient dan achttien maanden 'gepakt' te worden. Die continue treitering leidt tot excessen, waarbij in ieder geval vanuit ethisch oogpunt het onderscheid tussen moord en zelfmoord vervaagt.

Neem het geval van Mashallah Yilmaz, die op 1 oktober 1999 in Sirnak onder verdachte omstandigheden om het leven kwam. Yilmaz kwam uit een Koerdische, politiek actieve familie in Bursa, en mede daarom, aldus ooggetuigen, had een bepaalde commandant de pik op hem. Op een dag sloeg de commandant Yilmaz in elkaar. Daarna gingen ze, samen met andere militairen, stenen laden. ,,Ik heb er genoeg van'', schreeuwde Yilmaz opeens. ,,Jullie geven mij alleen maar pijn.'' Terwijl hij dat zei, richtte hij zijn geweer op zichzelf. ,,Jongen, als je problemen hebt, vertel het aan mij, misschien kunnen we een oplossing vinden'', zei een van de andere militaire leidinggevenden. Maar tegelijkertijd zette de superieur die Yilmaz die ochtend in elkaar had geslagen en bang was dat deze wraak wilde nemen, zijn geweer op scherp. Wat daarna precies gebeurde, weet niemand. Volgens het leger schoot Yilmaz zichzelf neer, maar zijn familie is ervan overtuigd dat de superieur de trekker overhaalde.

Maar is dat uiteindelijk wel de hamvraag: wie schoot en wie niet? Werden veel 'landverraders' niet psychologisch vermoord voordat ze er zelf uiteindelijk een einde aan maakten? In de databank in Izmir wordt melding gemaakt van Serhat Bicer. Hij was militair in Ankara, maar kon het niet meer aan en nam de benen naar Antalya. Voordat hij daar in augustus 1999 van een flatgebouw afsprong, liet hij een briefje achter voor zijn familie. ,,Omdat ik Koerd ben, zetten ze me onder zware druk'', schreef hij. ,,Ik kan het niet meer aan, daarom pleeg ik zelfmoord.'' Twee weken daarvoor had hij zijn vader per telefoon verteld hoe zwaar die druk was. ,,Ze maakten me 's nachts om een uur of drie, vier wakker'', vertelde hij, ,,en dan zeggen ze: maak het hier maar weer schoon. Als ik dan zei dat ik dat pas twee uur eerder had gedaan, zeiden ze: bek dicht, schoonmaken.''

Binnenkort moet ook Mehmet Ali Günes, de broer van de in 1999 overleden Ismail, in dienst. Hij maakt zich geen enkele illusie over wat hem te wachten staat. In een poging het verlies van Ismail te vergeten, gaat hij soms op diens favoriete stoel in het ouderlijk huis in Istanbul zitten en praat dan met zijn broertje, zoals Ismail vroeger met hem praatte. Als hij het leger ingaat, wil hij ,,vechten'' om de beproeving te overleven. Maar dat de stoel binnen afzienbare tijd opnieuw leeg is, sluit hij niet uit.