UCI verwent talent met Cycling Center

Portugal organiseert deze week de WK wielrennen. De ontwikkelingshulp van de UCI reikt verder dan de strijd om de regenboogtrui. In Zwitserland verrijst volgend jaar een opleidingscentrum voor Aziaten en Afrikanen.

Het straatbeeld in Lissabon en de krantenkoppen geven een vertrouwd beeld. De verhalen gaan over de plaatsing van het nationale voetbalelftal voor de WK in 2002. Over de fantastische goal van Figo in het laatste kwalificatieduel, tegen Estland.

Op een paar kilometer van het stadion van Benfica ligt het parcours van de WK wielrennen er verlaten bij. In het stadspark is het opvallend rustig. Portugezen hebben weinig op met fietsen. Natuurlijk, ze koesteren hun overleden wielerheld Joaquim Agostinho. En ze kijken vol bewondering naar de aerodynamisch geklede renners die in vliegende vaart passeren. Dan gaan ze weer over tot de orde van de dag: kwebbelen en slenteren.

Met kunst- en vliegwerk hebben de Portugezen het zesdaagse evenement in gereedheid gebracht. Hein Verbruggen, vandaag voor vier jaar herkozen als voorzitter van de internationale wielerunie (UCI), geeft toe dat ,,de voorbereiding zeker niet vlekkeloos is verlopen''. De Nederlander heeft ,,wel vertrouwen in een redelijke afloop''. Hij heeft voor hetere vuren gestaan. Verbruggen kreeg in 1995 kritiek voor de toewijzing van de WK aan Colombia. Achteraf werd hij door dezelfde cynici overladen met complimenten. De WK waren een doorslaand succes. Honderdduizenden wielerliefhebbers stonden langs de kant. Nobelprijswinnaar Márquez had zijn lezers niet voorgelogen. Zijn landgenoten bleken verknocht aan wielrennen.

Verbruggen koestert de rol van missionaris met verve. Sinds zijn aanstelling als UCI-voorzitter in 1991 probeert hij de sport die van oudsher vooral in Europa wordt beoefend, een mondiaal karakter te geven. Gezien de resultaten in het afgelopen decennium kan hij rustig achterover leunen. De traditionele wielernaties hebben concurrentie gekregen uit Oost-Europa en Noord-Europa. Wielrennen op de weg is het provinciale karakter ontstegen.

Volgens een nieuw reglement van de UCI moeten de WK om de zes of zeven jaar in een klein wielerland worden georganiseerd. Het hoofdbestuur van de UCI mag volgens de statuten voor niet meer dan 66 procent uit Europeanen bestaan. De UCI telt wereldwijd 170 aangesloten wielerbonden, maar deze cijfers geven een vertekend beeld van de werkelijkheid. De meeste (arme) landen tellen weinig licentiehouders. Een racefiets is niet te betalen voor de gemiddelde sportfanaat in bijvoorbeeld Kenia, een land met tweehonderd leden.

Om die reden gaf Verbruggen dit jaar aan onderdelenfabrikant Shimano de opdracht gratis materiaal te leveren in de Keniase hoofdstad Nairobi. Onder het motto: als een Keniaan snel kan lopen, moet hij ook snel kunnen fietsen. De praktijk bleek weerbarstiger.

De Nederlander Robert Vunderink (oud-schaatser en oud-wielrenner) werd door zijn vriend Hennie Stamsnijder (oud-wereldkampioen veldrijden en werkzaam voor Shimano) ingehuurd als zendeling. Vunderink moest de Kenianen leren schakelen en sleutelen. Hij werd tegengewerkt door een autocratische bondsvoorzitter en een bureaucratische organisatie. Beelden van renners met lekke banden maar zonder reservemateriaal deden hem herinneren aan een bekroonde documentaire over de Ronde van Burkina Faso.

Wijs geworden door de moeizame samenwerking in verre oorden zoekt de UCI het vanaf volgend jaar dichter bij huis. Komende winter wordt in het Zwitserse Aigle, niet ver van Lausanne, het World Cycling Center geopend. Het project kost 36 circa miljoen gulden en wordt bekostigd door UCI, IOC, sponsors en Zwitserse overheid. Behalve het hoofdcomplex in Aigle staan zogenaamde subcenters in acht wereldsteden op de rol. In Moskou, Peking en Havanna zijn de werkzaamheden bijna voltooid. De andere centra worden gebouwd in Japan, Egypte, Zuid-Afrika, Australië en een nader te bepalen land in Zuid-Amerika.

In Aigle kunnen vijftien talenten uit de hele wereld gedurende negen maanden stage lopen. Ze worden getraind door oud-beroepsrenners, die in hun favoriete discipline de grondbeginselen van het pedaleren bijbrengen. De jonge renners hebben de beschikking over modern materiaal en hebben geen last van onwetende bestuursleden in den vreemde.

Naast het nieuwe hoofdkantoor van de UCI verrijst een overdekte piste, een parcours voor veldrijders, een krachthonk, een gymzaal, een bibliotheek en een medisch centrum. Verbruggen: ,,Hier heb ik altijd van gedroomd; sporters en personeel zo dicht mogelijk bij elkaar. Het zal mij niet verbazen als we sommige talenten terugzien bij de Spelen van Athene.''