Terrorisme verdient onconventionele aanpak

De strijd tegen terrorisme is geen `gewone' oorlog, die op conventionele wijze gestreden kan worden. Daarom moet de NAVO worden omgevormd tot een internationale organisatie tegen het terrorisme, waarbij ook Rusland, India, China en Japan zich zouden moeten aansluiten, vindt Shimon Peres.

Met de aanval op het World Trade Center en het Pentagon is een ander aspect van de globalisering aan het licht gekomen: de globalisering van de terreur.

Tot dusverre kenden we alleen economische globalisering. Doordat de economie niet meer uitsluiten haar basis vindt in grondgebied, is er een eind gekomen aan de betekenis van land voor de nationale economie. Met de overschakeling naar wetenschap, techniek en telecommunicatie als basis voor de economie, verloren grondgebied, grenzen, zee en land hun betekenis en begon de globalisering.

Door deze ingrijpende verandering van het karakter van de wereldeconomie verloren legers, die vooral in het leven waren geroepen om land te beschermen, hun betekenis. Een leger kan nu eenmaal de wetenschap of de cyberruimte niet veroveren.

De traditionele oorlog als vorm van verdediging begint al te verdwijnen, al zijn er nog conflicten genoeg. Het gaat daarbij echter voornamelijk om conflicten tussen de wereld mét ITC (die gedijt op hightech) en de wereld zonder ITC, die is blijven steken in landbouw, armoede en nationalisme.

Tot nu toe leek terreur het wapen van de armen, de verbitterden en de extremisten: zij die in de wereld van gisteren leven. Terreur is een zeer gevaarlijk instrument geworden nu moderne wapens, net als burgervliegtuigen, in handen zijn gevallen van anarchisten. Zij hebben zich uit naam van een God die moord goedkeurt, ontpopt als massamoordenaars en om grenzen te overschrijden maken ze gebruik van de hele wereld bestrijkende communicatiemiddelen.

Daarom moeten de nationale strategieën in de wereld plaatsmaken voor mondiale strategieën, veldslagen tussen legers moeten plaats maken voor de strijd tegen het gevaar en een wereld van vijanden (nationalistisch) voor een wereld van gevaren (mondiaal).

Mondiaal gevaar kent geen grenzen. Het kan overal en altijd toeslaan.

Ongehinderd door een menselijke ethiek worden er lukraak en onbeperkt gruweldaden gepleegd, waarbij onschuldige burgers omkomen. Het mondiale gevaar wekt alom afschuw en is de moderne verschijningsvorm van het kwaad.

Er is geen compromis mogelijk tussen boosaardige daden en een menselijk optreden. Als we toestaan dat het door de duivel ingegeven terrorisme de overhand krijgt, dan kan iedere waterput worden vergiftigd en ieder kind worden vermoord. De vrijheid en veiligheid van de hele wereld, van alle landen, van alle mensen staat op het spel. Er kan een chaos ontstaan in de binnenlandse en internationale luchtvaart, waardoor de toeristenindustrie een fatale klap krijgt en de wereldwijde handel zal inzakken. Er zal een sfeer van angst ontstaan en de veiligheid zal worden ondermijnd.

Wat kunnen we eraan doen? Om te beginnen moeten we ons rekenschap geven van de omvang en ware aard van het gevaar. We moeten inzien dat terrorisme pas ophoudt als de hand van de laatste terrorist op aarde is afgehakt. We moeten de huidige situatie onder ogen zien: we hebben legers zonder vijand en we hebben gevaren zonder leger. Er zit niets anders op dan het hele mondiale verdedigingsstelstel aan te passen aan het nieuwe gevaar voor de wereld.

Neem de NAVO, een organisatie die in het leven is geroepen ter bestrijding van het gevaar dat de toenmalige Sovjet-Unie vormde. Maar sinds de desintegratie van de Sovjet-Unie heeft de NAVO geen vijand meer. Anderzijds kan de NAVO beschikken over een uitgebreid leger, een groot budget en uitstekende experts die ingezet kunnen worden in de strijd tegen de gevaren van vandaag, in plaats van de vijand van gisteren. Vanzelfsprekend moet de huidige samenstelling van de NAVO worden veranderd: Rusland, India, China en Japan, landen die samen met de Verenigde Staten en Europa de nieuwe alliantie tegen het terrorisme vormen, moeten erin worden opgenomen. De NAVO moet een nieuwe strategie en een geschikte coalitie vormen om het mondiale terrorisme te bestrijden.

Anders dan bij conventionele oorlogen tussen legers in uniform en landen die aan een front vechten, zal de strijd tegen de terreur zijn gericht tegen vijanden zonder paspoort en zich afspelen op plaatsen die geen `front' vormen. Het is een strijd die gevoerd zal moeten worden in donkere steegjes in plaats van aan een front. Het is een conflict met leugens, valse voorstellingen van zaken en de schijnheiligheid van moordenaars die vermomd als geestelijken oproepen tot terreur. Een strijd waarin landen die het terrorisme steunen, worden afgestraft en landen die ertegen vechten, worden gesteund.

Er moet een systematische strategie worden bedacht voor deze strijd. Ieder beschikbaar middel waarmee terroristisch gevaar kan worden uitgesloten, moet worden ingezet: precieze en actuele informatie, volledige samenwerking, het tegengaan van openlijke en bedekte oproepen tot strijd, onderzoek naar geldstromen, toezicht op mediagebruik. En dat alles zal onder moeilijke omstandigheden moeten gebeuren, want de democratie kan en mag de eigen ethische principes niet verloochenen, ook niet voor een dergelijke grimmige oorlog.

Maar laten we niet vergeten dat democratiën gedwongen waren antidemocratische instellingen op te richten (legers, inlichtingendiensten en politie) om het leven te beschermen. In het leger bestaan geen vrijheid van meningsuiting en geen normale werknemersrechten; bevelen moeten worden opgevolgd en er heerst tucht. Toch kan een democratie natuurlijk niet blijven bestaan zonder militaire verdediging, al lijkt dat in tegenspraak met de ideologie van de democratie. Natuurlijk moet een leger in een democratisch land ondergeschikt zijn aan het gezag van gekozen organen en opereert het niet als een onafhankelijke eenheid.

Wat geldt voor een gedisciplineerd leger moet nu ook gaan gelden voor de strijd tegen het terrorisme, waarbij gebruik wordt gemaakt van dezelfde formule binnen dezelfde beperkingen. De strijd tegen het terrorisme moet effectief zijn om het leven te beschermen en de vrijheid te garanderen.

Niemand wil het terrorisme graag aangrijpen voor een oorlog, of als excuus voor een oorlog tegen religies, volkeren of specifieke bevolkingsgroepen. De oorlog tegen het terrorisme moet louter en alleen op het terrorisme zijn gericht. Daarom moeten geestelijken en andere geestelijke leiders openlijk hun gelovigen oproepen mee te doen aan de strijd tegen de terreur. Ze moeten zelfmoordacties van enkelingen met als doel velen te doden verbieden. God heeft ons opgedragen het leven te respecteren en ons verboden moord te rechtvaardigen.

We hebben te maken met een groot en verschrikkelijk nieuw gevaar. Dat kan niet worden bedwongen met holle kreten of door te dreigen met maar één zwaard. Toch moet het worden bezworen. En we zullen zegevieren.

Simon Peres is vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken van Israël.