Rivier door de tijd

Wie de IJssel volgt leert verschillende facetten van de Nederlandse geschiedenis en het landschap kennen. Van de Britse dichter Sidney die stierf bij Bronkhorst tot oude stroomruggen bij de Beimerwaard.

Is het ethisch correct om het uitzicht vanaf een snelweg mooi te vinden? De aanleg van de A48 tussen Arnhem en Dieren was een oorlogsverklaring aan het landschap - zoals iedereen kan zien die ernaast staat, fietst of wandelt - maar vanaf de hooggelegen, enigszins slingerende racebaan krijg je wel een paar van de betere binnenlandse panorama's in beeld.

Komend vanuit Arnhem rijzen links de hoogste toppen van de Veluwe vrij stijl en dicht bebost omhoog, rechts vloeien grasgroene uiterwaarden prachtig samen met de IJssel. Een oude baksteenfabriek of twee herinnert aan betere tijden, een zwaarbeladen aak tuft langzaam stroomopwaarts, koeien grazen waar 's winters ganzen gakken. Het mooie stuk snelweg is gelukkig maar kort: eventuele schuldgevoelens over het uitzicht worden al na een paar kilometer verdreven door de noodzaak af te slaan om de rivier in beeld te houden. Neem bijvoorbeeld afslag De Steeg, volg de Weertsdijk drie kilometer, en parkeer op een plaats naar keuze in het gras. Veel verder doorrijden gaat niet: zoals zoveel wegen bij de IJssel loopt deze dood. Bij warm weer klim je over enkele veehekken met roestige verbodsborden, en kom je na een korte weidedoorschrijding bij een paar basalten kribben die voor de oeverbescherming dienen; ze dienen ook als keiharde, rustige strandjes waarop met enige behendigheid te liggen valt, met als bonus de wetenschap dat dit eigenlijk niet de bedoeling is.

In een cursus IJssel zou het bovenstaande les één kunnen zijn, met basisbegrippen als gans, dijk, krib, hek, baksteen, verbodsbord en doodlopende weg. Het kan veel ingewikkelder, mooier, ontoegankelijker en verrassender. Doorstuderen loont, want de IJssel kronkelt 125 kilometer lang dwars door de encyclopedie die Nederland heet: volg het dal en je stroomt haast ongemerkt door de eeuwen, en door een zompige collectie landschapsvormen.

Terug bij de auto op de dijk is landinwaarts een zand- en grindwinningsproject te zien, waardoor veel land water werd. Daar achter ligt de Haviker- en Beimerwaard, samen 700 hectare en aan drie kanten door de rivier omsloten. Om ze te zien rij je een kilometer terug en dan scherp naar rechts dijkafwaarts. Links liggen een paar boerderijen op een oude stroomrug, net even hoger dan de omgeving. De eerste rechts staat op een huisterp, het antwoord op overstromingsgevaar van voor de IJsselbedijkingen in de late Middeleeuwen. Nu is het nog weide en landbouwgrond, maar wellicht grazen er over een paar jaar herten in plaats van koeien en groeit er moerasbos waar geen ploeg doorheen komt, want er bestaan uitgewerkte plannen om de waarden aan te sluiten bij de Veluwse natuur die in de verte oprijst.

De IJssel, mogelijk Nederlands mooiste rivier, wordt in de toeristische literatuur bijna nooit als totaliteit gepresenteerd. Daar is wel een reden voor: loop of fiets van Hattem naar Velp, keer terug langs de andere oever, en het probleem dat veel wegen richting IJssel doodlopen en veel dijken niet toegankelijk zijn, wordt pijnlijk voelbaar. Op sommige stukken is het goed geregeld - en dan moet je ineens weer haaks op het water een paar kilometer het land in om verder te kunnen.

Neem bijvoorbeeld de pont in Dieren, werp aan gene zijde nog een blik op de kade van vertrek en het wijdse waterland rondom en volg de weg naar Olburgen. Na een kilometer, als het verlies van het contact met de rivier een schaduw over het voortgaan begint te werpen, is er goed nieuws in de vorm van een afslag naar links: fietser en wandelaar mogen hier verder over de kruin van de bandijk, een paar meter boven de rest van het landschap als een kind op de schouders van een ouder. Maar na anderhalve kilometer, net als de IJssel weer mooi in beeld komt, is de pret voorbij en moet je de dijk af, een duf agrarisch gebied in. Een kilometer of acht is er weinig meer te zien dan weiden, snijmaïs en de zijkant van een dijk, tot Bronkhorst - een van de vele kleinste stadjes van Nederland, een toeristisch cliché, en toch mooi. Nog even en je bent, eindelijk, weer terug bij de rivier. Braaf de weg volgen tot de pont naar Brummen is eigenlijk de enige mogelijkheid, want de prachtige Bronkhorster Waarden, rechts van de weg, zijn hopeloos ontoegankelijk.

Het veer maakt veel goed. Weinig binnenlandse reizen zijn zo troostrijk als de IJsseloversteek bij Bronkhorst - zeker als je niet weet dat de grote Engelse dichter Philip Sidney hier op 2 oktober 1586 dodelijk gewond passeerde. Als vrijwilliger had hij zich aangesloten bij de troepen die koningin Elisabeth I in 1585 ter versterking naar de Nederlanden stuurde, samen met prins Maurits had hij leiding gegeven aan de herovering van Axel, maar op een mistige najaarsochtend ontving hij onder de wallen van Zutphen een fataal Spaans musketschot. Diezelfde dag werd hij over de IJssel naar Arnhem geëvacueerd, en stierf daar een paar weken later.

Ook bij Wilp liggen Britse sporen. De houten kerk die de Engelse zendeling Lebuïnus in de achtste eeuw liet bouwen werd bijna duizend jaar geleden vervangen door het stenen exemplaar van nu. Toren en schip zijn opgetrokken uit tufsteen, lavablokken uit Duitsland die over de Rijn en de IJssel werden aangevoerd. De veertiende-eeuwse dijk plooit zich dicht rond de kerk en is het volgen in zuidelijke richting meer dan waard. Dit is de IJssel voor gevorderden: een wandeling van negen kilometer met meer geschiedenis dan in een boek past. Over de kruin kronkel je eerst langs drie buitendijkse ronde meertjes die bij dijkdoorbraken werden uitgeslepen door het kolkende water - en dan, zeldzaam voor een dijk, door een bos. In het midden ligt landhuis De Poll, waar de jonge Thorbecke in de jaren na de Franse bezetting vaak logeerde bij zijn vriend en latere politieke tegenstrever Schimmelpenninck. Vast en zeker liepen ze af en toe over de dijk, en dan over de eerste weg naar links tot kasteel Nijenbeek, uit 1230, precies waar de Voorster Beek de IJssel in stroomt. Dat het nu een ruïne is heeft ten minste twee historische redenen: in april 1945 hadden terugtrekkende Duitse troepen zich hier verschanst zodat de oprukkende Canadezen de versterking wel onder vuur moesten nemen. En in 1371 was er een binnenmuur kapotgeslagen om een gevangene te bevrijden die na elf jaar zitten te dik was voor de deur van zijn cel. Het was Reinald III, hertog van Gelre (en volle neef van de Engelse koning Edward III), die hier in 1360 door zijn broer, anti-hertog Eduard, gevangen was gezet. Niet leuk, maar gelukkig wel met veel eten en mooi uitzicht op de IJssel.

Wel leuk: vooral verder stroomafwaarts, tussen Deventer en Kampen, zijn enorme stukken IJsseldijk te berijden zonder dat er veel auto's voorbij razen. Had Reinald maar nu geleefd, en had hij maar een fiets gehad! Fietsen over IJsseldijken, mits op de juiste stukken en met wind mee, is een van de topervaringen die het Nederlandse landschap te bieden heeft. Vanaf Deventer is de rive gauche aanvankelijk de beste, want rustigste, keus. Tussen dijk en waterloop liggen soms brede stroken vol oude beddingen met stilstaand water en zuigende modder, waar planten en beesten het geweldig hebben - kort na Veessen bijvoorbeeld. Steek even verder per pont over naar Wijhe, waar meer dan tien kilometer autovrij fietspad over de dijk begint. Stoot bij Zwolle door langs de verdedigingswallen van het Engelse Werk, langs de prachtig gerestaureerde Katerveersluizen, opnieuw over kilometers dijkfietspad tot het stille Wilsum, waar pal op de dijk een juweel van een duizendjarige tufstenen kerk wacht, terwijl Kampen zich in de verte profileert. Fiets over de nieuwe IJsselbrug, over de schitterende Venendijk, en dan via Zalk, Twello, Brummen, Wageningen en Utrecht naar de Randstad, voor het contrast, en rij de tocht opnieuw wanneer de uiterwaarden blank staan.