`Palestijnen zijn geen speeltje van Bin Laden'

Osama bin Laden en de zijnen plaatsen de Palestijnse zaak steeds hoger op hun agenda. Maar de Palestijnse autoriteiten zijn er niet blij mee.

Osama bin Laden en zijn terreurgroep Al-Qaeda zijn hun `heilige oorlog' begonnen om Saoedi-Arabië te zuiveren van de ongelovigen, met name de Amerikaanse troepen die er in 1990 werden gestationeerd om het buurland Irak het hoofd te bieden. Even belangrijk is de strijd tegen de ,,schijnheilige'' leiders van islamitische landen, zij die zich als moslims voordoen maar in werkelijkheid uitverkoop houden van de islamitische zaak. De Palestijnse zaak werd aanvankelijk door Bin Laden in zijn uitspraken slechts in bijzinnen genoemd. De laatste weken is dat veranderd. Zowel Bin Laden zelf als zijn woordvoerders maken zich nu grote zorgen over de ,,Israëlische tanks die Palestina teisteren''. ,,Noch Amerika noch de mensen die er leven zullen dromen van veiligheid voor we die beleven in Palestina'', aldus een zondag uitgezonden verklaring van Bin Laden.

Maar Palestijnse leiders zelf tonen zich zeer ongemakkelijk over de ongevraagde hulp uit deze hoek. Zij herinneren zich de Iraakse leider Saddam Hussein, die na zijn bezetting van Koeweit ook probeerde de Arabische publieke opinie voor zich te winnen door zich als pleitbezorger voor de Palestijnse zaak te manifesteren. Dat en hun steun voor Saddam leverden hun veel schade op in het Westen. En zij hebben de Verenigde Staten nu als bondgenoot nodig.

Ook de Palestijnen zingen mee in het aanzwellend koor van Arabische en islamitische leiders die van de Amerikaanse campagne tegen terrorisme gebruikmaken om ook de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden als terrorisme aan de kaak te stellen. Terrorisme is daarentegen niet het gewettigde verzet tegen die Israëlische bezetting, aldus de Palestijnse leider Yasser Arafat gisteren nog op de bijeenkomst van de Islamitische Conferentie Organisatie in Qatar.

In Qatar onderstreepte Arafats minister van Internationale Samenwerking, Nabil Sha'ath, echter ook dat de Palestijnse zaak geen excuus mag zijn voor aanslagen in de VS. ,,Wij willen voor niemand een excuus zijn. Onze zaak is rechtvaardig, en we willen haar rechtvaardig bereiken. Omdat de Israëliërs de terroristen zijn.''

Dinsdag had Hanan Ashrawi, Palestijns parlementariër en woordvoerster van de Arabische Liga, zich in diezelfde zin uitgelaten. ,,Het Palestijnse volk is geen speeltje in de handen van een individu met kwade bedoelingen'', zei zij. ,,Wij willen niet dat onschuldigen worden gedood of dat oorlogen tussen godsdiensten en beschavingen worden verklaard in naam van de bevrijding van Palestina.''

De Palestijnse autoriteiten van Arafat zien in dat zij zware Amerikaanse druk op Israël nodig hebben om een bevredigende vredesregeling uit het vuur te slepen. Er zijn talrijke aanwijzingen dat Washington een dergelijk initiatief in de maak heeft, met name om de Arabische landen aan zijn zijde te houden in de strijd tegen Bin Laden en zijn Afghaanse Talibaan-beschermheren. De Israëlische premier Ariel Sharon viel vorige week niet voor niets zo hard tegen de Amerikaanse regering uit. Maar zijn campagne om Arafat als ,,onze Bin Laden'' te brandmerken, komt niet over in Washington.

Daarom maakte Arafat al snel na de aanslagen van 11 september bekend dat hij volledig bereid was mee te doen met de Amerikaanse coalitie tegen terrorisme. ,,Wij zijn bereid al onze middelen ter beschikking te stellen'' , zei hij en hij herhaalde het vele malen. Een hoge adviseur gaf maandag een boodschap van Arafat aan de regering in Washington door waarin de Palestijnse leider volledige steun betuigde voor de zondag begonnen militaire acties in Afghanistan. De meeste Arabische leiders gingen lang niet zo ver. De Palestijnse fundamentalistische groepen Hamas en Islamitische Jihad, die in een machtsstrijd met Arafat zijn verwikkeld, veroordeelden de aanvallen als ,,puur terrorisme tegen een onschuldig volk''.

Daarom ook sloeg de Palestijnse politie maandag in Gaza met grof geweld een anti-Amerikaanse betoging van enkele duizenden aanhangers van Hamas en Islamitische Jihad in elkaar. Ook mocht de pers de Gazastrook niet meer in. Beelden van Palestijnen met portretten van Bin Laden die `Hamas juicht Bin Laden toe' scanderen, doen immers de Palestijnse zaak in het Westen geen goed.