Magie langs de Douro

In het noorden van Portugal bloeit het volksgeloof nog volop. Hier gebeuren nog wonderen. Wie wil kan een tocht maken langs slangenkapellen, Mariastenen en duivelsruggen.

`Siberische husky te koop', staat er op een bordje. Arm beest! Wat is hij met zijn dikke bontjas ver afgedwaald van zijn noordelijke stamgebied, hier, in Jerusalem do Romeu, een heet bergdorp in het noordoosten van Portugal. Zelfs voor de inheemse gladakkers, die her en der in de schaduw van huizen en bomen voor pampus liggen, is de stoffige warmte al haast te veel.

Wij wandelen door het half-verlaten, half-bewoonde dorp, langs de van rotsstenen gebouwde huizen, bloeiende rozen en witte en roze oleanders. Er is geen ander geluid te horen dan duivengekoer en het piepen van vluchten zwaluwen.

Ons doel is Miranda do Douro aan de Portugees-Spaanse grens. Daar wacht ons Het Kindje Jezus met de Hoge Hoed. Het is beslist niet moeilijk om in het noorden van Portugal af te dalen in de schemerwereld van het volksgeloof. Vaak hebben oude geloofsvoorstellingen zich vermengd met de officiële leer van de katholieke kerk. Soms met wonderbaarlijk resultaat. Nog altijd is Portugal een plaats waar wonderen gebeuren. Wie dat wil zou een boeiende tocht kunnen maken langs duivelsbruggen, slangenkapellen, volksheiligen, Mariastenen en andere heilige plekken. Bij een grafruiming vindt men het nagenoeg ongeschonden lijk van een man die al vijftig jaar dood is; elders spreekt een vrouw, die al jarenlang vast, in tongen. Dan heeft de bedevaartganger weinig aansporing nodig om op pad te gaan. Hoewel de pastoor lang niet altijd zijn zegen geeft aan een lokaal mirakel, valt het in de praktijk niet mee zich tegen het spontane geloof van het volk te verzetten.

Nu en dan wijken we van de snelweg af die Porto met het transmontaanse achterland verbindt. Zo zoeken we in het onaanzienlijke Felgueires naar een zogenaamde `fallussteen'. Tijdens bepaalde heiligenfeesten maakten vrouwen die maar niet zwanger wilden worden een rondgang om de steen. Voor ons gevoel is de steen zo aseksueel als een steen maar kan zijn. Even later blijft onze speurende blik aan een kapelletje haken dat bij een heel anders gevormd rotsblok is neergezet - met enige fantasie kon je daarin wel een uit de grond oprijzend mannelijk lid zien.

Het landschap wordt steeds droger en steniger. Steile rivierterrassen zijn beplant met olijfbomen en wijnstokken. Binnen omheiningen van gestapelde muurtjes scharrelt vee rond dat voorzien is van forse, gekrulde horens. De plaatsnamen worden tweetalig, Portugees en Mirandees; volgens taalkundigen lijkt het Mirandees, dat zich niet met Portugees en Spaans heeft vermengd, op (vulgair) Latijn. Om de bocht van de Douro kondigt Miranda zich aan met het verbrokkelde silhouet van een kasteelruïne en de twee torens van een massieve kathedraal.

De oude stadswal biedt een weids uitzicht op het diep uitgesneden dal van de Douro en de schaars beboste berghellingen erachter. Op weg naar het centrum lopen we even binnen in de Kerk van de Barmhartigheid. Achter het altaar is alles barok en bladgoud wat de klok slaat. Een prachtig uit hout gesneden voorstelling toont een door heiligen omringde Christus; engelen blazen op bazuinen, duivels drijven de zielen van verdoemden naar de geopende muil van een hellehond. Zo werd zelfs aan analfabeten de kern van de bijbelse boodschap duidelijk gemaakt.

Zowel binnen als buiten is de kerk rijkelijk van jakobsschelpen voorzien. Het kan niet anders of Miranda ligt op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. De plaats ligt overigens ook nog op een andere route: die van Don Quichotte. De ijverige lezer zal de naam van Miranda een paar keer in Cervantes' meesterwerk aantreffen. Volg je de Spaans-Portugese Don Quichotte-route, dan rij je als het ware over de bladzijden van een opengeslagen avonturenboek.

Iets terzijde van het altaar trekt een opmerkelijke reliekschrijn onze aandacht. Daar bevindt zich het beeld van een klein kereltje, hoed op en gekleed in een galajasje met rode sjerp, dat met een geheven vingertje en een rijksappel in de andere hand parmantig om zich heen kijkt. Hij heeft het gladde gezicht van een Engelse plattelandsjongen. Aan zijn voeten liggen overhemden, schoentjes, doopsokjes en hoedjes uitgestald. Hij lijkt nog het meest op een van de magisch-realistische schilderijen van Carel Willink.

De legende over Het Kindje met de Hoge Hoed gaat terug op oude tijden, toen de stad weer eens belegerd werd door Spaanse troepen. Toen de nood het hoogst was, trad een onbekend knaapje naar voren; zijn flinke woorden pepten het moreel van de belegerden weer op. En werkelijk, onder zijn leiding wisten de Mirandezen de vijand te verdrijven. Waarna de kleine generaal spoorloos verdween.

Men besefte meteen dat er een wonder was geschied. Niemand anders dan de Zoon Gods was de stad te hulp geschoten. Het beeld, dat later aan de kerk werd geschonken, kreeg een eigen, opvallende plek. De kleding wordt aan het seizoen aangepast. Bij processies wordt het Kindje triomfantelijk door de bochtige straatjes van de stad meegedragen. Soms gaat het dan gehuld in een soort bruine monnikspij, een traditioneel kledingstuk in deze contreien. Ineens beseffen wij dat het hier 's winters bar koud moet zijn. Dan hoeft een husky zich hier ook helemaal niet ontheemd te voelen.

In het plaatselijke museum zien wij in een zaaltje met klederdrachten dezelfde pij om de schouders van een pop hangen. Daar komen we ook de `pauliteiros' tegen, de stokdansers, die hun kunsten op sommige feestdagen vertonen. Vroeger, toen hun krijgsdans nog geen folklore was geworden, hield men in plaats van een stok een zwaard in de hand. In een andere zaal stuiten we op een vreemd gezelschap dat duivels- en stierenmaskers draagt. Aan hun handen bengelen worsten en varkensblazen. Een figuur heeft zelfs een koebel tussen de benen. Deze lieden - in feite gekerstende heidense natuurgeesten - vertonen zich alleen op het winterfeest.

Ten zuiden van Miranda dalen we af naar de Douro waarin het ene stuwmeer na het andere is aangelegd. In de diepte horen wij de krachtcentrale brommen. Op de steile oever toont een vijgeboom zijn groene vruchten en een cactus zijn gele bloemen. Op rotswanden en scheefgezakte schuurtjes staat steeds dezelfde kreet: `Leve de koning!' Kennelijk houdt men er in Trás-os-Montes andere politieke idealen op na dan in Porto of Lissabon.