Leve de marktwerking, maar niet overal

Marktwerking moest de overheid weer nieuw elan geven, was zeven jaar lang het adagium van twee opeenvolgende paarse kabinetten. Een overheid die zich concentreert op haar kerntaken kan haar organisatie efficiënter inrichten en haar bestuurlijke taken beter uitvoeren. Liberalisering en privatisering van traditionele nutsbedrijven als het spoor, telecom en energie kregen gestalte. Om te voorkomen dat de markt in haar ontwikkeling de overheid te veel achter zich zou laten, werd het MDW-project gestart, onder verantwoordelijkheid van voormalig minister Hans Wijers (D66, Economische Zaken). MDW staat voor Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit. Overheidsorganisaties moesten leren marktgerichter te opereren, het bedrijfsleven moest niet meer opgezadeld worden met een woud aan regelgeving en vergunningen. Het wetgevingsapparaat moest gescreend worden op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.

De `fluwelen revolutie' achter deze MDW-operatie heeft het nodige opgeleverd: verruiming van de winkelsluitingstijdenwet heeft het mogelijk gemaakt dat honderdduizenden mensen boodschappen ook na het werk en op zondag kunnen doen. Het vrijgeven van de advocatuur heeft de `advocaat in loondienst' mogelijk gemaakt. Morgen spreekt het kabinet over de afschaffing van de numerus fixus bij medische opleidingen. Het loodswezen is concurrerender gemaakt, de notarissen moeten tegen elkaar opbieden. In de zorg en het onderwijs is de consument belangrijker geworden en wordt de vraag bepalend voor het aanbod. Maar die fluwelen revolutie had ook haar schaduwzijden, zoals de tot nu toe mislukte liberalisering van de taxibranche, het fiasco van het terugdringen van de administratieve lasten voor het bedrijfsleven en het veilen van locaties voor benzinepompen langs de rijkswegen.

Vanmiddag is in Den Haag een congres gehouden over de resultaten en de toekomst van MDW. Voorafgaand daaraan sprak deze krant met de twee verantwoordelijke bewindslieden, Annemarie Jorritsma (Economische Zaken, VVD) en Benk Korthals (Justitie, VVD). Een true believer en een scepticus over de toekomst van de marktwerking.

`Marktwerking is een onderwerp waarvan de televisiecamera's niet gaan zoemen als er over gesproken wordt in de Tweede Kamer. Maar inmiddels hebben betrokken departementen de voordelen van dit proces gezien en er hun bijdrage aan geleverd. En intern beseft nu iedereen dat succes afhankelijk is van draagvlak. Dat hebben we gemerkt bij de discussie over het kansspelbeleid. Daar is, denk ik, iets te ambiteus ingezet, te veel geredeneerd vanuit de markt zonder rekening te houden met de maatschappelijke aspecten. Er waren vergaande ideeën over de vrije vestiging van casino's, hoe internet in de kansspelbranche een plaats zou krijgen en de mogelijkheden om de lotto uit te breiden. Maar het ontbrak aan politiek en maatschappelijk draagvlak. De overheid moet een rol spelen als het gaat om kansspelbeleid. Al was het maar vanwege de bij deze branche behorende maatschappelijke aspecten van verslaving en criminaliteit.

,,De overheid stoot taken af, maar er komen ook weer nieuwe bij. Denk maar aan de internationale wetten en regels die steeds indringender hun stempel op de Nederlandse samenleving drukken. Er zal altijd een systeem blijven waardoor de overheid dan weer uitdijt, om vervolgens weer in te krimpen. De overheid zal de komende jaren ook meer en meer de taak van aanjager op zich gaan nemen. Trends signaleren, de zaken aanzwengelen en uiteindelijk een stapje terug doen als blijkt dat de markt het zelf aankan.

`Voor Justitie is de kwaliteit van de wetgeving vanzelfsprekend van groot belang. Wat mij betreft gaan we de komende jaren meer aandacht besteden aan de handhaving van alle wetten. We hebben de laatste maanden al erkend dat dat het grote probleem is waar de overheid nu mee kampt. Enschede en Volendam hebben dat ook keihard bevestigd. Het probleem is dat je in zo'n proces van verbeterde handhaving ook tegenkrachten gaat oproepen. Van mensen die vinden dat het onrechtvaardig is om na jarenlang gedogen de handhaving aan te scherpen. We zijn wat betreft dat gedogen ook wel erg ver weggezakt. Jarenlang was er meer belangstelling voor het blind opstellen van regels dan voor de handhaving of de handhaafbaarheid ervan. Er was ook nauwelijks contact tussen de opstellers van regels en degenen die verantwoordelijkheid hebben voor de handhaving. Zo hebben we een cultuur gecreëerd van `alles mag en de regels interpreteren we allemaal zelf wel'. Daar zijn we nu van terug aan het komen.

,,Privatisering is geen heilige koe. We hebben de afgelopen jaren ervaring opgedaan met meerdere privatiseringsoperaties en een beter zicht gekregen op de consequenties van de marktwerking. Het is niet ondenkbaar dat de huidige marktwerkingsgolf met al zijn privatiseringen een tijdsgebonden, conjuncturele golf is. Moet je Schiphol bijvoorbeeld wel willen privatiseren? Je kunt aan de hand van de privatisering van het gevangeniswezen op de Antillen het denken over dergelijke operaties in Nederland bijstellen. Je kunt de gevangenis zelf niet privatiseren, maar wel onderdelen ervan. De wasfaciliteiten, de catering, dat soort zaken. Maar niet de beveiliging. En ook niet het gebouw zelf. Anders kunnen we bij wijze van spreke de situatie krijgen dat een crimineel kan zeggen dat hij in zijn eigen gevangenis zit.

`Het moet ook mogelijk zijn om bepaalde privatiseringen terug te draaien. Dat is afhankelijk van de tijdgeest. Je kunt je met de huidige inzichten afvragen of de privatisering van KPN nu zo'n groot succes geweest is. En de NS? Ik denk dat je railinfrastructuur, eigenlijk de infrastructuur in zijn algemeen, nooit echt helemaal moet privatiseren. Dat zijn terreinen waarin de overheid een monopolopositie bekleedt. Maar er is een verschil tussen privatiseren of het zo efficiënt mogelijk de winst van marktwerking uit te buiten. Het kan best zijn dat bepaalde geprivatiseerde sectoren weer worden teruggebracht bij de overheid en dat we toch doorgaan met marktwerking bevorderen. Waar de tucht van de markt ontbreekt om de organisatie goed te laten functioneren, is er altijd nog de tucht van de controle. Goed en zorgvuldig vastgelegd in wet- en regelgeving.

,,Persoonlijk zou ik graag de werking van het stelsel van individuele huursubsidie doorgelicht willen zien. Wordt het geld doelmatig uitgekeerd? Komt het inderdaad terecht bij de mensen voor wie het bedoeld is? Wat zijn de consequenties voor het doorstromingsbeleid op de woningmarkt? Ik wil weten of dat stelsel van huursubsidie geen doel op zichzelf geworden is. Want bij deze operatie gaat het niet alleen om de effectiviteit en de handhaafbaarheid van strafrechtelijke, maar ook van bestuursrechtelijke trajecten.''