Last van getallengekte

Dini Besems ontwerpt niet om te verfraaien. Ze maakte een parelketting van bordkrijt, een stoel met mathematische afmetingen. Deel 4 in een serie over jonge ontwerpers

Ooit wilde Dinie Besems (35) een ondraagbaar sieraad ontwerpen. Ze maakte afdrukken van littekens op haar lichaam en klonk die als schakels van 2 bij 2 centimeter aan elkaar tot een collier. ,,Ik dacht: die lelijkheid wil niemand dragen. Maar een vriendin van me kocht het en draagt de ketting nu bijna dagelijks. Loopt zij dus rond met mijn idee van ondraagbaarheid.''

Dinie Besems is niet een sieraadontwerper wier creaties zijn te vangen in aanduidingen als `een serie met bolle vormen' of `tien variaties met robijnen'. Ze noemt zichzelf ook niet graag vormgever, dat zou te veel nadruk leggen op het belang van vorm. Liever gebruikt ze de term `betekenisgever'. Al bijna tien jaar lang baant ze haar eigen pad door het niemandsland tussen beeldende kunst, vormgeving en edelsmederij. Besems: ,,Ik heb me lange tijd beziggehouden met sieraden, maar sieraden zijn te toegepast om te laten zien wat ik wil. Inmiddels maak ik ook boeken en stoelen.''

Constante in haar werk is het conceptuele uitgangspunt. Het basisidee kan een handeling zijn, zoals het snijden van een rookworst in de keuken. Besems kopiëerde deze handeling in hol gegoten zilver en maakte van de uitgeholde plakjes worst de schakels van een collier. De kontjes deden dienst als oorstekers. In haar samenwerking met modeontwerper Peter Jeroense was de krijtstreep de inspiratiebron: bij Jeroense's muisgrijze japon maakte Besems een lange ketting van parels uit bordkrijt, die bij iedere beweging een streepje achterlieten.

Maar woorden zijn ook heel belangrijk. ,,Ik liep bijvoorbeeld maandenlang met het woord `krat' rond. Zo'n woord wordt een vriend totdat het er op een gegeven moment uit moet. En dan maak ik dus een kratje.'' Niet zomaar een kratje, laat dat duidelijk zijn. Besems flessenbak is een miniatuurdoosje waarvan de handvatten perfect de maten van de hand volgen. Als er één inspiratiebron is die alle andere overheerst, dan is het wel Besems' mathematische obsessie met lichaamsmaten en cijferreeksen. ,,Ik lijd aan een soort getallengekte'', geeft ze toe. ,,De stoel die ik laatst maakte van afvalhout meet 11x22x33x44x77 centimeter. En nu ben ik bezig met een serie bouwblokken van een decimeter bij een decimeter. Die standaardmaat is gebaseerd op een straatklinker, die ik in brons ga gieten en verzilveren. Het is een bescheiden maat, maar ik hou van kleine dingen die je van dichtbij kunt bekijken. Platte kralen, zilveren tegeltjes, afgietsels van vierkant geknipte boombladeren, alles is mogelijk in deze serie. Dat herhalen van een vorm is een bijna kinderlijk verlangen. Een peuter leest een boekje ook tien keer; dan pas wordt het leuk.''

Ornamenteren doet Besems niet, daar ziet ze de noodzaak niet van in. Het gaat haar om het overbrengen van een idee, niet om verfraaiing. Maar ook zij belandt soms op een punt dat het idee oplost en een artistiek vacuüm dreigt. ,,Dan wordt het te conceptueel en moet ik terug naar het materiaal. Dan koop ik een halve kilo zilversnippers, afvalmateriaal van edelsmeden, en dan ga ik daar lekker mee aan de slag. Het levert vaak geen bruikbaar ontwerp op, maar het is nodig om weer verder te kunnen.''

,,Soms denk ik erover om `juwelenmonteur' te worden. Er zit een bepaalde glamour in dat werken met fonkelstenen. Ik heb laatst geprobeerd schoonheid mathematisch te benaderen door een serie ovalen volgens klassieke maatverhoudingen aan elkaar te koppelen. Ze waren verchroomd, zodat je een mooi glimeffect kreeg. Maar wanneer ik de formule heb gevonden, houdt het voor mij op. Laat anderen het vervolg maar bedenken.''