Korthals wijt vrijlating Algerijn aan rechtbank

De vrijlating van een Algerijn die in Rotterdam was opgepakt op verdenking van terroristische handelingen, is te wijten aan de vreemdelingenkamer van de rechtbank in Haarlem. Dit schrijft minister Korthals (Justitie) in een brief aan de Tweede Kamer.

Volgens Korthals heeft de vreemdelingenkamer ten onrechte de handelwijze van het openbaar ministerie (OM) in het strafrechtelijk onderzoek naar de Algerijn, betrokken in de beoordeling over de verlenging van diens hechtenis als illegale vreemdeling.

De Kamer zou vanmiddag een debat aan de zaak wijden. Gisteren werd duidelijk dat de Algerijn, een van de vier mannen die kort na 11 september in Rotterdam werden aangehouden op verdenking van het beramen van terroristische aanslagen, vorige week ten onrechte door de vreemdelingenkamer van de Haarlemse rechtbank in vrijheid was gesteld. De man verscheen voor de vreemdelingenkamer nadat het OM de voorlopige hechtenis had opgeheven.

Daarop werd de Algerijn, die illegaal in Nederland verbleef, overgedragen aan de Vreemdelingendienst, die hem opnieuw in hechtenis nam. In een standaardprocedure ter verlenging van die hechtenis kwam volgens de Haarlemse rechtbank aan de orde dat de man in het strafrechtelijk onderzoek niet tijdig aan de rechter-commissaris was voorgeleid. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het ministerie van Justitie kon dit niet op de zitting weerleggen. Daarop stelde de Haarlemse rechtbank de Algerijn in vrijheid. Gisteren verklaarde persrechter Mondt dat inmiddels vaststaat dat de Algerijn wél tijdig is voorgeleid en dat de invrijheidstelling was gebaseerd op incorrecte informatie van de IND.

Korthals schrijft echter aan de Kamer dat de IND de informatie over het strafrechtelijk onderzoek niet aan de vreemdelingenkamer hóefde voor te leggen. Ook had de rechter de IND niet expliciet duidelijk gemaakt dat informatie over de voorgeleiding werd gevorderd. Volgens de minister blijkt uit jurisprudentie van de Raad van State dat de rechter in vreemdelingenzaken niet wordt geacht te oordelen over eerder strafrechtelijk onderzoek.

De uitspraak van de vreemdelingenkamer over de Algerijn staat volgens Korthals ,,op gespannen voet'' met de jurisprudentie. Hij heeft daarom hoger beroep ingesteld.

Volgens de advocaat van de Algerijn, S. Sewnath, was de rechter in de zaak van haar cliënt een invaller.

brief www.nrc.nl