Kok heeft genoeg aan macht van het woord

Het zijn weer drukke tijden voor minister-president Kok. Hij was het die afgelopen zondagavond op alle televisiezenders commentaar gaf op de toen net begonnen aanval op Afghanistan, en hij was het die afgelopen dinsdag in de Tweede Kamer als eerste het woord voerde over de gebeurtenissen, en hij is het die de ministeriële `doegroep' terrorismebestrijding voorzit die na de aanslagen van 11 september in de Verenigde Staten is ingesteld.

De premier, volgens het Nederlandse staatsrecht nog steeds niet meer dan primus inter pares, maar in de praktijk steeds meer een regeringsleider die zich qua statuur kan meten met collega's in het buitenland.

Alleen met één belangrijk verschil: zonder de daarbij behorende bevoegdheden. Want de Nederlandse minister-president is als het op aankomt ook echt niet meer dan de eerste onder zijn gelijken. ,,De curve stijgt snel. Ook bij het vorm en inhoud geven aan onze multiculturele samenleving die op dit moment onder druk staat speelt de minister-president een steeds belangrijker rol. Al deze ontwikkelingen markeren steeds meer een aparte en eigenstandige positie van de minister-president als regeringsleider. Hij is niet meer een primus inter pares, maar een echte regeringsleider'', concludeerde het Tweede Kamerlid Scheltema (D66) deze week tijdens de behandeling van de begroting van Algemene Zaken, Koks eigen departement.

Volgens haar wees deze opwaardering van de functie maar in één richting. De minister-president moet meer bevoegdheden hebben en rechtstreeks worden gekozen. Het is één van de punten waar D66 al sinds haar oprichting in 1966 voor ijvert.

Nieuwe structuren, meer bevoegdheden, voor Kok die aan zijn laatste jaar als premier bezig is hoeft het allemaal niet, zo maakte hij in hetzelfde Kamerdebat duidelijk. Wat hij doet is ,,richting geven, sturing aanbrengen, procesmatig initiaven nemen en enthousiasmeren''. En daarbij weegt ,,het woord van de minister-president zwaar zonder over grotere bevoedheden te beschikken'', zei Kok.

Het woord van de premier als ,,toegevoegde waarde'' bij wat individuele collega's in de ministerraad te berde brengen, daar gaat het volgens hem Kok om. En juist omdat hij weet dat het woord zwaar weegt, gaat hij ook ,,prudent'' om met het laten klinken van dat woord. Van belang is vooral de aanjaagfunctie die de minister-president kan spelen. En die kan weer het meeste inhoud krijgen ,,naarmate er niet te voorzichtig mee wordt omgegaan''.

En zo zal de minister-president met instemming van de meeste Kamerfracties zijn functie blijven vervullen zoals hij ook nu al doet. Binnen de grenzen van het staatsrecht, maar telkens aangepast aan de praktijk van de dag.

Dit alles tot extra tevredenheid van de VVD, de partij die wellicht de leverancier van de volgende minister-president zal zijn. ,,De neiging naar een presidentieel stelsel past niet in het Nederlandse staatsbestel. Wij willen een dergelijk systeem zeker niet'', aldus de waarschuwende woorden van Tweede-Kamerlid Ten Veldhuis.