Het spoor als ramp

Helemaal misgelopen is het met Railtrack, de onderneming die in Groot-Brittannië het spoorwegnet exploiteert. Een faillissement is onafwendbaar; schuldeisers, directie en aandeelhouders vallen ruziënd over elkaar heen. Voor de buitenstaander is het belangrijkste nieuws dat het bedrijf gehernationaliseerd wordt, hoewel de betrokkenen dat woord liever vermijden. Zo groot is kennelijk de bende waarin Railtrack is beland, dat de privatisering van 1996 nu door de Labour-regering ongedaan moet worden gemaakt. Dat is een postume nederlaag voor de Conservatieven. Zij brachten Railtrack als een van de laatste staatsbedrijven naar de beurs, in een meer dan vijftien jaar durende privatiseringsoperatie waarbij tientallen ondernemingen betrokken zijn geweest.

Het was niet premier Thatcher die Railtrack privatiseerde, maar haar opvolger Major. Thatcher, kampioen privatiseren, wist dat aan het verzelfstandigen van het spoor electorale risico's waren verbonden. Die is ze altijd uit de weg gegaan. Major nam halve maatregelen. Hij bracht Railtrack naar de beurs, maar bezwaard met een hypotheek uit het verleden.

De Britse spoorweginfrastructuur aan het eind van de vorige eeuw was in feite niet meer dan een failliete boedel. Railtrack kwam dan ook nooit helemaal los van de overheid. Geïnvesteerd werd er nauwelijks. Slecht management, schulden en een aantal opeenvolgende treinongelukken gaven de nekslag. De conclusie moet luiden dat de markt niet in staat is gebleken om het spoorwegnet doelmatig te beheren.

Het `nieuwe' Railtrack komt nu voor dezelfde vraag te staan als het oude. Geeft de overheid voldoende geld om de versleten rails, de verpauperde stations en het verouderde seinenstelsel aan te passen aan de eisen van de tijd? Het bedrag dat daarmee is gemoeid, loopt in de miljarden. De keuze is aan Blair en de zijnen, die blijkens recente uitlatingen van de premier lelijk in hun maag zitten met de geprivatiseerde spoorwegen. ,,Een ramp'', noemde Blair ze.

Maar bij die constatering mag het niet blijven. Railtrack is een test voor Labour, de partij die zo graag met haar nieuwe en moderne aanpak pronkt. Ze heeft de historische kans om een veilig en efficiënt railnet op te bouwen. Exploitatie daarvan moet liggen bij een overheid die bereid is om te investeren zonder zicht op grote winstgevendheid. Het kost een paar centen, maar de Britse treinreizigers, getart electoraat, smeken er om. Ze zijn het ongemak zat.

Wat is hiervan de les voor Nederland? De situatie hier is iets anders omdat de bedrijven belast met de railinfrastructuur weliswaar onder de verzelfstandigde NS vallen, maar door Den Haag worden gefinancierd. Het is verstandig om veiligheid, onderhoud, uitbreiding en toewijzing van het spoorwegnet uiteindelijk geheel bij de overheid onder te brengen. Verder is het zaak om de ontwikkelingen met de `ramp' van de geprivatiseerde spoorwegen in Groot-Brittannië nauwlettend te volgen. Al is de toestand misschien onvergelijkbaar – een woord waarachter het prettig schuilen is – Britse fouten moeten hier worden vermeden. NS is al kwetsbaar genoeg.