Het gaat er niet om wát je studeert, maar wáár

Kies je voor Groningen of meteen voor Bologna? Studie in het buitenland: minister Hermans is een voorstander en past de studiefinanciering aan. Waar kan het, wie betaalt het en wat levert het eigenlijk op?

Alle kiezen is moeilijk. Het begint bij de schoolkeuze, daarna op goed geluk een `profiel' en aan het einde van de middelbare school een studie of opleiding aan universiteit of hogeschool. Maar dan ben je er nog niet. In het curriculum ontbreekt de studie in het buitenland. Of, zoals studenten het zelf zeggen: zonder jaartje buitenland kun je een goede baan vergeten.

Was het een paar jaar geleden nog bijzonder en kostbaar om in het buitenland te gaan studeren, nu wordt het voor iedereen mogelijk gemaakt. Minister Hermans van Onderwijs is er een voorstander van. Bij de opening van het academisch jaar zei hij in het Radio 1 journaal dat het niet telt wát je gestudeerd hebt maar wáár je gestudeerd hebt. Dat kan in Nederland zijn – Nederlandse opleidingen staan internationaal immers hoog aangeschreven – of daarbuiten. Vanaf 2003 geldt de studiebeurs ook voor studenten die een Europese universiteit prefereren boven een Nederlandse.

,,Dat lijkt heel wat'', zegt Kees Kouwenaar van de Nuffic, de organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs, ,,maar het is niet nieuw. Als je binnen de Europese Unie wil gaan studeren, krijg je in het Erasmus-programma nu ook al compensatie.'' En met de VISIE-beurs (Volledige Internationale Studie In Europa) kunnen aankomende studenten een volledige studie in een ander Europees land volgen. Dan kies je bijvoorbeeld niet voor Groningen maar meteen voor Bologna. Deze beurs komt in plaats van de studiefinanciering en bedraagt 694 gulden per maand. Hermans wil deze beurs nu dus omzetten in een algemene regel.

Kouwenaar: ,,Prima, maar het is niet afdoende. Studeren in een ander land brengt extra kosten met zich mee die met alleen studiefinanciering niet gedekt worden. Daarbij komt dat de plannen van minister Hermans in eerste instantie op Europa zijn gericht,terwijl een grote groep studenten gedurende of na hun studie juist naar de Verenigde Staten, Azië of Zuid-Afrika wil.''

De weg naar de felbegeerde studie in het buitenland is niet moeilijk te vinden. Inlichtingen erover zijn in eerste instantie te verkrijgen bij de eigen faculteit. Daar kent men de lopende buitenlandse programma's en weet men welke universiteiten goed aansluiten op de Nederlandse opleidingen. Bij de meer algemene bureaus Buitenland van de verschillende universiteiten kun je terecht voor een uitgebreider overzicht van partneruniversiteiten. Bij de Nuffic, beurzenbeheerder en algemeen adviseur, zijn gegevens over uitwisselingen, beurzen en andere praktische zaken op te vragen.

Volgens Sandra Dehue, coördinator uitwisselingsprogramma's voor de Universiteit Leiden, is er voor iedereen een gastuniversiteit te vinden. De studierichting maakt niet uit. Het is dus niet zo dat rechtenstudenten overal terecht kunnen terwijl een student biologie met moeite ergens geplaatst kan worden. Studeren in het buitenland is volgens haar om meer redenen aan te raden: om inhoudelijk kennis op te doen en studiepunten te behalen, maar ook omdat het leerzaam is een tijdje te functioneren in een andere maatschappij.

Dehue: ,,Als je tijdens de studie al eens een andere cultuur hebt meegemaakt, schrikt de internationale arbeidsmarkt minder af. Bij veel banen wordt het ook verwacht dat je een internationale ervaring hebt.''

Dehue raadt studenten aan in hun derde of vierde jaar naar het buitenland te gaan, omdat je dan gerichter vakken kunt kiezen. De ervaring leert dat studenten ná hun studie niet zo gemakkelijk meer weg gaan, tenzij het een vervolgstudie of promotieonderzoek betreft. Zo zijn er dit jaar veertien afgestudeerde studenten uit Leiden met een Talentenbeurs naar het buitenland vertrokken.

Kouwenaar, hoofd van de afdeling Internationalisering van de Nuffic, voegt daaraan toe dat het niet zozeer de buitenlandse studie is die telt, maar vooral de `instelling' die de student ermee verwerft. Kouwenaar: ,,Als je een werkgever vraagt: vinden jullie studeren in het buitenland belangrijk voor een cv, zal hij dat ontkennen en zeggen: het enige wat telt zijn de competenties van de man of vrouw. Dat vind ik grappig, want hij beseft niet dat de student die competenties en flexibiliteit heeft verkregen door studie in het buitenland.''

Hoewel het niet altijd om de concrete inhoud van de studie gaat, is het wel van belang dat de opleiding voldoende kwaliteit heeft. Dehue: ,,Wij doen niet met alle universiteiten zaken. Het moet een gerenommeerde instelling zijn. Anders lopen studenten het risico dat ze er geen studiepunten voor krijgen. En dat kunnen ze zich niet veroorloven.'' De Leidse universiteit heeft met een groot aantal buitenlandse universiteiten uitwisselingsprogramma's afgesloten waardoor Leidse studenten aan die universiteiten geen collegegeld hoeven te betalen.

Dehue: ,,We hebben ongeveer zeventig partneruniversiteiten buiten Europa. Ook doet Leiden mee met het Europese Erasmus-uitwisselingsprogramma, waardoor onze studenten keuzen hebben uit zo'n tweehonderd bestemmingen.'' En via International Student Exchange Program (ISEP) kunnen studenten kiezen uit nog eens honderd universiteiten in de Verenigde Staten en verschillende in andere werelddelen. Naast de ruime keuze en vrijstelling van collegegeld biedt ISEP een gunstige financiële regeling voor huisvesting, waardoor studeren in Amerika betaalbaar wordt.

Studenten kunnen ook gebruik maken van hun eigen professoren; deze kennen collega's aan buitenlandse universiteiten en weten wat het niveau van het onderwijs is. Al lukt het ook de professor niet altijd om zijn programma rond te krijgen. Zo vertelde een student in de trein dat zijn professor een uitwisseling had geregeld voor een groep van vijftig studenten uit Rotterdam die naar Amerika zouden gaan. Alles leek rond, vertelde de jongen aan zijn vriend, maar het project ketste af omdat er maar tien Amerikaanse studenten in ruil zouden komen.

Professoren houden het niveau van elkaars onderwijs in de gaten en universiteiten meten zich met elkaar. Ook de Nuffic heeft zich als belangrijke taak gesteld de kwaliteit van buitenlandse instellingen in kaart te brengen. Via het zogeheten European Credit Transfer System (ECTS) worden cijfers in binnen- en buitenland zo veel mogelijk vertaald naar een standaardsysteem. Dat moet ervoor zorgen dat een voldoende in het ene land geen onvoldoende in een ander land zou zijn en omgekeerd. Dit levert een soort studiepuntensysteem op voor heel Europa, waarbij net als in het Nederlandse systeem de studielast van de verschillende vakken in punten wordt uitgedrukt. De Nuffic zou er een voorstander van zijn als het ECTS ook aan Nederlandse instellingen zou worden gehanteerd, want dan zijn conversietabellen hier niet langer nodig. Binnen de Nuffic is er een afdeling Diplomawaardering & Onderwijsvergelijking die alle diploma's van universiteiten kan vertalen naar Nederlandse maatstaven. Tevens kan een Nederlands diploma vertaald worden naar een buitenlands onderwijssysteem.

Studeren in het buitenland kost in de meeste gevallen veel geld. Amerikaanse universiteiten bijvoorbeeld vragen duizenden guldens collegegeld en de woonlasten in het buitenland zijn meestal hoger dan in een Nederlandse studentenstad. De Nederlandse studiefinanciering dekt nog niet eens de reis naar het land van bestemming. Vroeger sprongen rijke ouders bij of stak de student zich diep in de schulden, waardoor het snel vinden van een baan bijna belangrijker werd dan de studie. Nu is er voor bijna iedereen die dat wil een beurs. Jaarlijks zijn er enkele duizenden beurzen voor studie in het buitenland te vergeven.

De Nuffic is de grote beurzenbeheerder van het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap. Daarnaast doet de Nuffic ook de VSB-beurzen voor de Stichting VSB-fonds. Voor beurzen voor studie in de VS kunnen studenten terecht bij de NACEE, de Netherlands America Commission for Educational Exchange (www.nacee.nl). Daarnaast stellen de universiteiten zelf beurzen ter beschikking, terwijl ook in het land van bestemming of de gastuniversiteit beurzen verkrijgbaar zijn. Via websites als www.wilweg.nl en www.nuffic.nl heeft iedereen toegang tot de zogenaamde Beursopener waar alle beschikbare beurzen en speciale programma's op vermeld staan.

Lang niet alle studenten maken gebruik van bestaande arrangementen. Volgens Sandra Dehue van de Universiteit Leiden bestaat er een grote groep free movers, studenten of afgestudeerden die hun eigen weg gaan. Ze gaan niet naar een universiteit waarmee een uitwisselingsprogramma bestaat en benutten geen (Nederlandse) beurs. De buitenlandbureaus van de universiteiten en ook de Nuffic helpen deze studenten wel op weg, maar staan niet in voor de studieresultaten en de eventuele Nederlandse erkenning van behaalde diploma's. Kouwenaar: ,,Maar we bevorderen het wel, omdat studeren in het buitenland onomstotelijk goed is voor de mensen, afzonderlijk en samen.''