Erotische zwammen

Dankzij het warme en vochtige weer beleeft de natuur een tweede bloei, dit keer niet van bloemen maar van paddestoelen. Onstuitbaar dringen al die ogenschijnlijk zwakke hoeden in bos en berm door de humuslaag heen. Samen met het afvallende loof geven ze kleur aan het herfstbos. Maar hoe kom je achter de namen van al die bizarre vertegenwoordigers van het zwammenrijk? Volgens een voorzichtige schatting kent de gemiddelde Nederlander niet meer dan drie of vier namen – de vliegenzwam natuurlijk, het eekhoorntjesbrood, de cantharel en vooruit, het elfenbankje. Wie zijn kennis wil vergroten of bijspijkeren, kan het beste met een excursie meegaan.

De laatste tijd liep ik verschillende keren mee. Nu eens met een boswachter, dan weer met een echte deskundige. Er zijn twee soorten deelnemers op wie deze gidsen het niet zo begrepen hebben – gretige plukkers en verzamelaars van paddo's. De eersten gaat het vooral om de cantharel, die weer in opkomst is. De liefhebbers van paddo's zijn gespitst op kaalkopjes die met name op mesthopen in het open veld te vinden zijn. `Hallucinogeen' luidt de toevoeging in de boeken bij twee bescheiden zwammetjes, het puntig kaalkopje en het franjekaalkopje. Sommigen brouwen er soep van, echte heksensoep dus.

De gids moet echt goed thuis zijn in de materie, want alle deelnemers hebben de gewoonte hun vinger naar elke paddestoel uit te steken en naar de naam te vragen. Dat betekent dat je vele honderden soorten (in totaal gaat het in Nederland om een kleine vierduizend), die vaak sterk op elkaar lijken, moet kennen. Echte mycologen (zwammenexperts) beschikken over allerlei foefjes om de ene familie en de ene soort van de andere te onderscheiden. Maar een amateur komt soms voor vele verrassingen te staan.

Zo was ik laatst met een alleraardigste boswachter op stap die zich kennelijk eerst niet op de hoogte had gesteld van de vele nieuwkomers in het door ons te doorkruisen bos. `Wat een leuk zwammetje!' luidde meestal zijn openingszin, als hij bij een aangewezen exemplaar neerknielde. Daarna hield hij een spiegeltje onder de hoed, opdat iedereen de mooi gevormde lamellen kon zien. `Ik denk een melkzwammetje', zei hij dan. Om dat zeker te weten, moest hij het vlees echter kneuzen, en dat ging hem aan het hart. Lag de paddestoel ondersteboven, en begon hij na een kneep in de lamellen niet te `melken', dan hield hij het meestal op een `ridderzwammetje'. In zijn baard hoorde ik hem mompelen over `ridders en schijnridders'. Op zeker moment begon hij zijn tred te versnellen en allerlei vreemde zwammen te negeren. Hij wilde eigenlijk alleen iets vertellen over goede bekenden, zoals het rodekoolzwammetje en de boschampignon.

De gids, die ons laatst in de buurt van Ravenswoud rondleidde, was meer het type van de dorpsonderwijzer. Aan het begin van de wandeling strooide hij wat broodkruimels uit een zakje, om de `bosgeesten mild te stemmen'. Dat deden ze vroeger ook, lichtte hij toe, in de hoop een rijke zwammenflora in het bos aan te treffen. En werkelijk, onze oogst was rijk; laat ik hier slechts de grote oranje bekerzwam, de groene glibberzwam (die uit gelatine gemaakt lijkt te zijn), de radijsvaalhoed en de parelamaniet noemen. De laatste is niet giftig, in tegenstelling tot de panteramaniet, die er sterk op lijkt. Toen de Larousse Encyclopedie het omgekeerde beweerde, moest de hele oplage van 400.000 exemplaren vernietigd worden.

Bij vele soorten had onze leidsman een verhaal bij de hand. Moederkoren, een schimmel op graan, zorgde vroeger voor voedselvergiftigingen. Bekend ook is het apocriefe verhaal over de zuster van Darwin, die het uiterlijk van de Phallus impudicus (grote stinkzwam) zo aanstootgevend vond dat zij die elke herfst uit haar tuin liet verwijderen. De wereld van de mycologie heeft toch al een duidelijk erotische ondertoon. Zo ruiken vezelkoppen naar sperma en herinneren woorden als `schede', `volva' (`beurs') en `hymenium' (kiemvlies; hymen = maagdenvlies) aan een seksuologisch handboek.

`Heeft u wel eens een pruikzwam gezien?' vroeg ik laatst aan een expert. Deze zwam hangt soms als een wit bevroren watervalletje uit de oksel van een oude beuk.

`Jazeker', zei hij, `daar kreeg ik bijna een mycologisch orgasme van.'