Economen VS krijgen Nobelprijs

De Nobelprijs voor de economie is dit jaar toegekend aan de Amerikaanse economen George Akerlof, Michael Spence en Joseph Stiglitz. Dit heeft de Koninklijke Zweedse Academie voor de Wetenschappen bekendgemaakt.

De drie krijgen de prijs voor hun werk bij het maken van analyses op markten met `ongelijke informatie'. Daarmee hebben ze de basis gelegd voor de moderne theorie over de informatie-economie, door uit te werken wat er gebeurt als sommigen in een markt meer weten dan anderen. De theorieën zijn toepasbaar op een scala van onderwerpen, van verzekeren tot de markt voor tweedehands auto's of de arbeidsmarkt.

Niet-perfecte markten en ongelijkheid van informatie spelen een rol bij bijvoorbeeld het bestrijden van handel met voorkennis op de financiële markten, of het beschikbaar maken van persoonlijke medische gegevens aan verzekeraars.

De 61-jarige Akerlof is hoogleraar economie aan de Berkeley-universiteit. Spence, 58 jaar, was verbonden aan de universiteiten van Harvard en Stanford. Stiglitz is ook 58 en hoogleraar economie aan de universiteit van Columbia. Daarvoor was hij economisch adviseur van het Witte Huis en chef-econoom bij de Wereldbank. In die laatste hoedanigheid leverde hij zware kritiek op de economische uitgangspunten van de Wereldbank zelf en van het Internationale Monetaire Fonds tijdens de Azië-crisis. Stiglitz verliet daarna de Wereldbank, en keerde twee jaar geleden terug naar de academische wereld. De drie laureaten delen de prijs van 10 miljoen Zweedse kroon (2,3 miljoen gulden).

nobelprijs: pagina 17