`Dreuf Marie' toont de elegante rijkdom van Gelderland

In zijn bijdrage aan de essaybundel bij de tentoonstelling De gouden eeuw van Gelre beschrijft historicus Willem Frijhoff het `Gelderlandgevoel'. Door de eeuwen heen lijkt een constante in dat sentiment te bestaan uit verschillen in de beleving van regionale identiteit tussen de Geldersman van, zeg, de Veluwe, uit Arnhem, of uit de Achterhoek. Dat fenomeen heeft zo zijn historische achtergrond, want het oude hertogdom Gelre – waartoe ook, nu Duitse, steden als Geldern, Goch en Kevelaer behoorden – was niet alleen groter dan het huidige Gelderland, het bestond ook uit vier losjes samenhangende gedeelten. De hoofdsteden van deze `kwartieren' waren Arnhem, Nijmegen en Zutphen, maar ook het Limburgse Roermond is een oude Gelderse hoofdstad. Een expositie in het Nijmeegse Museum Het Valkhof presenteert de kunst en cultuur van de late middeleeuwen in dat uitgestrekte gebied als de `gouden eeuw van Gelre'.

In die vijftiende en zestiende eeuw lijkt, ondanks alle verschillen en zelfs rivaliteit tussen de Gelderse streken en steden, het gemeenschappelijk identiteitsbesef in Gelre toch sterk te zijn gegroeid. Onder machtige hertogen als Karel van Egmond, kwamen in het hele gebied de hofcultuur, de kunsten en wetenschappen tot bloei. Om daar iets van te laten zien, zijn bruiklenen bijeen gebracht uit een bewonderenswaardig groot aantal musea, archieven en bibliotheken, maar ook van particulieren, parochies en schutterijen.

Het leven in de Gelderse steden wordt geïllustreerd met stadszegels en beulszwaarden, een lederen schoen en een wonderlijke, levensgrote hand van smeedijzer. Die was in de zestiende eeuw gemonteerd op een houten kruis dat diende als soevereiniteitsteken van de (nu Duitse) stad Viersen en heeft daar nog tot 1961 gestaan.

Van veel groter artistiek belang is de collectie boeken, handschriften en vroege drukken, die in de vijftiende en zestiende eeuw in Gelre tot stand zijn gekomen. Twee bladen uit een beroemd geïllumineerd gebedenboek, dat in 1415 is gemaakt voor hertogin Maria van Gelre en dat nu wordt bewaard in Berlijn en Wenen, laten zien hoe hoog het niveau van het werk van kopiisten en verluchters in Gelre was. Verschillende kunstenaars hebben gewerkt aan de miniaturen, en hun hand is duidelijk te herkennen. De zogenaamde `Passiemeester' toont in een voorstelling van de Kruisafneming een voorliefde voor de anekdotische weergave van de groep figuren die het lichaam van de gestorven Christus van het kruis halen. Een collega, bekend als de `Meester van Otto van Moerdrecht', schilderde daarentegen een statige, ongenaakbare Maria-met-kind, voor wie de hertogin zelf in aanbidding neerknielt. Het schaakbordpatroon op de achtergrond is rijk aan kostbaar bladgoud.

Een handschrift als dit getuigt van de verfijning van de Gelderse hofcultuur, waarvan door het reizende bestaan van de hertogen overigens relatief weinig is overgeleverd. Vergeleken daarbij is het gedeelte in de expositie dat de laatmiddeleeuwse religieuze cultuur in Gelre illustreert, van een verbluffende omvang en rijkdom. Dat geldt vooral voor de circa vijftig houten beelden die de kerken van het hertogdom hebben gesierd. De uitgestrektheid van het gebied maakt het mogelijk hier werken van meesters uit de Nederrijn, Brabant en het Maasland in al hun stilistische variatie naast elkaar te laten zien. In een elegante laatmiddeleeuwse stijl uitgevoerde heiligen en madonna's contrasteren er met werken waarin de classicistische vormentaal van de renaissance doorbreekt, zoals een expressieve Pietà uit de eerste decennia van de zestiende eeuw. Dat werk moet zijn gemaakt door een Oppergelders meester uit de omgeving van de beroemde Meester van Elsloo, die deze `Dreuf Marie'– de droevige Maria die de gestorven Christus beweent – maakte voor de Sint-Nicolaaskerk in Venlo, een modern Noord-Limburgs centrum waarvan je je nauwelijks meer kunt voorstellen dat het ooit Gelders was.

Tentoonstelling: De gouden eeuw van Gelre; kunst en cultuur in het oude hertogdom. Museum Het Valkhof, Nijmegen. T/m 18/11. Cat. en essaybundel samen ƒ85,- (in de museumwinkel, elders ƒ169,90). De expositie ook deels te zien in: Stedelijk Museum, Zutphen (1/12-10/2) en Stedelijk Museum Roermond (2/3-28/4). Inl.: (024) 3608805.