Baaierd van meningen over vuurwerkramp

De getuigen in het proces tegen de directeuren van S.E. Fireworks hebben nog niet veel helderheid verschaft. Vandaag en morgen zijn de twee zelf aan de beurt.

Gaten zou hij schieten in de stelling dat de vuurwerkramp in Enschede was veroorzaakt doordat bij S.E. Fireworks te veel en te zwaar vuurwerk was opgeslagen. Dat had advocaat P. Plasman, de verdediger van eigenaar R.Bakker, aangekondigd.

De 55 getuigenverhoren moesten minimaal zoveel twijfel zaaien dat de Almelose rechtbank aanvullend onderzoek of een reconstructie naar de gang van zaken op 13 mei 2000 zou gelasten.

Als vandaag en morgen de S.E. Fireworks-directeuren R. Bakker, W. Pater en diens partner M. Schippers gehoord zijn, neemt de rechtbank hier een beslissing over. De toegevoegde waarde van de verklaringen van de 18 getuigen die in het openbaar zijn gehoord, is op het eerste gezicht niet groot.

Want dat de kennis over vuurwerk in dit land ernstig tekortschiet, dat er geen lering is getrokken uit de vuurwerkramp in Culemborg en dat de gemeente Enschede uitermate laakbaar heeft gehandeld bij de vergunningverlening, dat was al eerder vastgesteld, niet alleen door de commissieOosting, maar ook via de verhoren in de civiele letselschadeprocedure bij de Haagse rechtbank.

Maar de Almelose rechtbank velt haar eigen oordeel over de vraag of Bakker en Pater zich schuldig hebben gemaakt aan overtreding van de milieuregels (maximaal zes jaar cel) en aan brand door schuld (maximaal één jaar cel). Een belangrijke rol hierbij spelen de technische onderzoeken naar de oorzaak van de ramp, uitgevoerd door TNO en NFI (Nederlands Forensisch Instituut). Deze rapporten zijn, zoals advocaat Plasman al had aangekondigd, niet ongeschonden uit de strijd gekomen.

Al dan niet daartoe aangespoord door rechtbankpresident H. Breitbarth (`U moet niet nadenken maar antwoorden'), legden de betrokken onderzoekers verklaringen af die op zijn minst ruimte gaven voor andere conclusies en die soms zelfs ronduit tegenstrijdig waren. Zo werd de conclusie ondergraven dat het vuurwerk bij S.E. Fireworks deels massa-explosief was. Niet alleen de definitie van massa-explosief vuurwerk is tijdens de onderzoeken bijgesteld, ook de gebruikte methodes om de kracht van vuurwerk te testen, weken af van wat voorgeschreven was, zo moesten de onderzoekers erkennen.

Dat er daarnaast is nagelaten om op het terrein van S.E. Fireworks gericht onderzoek te doen naar resten van explosieven, zou weer voeding kunnen geven aan de theorie van eigenaar Bakker en zijn advocaat dat de enorme explosies niet door vuurwerk maar door een ander en zwaarder explosief zijn veroorzaakt. De krater van dertien meter diep en anderhalve meter breed onder een van de vuurwerkbunkers moet hier dan een aanwijzing voor zijn. Probleem is alleen dat de verhoren geen enkele aanwijzing hebben opgeleverd voor de aanwezigheid van bijvoorbeeld springstof. Tegenover schriftelijke verklaringen van oud-medewerkers van Defensie, die de explosie in Enschede in verband brengen met springstof, staan ontkenningen van oud-eigenaar Smallenbroek van S.E. Fireworks en van onderzoekers van TNO en NFI.

Fireworks-eigenaar W. Pater is geen aanhanger van de complottheorie. Pater accepteert de uitleg dat er te veel en te zwaar vuurwerk lag, maar hij vindt dat dit hem niet alleen aangerekend mag worden. De overheid, die uitblinkt door een gebrek aan kennis en regelgeving op het gebied van vuurwerk, is in zijn ogen minimaal medeverantwoordelijk. De openbare verhoren van drie Enschedese ambtenaren toonden de desinteresse van de gemeente in vuurwerk nog eens overduidelijk aan. ,,Als ik zo terugkijk, weet ik eigenlijk niets van vuurwerk'', bekende controlerend ambtenaar Ten Bosch. Opvallend was dat de ambtenaren niet alleen door de verdediging maar ook door de rechtbank onder vuur werden genomen. ,,Deze twee heren'', concludeerde een van de rechters, doelend op de S.E. Fireworks-eigenaren Bakker en Pater, ,,worden verdacht van het overtreden van milieuvoorschiften, terwijl de gemeente ze niet eens handhaafde.'' Die ontboezeming zal de advocaten M. Balemans en J. Beliën, die de zieke raadsman G. Meijers vervingen, als muziek in de oren hebben geklonken, maar de vraag is in hoeverre ze er iets mee opschieten. Het openbaar ministerie heeft namelijk al in een eerder stadium besloten af te zien van het vervolgen van de gemeente Enschede of andere overheidsvertegenwoordigers. Een arrest van de Hoge Raad staat vervolging van overheden die een exlusieve taak uitoefenen, volgens justitie in Almelo in de weg.

De laakbare rol van de overheid en twijfel over de classificering van vuurwerk mogen dan tijdens de getuigenverhoren nog eens duidelijk zijn aangetoond, wat vooralsnog recht overeind blijft staan is een groot deel van wat Bakker en Pater ten laste is gelegd. En dat is dat er op 13 mei 2000 tegen de regels in vuurwerk lag in de ompakruimte (waar de brand is begonnen), dat er op het hele complex te veel vuurwerk was opgeslagen, dat er meer zeecontainers waren dan was toegestaan en dat de veiligheidsmaatregelen op het terrein volstrekt onvoldoende waren.

De verdediging mag in de technische onderzoeken na 13 mei 2000 gaten geschoten hebben, de lacunes in de bedrijfsvoering van S.E. Fireworks zijn ook door de getuigenverhoren niet gedicht.

Deze belastende feiten zullen ongetwijfeld naar voren komen tijdens de inhoudelijke behandeling van de rechtszaak, begin volgend jaar.