Als het op de universiteit maar gezellig is

Scholieren kiezen een universiteit op grond van een imago en de afstand tot het ouderlijk huis. De kwaliteit van het onderwijs telt minder.

Vraag mensen wat ze vinden van Nederlandse universiteiten en bijna niemand zal beginnen over het toponderzoek aan universiteit zus of het probleemgestuurde onderwijs aan universiteit zo. Universiteiten worden beoordeeld op zoiets vaags als imago of op de uitstraling van de stad waar ze gevestigd zijn.

Een willekeurige greep veelgehoorde stereotyperingen: de Leidse universiteit is traditioneel, deftig, corporaal. De Universiteit van Amsterdam is ,,gewoon leuk'', Delft is streberig en jongensachtig, aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam loopt iedereen in pak.

Rijksuniversiteit Groningen (RUG) deed dit jaar onderzoek naar het eigen imago. En wat zeiden scholieren, studenten, wetenschappers en ouders? De universiteit is `leuk'. De RUG is vriendelijk, sociaal en op harmonie gericht. Gezéllig kortom. Daar zijn ze niet blij mee in Groningen. Want, zeggen ze daar, leuke terrasjes concurreren niet met Amerikaanse universiteiten en ook niet met de Nederlandse.

Heel veel zorgen zou Groningen zich niet hoeven maken, ook niet over de concurrentie met andere universiteiten. Bij de keuze voor een universiteit laat meer dan de helft van de studenten in spe zich leiden door het imago van de universiteit. De kwaliteit van het geboden onderwijs is ook wel belangrijk, maar minder. Dat zegt Jules Warps, adviseur van instituut IOWO, dat is verbonden aan de universiteit van Nijmegen. Elk jaar maakt IOWO de Instroommonitor, en houdt daartoe onderzoek onder alle eerstejaars studenten van alle Nederlandse universiteiten die rechtstreeks van het vwo komen. De helft van de 17.500 aangeschreven studenten vult de vragenlijsten in.

Naast het imago noemen de studenten de aantrekkelijkheid van de stad en het studentenleven als reden voor hun universiteitskeuze. De reistijd gerekend vanaf het ouderlijk huis staat op de derde plaats. De tijd dat studenten kiezen voor Groningen terwijl hun ouders in Den Bosch wonen lijkt voorbij. Studenten willen juist zo dicht mogelijk bij huis blijven.

De meeste vwo'ers kiezen eerst een opleiding en zoeken er dan later een universiteit bij. De keuze voor de opleiding maken ze meestal zelfstandig, maar áls ze zich laten adviseren dan is het meestal door hun ouders. Voorlichtingsdagen, vakantiecursussen en meeloopdagen hebben de studenten geholpen bij hun keuze. Als motief voor hun keuze geven ze op dat ze interesse hebben voor het vakgebied, en dat de opleiding aansluit bij hun capaciteiten. Weinig studenten zeggen ronduit dat ze een studie doen om er later veel geld mee te verdienen of een mooie maatschappelijke positie mee te bereiken.

Studenten zijn niet ongevoelig voor de kwaliteit van hun opleiding, zegt onderzoeker Warps. Het ligt er maar aan hoe je de vragen stelt. Vraag je: ga je in dat restaurant eten omdat het eten daar goed is, dan zegt iedereen ja. Je moet vragen: ga je daar eten omdat het béter is dan ergens anders. En dan blijkt dat studenten niet verwachten dat er veel verschil is tussen de Nederlandse onderwijsinstellingen.

Dat moet voor universiteiten niet leuk zijn om te horen. Elke universiteit wil zich onderscheiden, is bezig met zijn `profiel', met hoe welke studenten waar vandaan te halen. Daar kunnen de onderzoekers van het IOWO ook weer bij helpen. Zij doen, zo staat in hun folder, in opdracht van universiteiten onderzoek om ,,een helder inzicht'' te geven in het ,,actuele profiel bij de vwo-instroom'' en dat geeft weer inzicht in de concurrentiepositie en zelfs het marktaandeel per afzonderlijke vwo-school. Maar wij zijn niet de marketeers van universiteiten, zegt Warps. ,,Het is ook belangrijk onderzoek voor studenten. Dat duidelijk is met wat voor verwachtingen ze aan een opleiding beginnen. Op die manier wordt teleurstelling voorkomen.''

Nieuwe, aantrekkelijke opleidingen opzetten lijkt een goede manier om meer studenten te trekken. Bijna 30 procent van de studenten zegt dat ze voor hun universiteit hebben gekozen omdat hun opleiding nergens anders wordt aangeboden. Hoogleraar sociologie Abram de Swaan van de Universiteit van Amsterdam sprak kort geleden nog schamper over ,,interactie-wetenschappen'', modieuze opleidingen die hordes studenten trekken die tot zijn verdriet niet al te gemotiveerd zijn. Toch is het aanbieden van een `unieke opleiding' geen garantie voor een toestroom van studenten, zegt Warps. ,,De reistijd blijft belangrijk. Als studenten het te ver weg vinden, kiest een groot deel toch voor een andere opleiding.''

Opvallend vindt Warps dat studenten steeds trefzekerder voor een universiteit kiezen. Hadden ze vroeger vier of vijf opties waartussen ze kozen, nu overwegen ze twee of drie universiteiten als serieuze kandidaat en maken dan hun keuze. ,,Het is gokken, maar het zou kunnen dat ze gerichter gaan kiezen omdat er op de middelbare school meer aandacht is voor studiekeuze en loopbaan.''

Snellere beslissers zijn het in elk geval niet geworden. Een op de vijf studenten beslist pas vlak voor of in de zomervakantie wat ze in september gaan studeren.