Alles in beweging

Wat zijn in het buitenland de interessantste universiteiten en waar is het studentenleven het leukst? In Florence kan je genieten van de klassieke historie en de terrassen, rond het Duitse Aken wemelt het van de jonge technologiebedrijfjes en in Parijs word je wellicht klaargestoomd voor een Nobelprijs.

De beroemdste Britse student heet William. De 19-jarige zoon van kroonprins Charles begon vorige week een studie kunstgeschiedenis aan de universiteit van St. Andrews, een stadje in Schotland waar de 18.000 studenten eenderde van de bevolking uitmaken en dat verder beroemd is door de golfbaan. De tabloid-kranten hebben er een huis gehuurd; ze zijn niet de enigen die niets willen missen. Dankzij de Wills Factor is het aantal aanmeldingen met 10.000 gestegen, waarvan meer dan eenvijfde uit het buitenland.

De beroemdste buitenlandse student heet Chelsea Clinton. Vorige week begon ze aan hetzelfde college in Oxford waar haar vader Bill op een Rhodes-beurs studeerde. Chelsea (21) doet een tweejarige mastersopleiding internationale betrekkingen.

Ze is niet de enige. Dat vak is een van de populairste onder buitenlandse studenten in het Verenigd Koninkrijk, naast technische vakken, medicijnen, management, sociaal-economische vakken en kunstopleidingen. Ruim twaalf procent van de meer dan twee miljoen ingeschreven studenten komen uit het buitenland: eenderde uit EU-landen en de rest uit de VS, het Indiase subcontinent, Japan en de rest van Azië. Universiteiten bepalen zelf wie ze aannemen. Gedegen kennis van het Engels is een minimumeis.

Een voltooide opleiding in Oxford of Cambridge (`Oxbridge') geldt wereldwijd als topbrevet. Het historisch decor en het studentenleven met fors Brideshead-gehalte zijn de buitenkant van een academische hogedrukpan, waar alles in het teken staat van kennis, intellectuele competitie en indirect van het savoir-faire dat een paspoort is voor de politiek-bestuurlijke elite.

`Oxbridge' en de andere zogeheten greystone-universiteiten moeten zich wel verdedigen tegen de aantijging dat ze studenten van privéscholen bevoordelen boven even slimme, maar armere of niet-blanke staatsschoolverlaters. Kwaliteit is ook op jongere `baksteen-universiteiten' te vinden. Kingston (West-Londen), Birmingham en Swansea (Wales) staan mét `Oxbridge' in de top-5 voor onderwijs. Voor wiskundig onderzoek is Warwick zeker zo goed als Cambridge, dat geldt als de biotech-Olympus. Essex heeft een uitstekende opleiding rechten van de mens, Bristol is wereldwijd de beste plek voor milieu-onderzoek en wie na het afstuderen meteen een baan wil hebben, moet naar Luton.

Universiteiten hebben het moeilijker door bureaucratie, geldgebrek, eisen van het bedrijfsleven aan `zuivere research' en de pijnlijke spagaat tussen laagdrempeligheid en topambities. Buitenlandse studenten blijven in dat licht welkom: ze brengen jaarlijks 600 miljoen pond (2,1 miljard gulden) binnen zonder een Britse lening te hoeven sluiten. Het beurs- en collegegeldstelsel is in beweging. Engelse universiteiten overwegen het collegegeld (3.500 gulden per jaar) in te ruilen voor een goedkopere studieregeling die in Schotland al geldt.

Eerstejaars-toelatingen via Universities & Colleges Admissions Service (www.ucas. co.uk); Nuffic-landenpagina Verenigd Koninkrijk (www.wilweg.nl); British Council (www.britishcouncil.org/education)