Vroeger

We zitten samen op een omgezaagde boom in het bos en we zullen elkaar verhalen vertellen. Geen rare bedenksels – nee, dingen die echt gebeurd zijn. Gezien mijn lange leven beschik ik over meer feiten dan zij met haar nauwelijks zes jaren, dus ik mag eerst.

Uit mijn herinnering put ik een zoekgeraakte pop die ik terugvond in een natte greppel. Zielig, vindt ze, maar als verhaal te mager. Heb ik vroeger geen echt spannende dingen beleefd?

Een nachtelijk onweer, waarbij de bliksem insloeg bij de buren, doet het beter.

,,En jij?'' vraag ik, ,,ga jij ook iets vertellen van vroeger?''

Ze kijkt naar de bomen, de lucht, de vijver, de paarden in de wei aan het eind van het pad. ,,Nee'', zegt ze dan beslist, ,,dat kan niet. Mijn vroeger is nu.''