Stof zijt gij

Kastelen blijken kaartenhuizen en beurslievelingen zijn veranderd in bedelaars. Sinds het ineenstorten van de WTC-tweeling torens op 11 september staan delen van het internationale bedrijfsleven angstig te wiebelen.

Vliegtuigmaatschappij Swissair, ooit een trotse vlaggendrager van Zwitserse punctualiteit, moest vorige week door geldgebrek letterlijk aan de grond blijven. De boedel wordt nu inzet van getouwtrek tussen internationale schuldeisers. Het Belgische Sabena, dat voor haar voortbestaan afhankelijk was van een kapitaalinjectie van aandeelhouder Swissair, bungelt aan een overheidsinfuus. Afgelopen weekeinde kon Railtrack, de private eigenaar van de Britse spoorrails, door financiële problemen niet verder.

De verleiding is groot deze serie unieke bedrijfsdebacles toe te schrijven aan post WTC stress. Maar de betonrot zat er daarvoor al in. Al vóór 11 september kwamen de muren van vertrouwde bedrijfsimperia bijna in een oogopslag donderend naar beneden. Hun beurskoersen vergingen vrijwel tot stof.

Lucent, een Amerikaanse fabrikant van telecomapparatuur, ging van top naar bijna flop en had een noodkrediet en een grootscheepse uitverkoop nodig om financieel overeind te blijven. JDS Uniphase boekte 50 miljard dollar kwartaalverlies, en moest zelfs dat bedrag bij nader inzien nog met 5 miljard verhogen. De Britse concurrent Marconi maakte in korte tijd een vergelijkbare implosie door. Telefoonmaatschappij KPN kreeg een nieuwe topman én een noodkrediet.

Het internationale bedrijfsleven krijgt de rekening gepresenteerd voor dadendrang door overnames, ontnuchterde economische vooruitzichten en een ommekeer in de percepties van beleggers. U bent gewaarschuwd: topmanagers en beleggers vertonen op onregelmatige tijden manisch gedrag.

De industrie treedt met deze debacles in de voetsporen van de handelaren in flitskapitaal. Je kunt er inmiddels de klok bijna op gelijk zetten dat in de wereld van de haute finance door pech en roekeloosheid spectaculaire stroppen worden veroorzaakt, zoals het bankroet van de elitebank Barings (1995) en het speculatiefonds LTCM (1998).

Opmerkelijk onder de industriële slachtoffers die nu zijn gevallen is het grote aantal semi-nutsbedrijven: spoor, telefoon, vliegen. Als grote particuliere werkgevers kunnen zij niet meer automatisch rekenen op overheidssteun. Verdere consequenties kunnen verrassend zijn.

Nee hoor, de tv gaat niet op zwart mocht het nog immer verliesgevende kabelbedrijf UPC bankroet gaan, verzekeren Nederlandse gemeenten hun burgers. Zo eenvoudig dachten de passagiers van Swissair ook over hun vlucht.