Portugezen zijn Agostinho vergeten

Als organiserend land heeft Portugal deze week geen enkele kanshebber bij de WK wielrennen. De kleine fietsnatie teert op de successen van Joaquim Agostinho, die in 1984 na een botsing met een hond verongelukte.

De zoektocht naar de roots van Joaquim Agostinho brengt ons in Torres Vedras, een provinciestadje op een half uur rijden van Lissabon. Tussen de witte huizen en de glooiende wijnakkers treffen we een monument, ter nagedachtenis aan de meest succesvolle wielrenner van Portugal. Het bronzen beeld toont een gespierde sportman in de verbeten houding van de klimspecialist.

De kunstenaar heeft het goed begrepen. Agostinho was geen stijlvolle coureur. Hij kon niet goed dalen, sprinten en tijdrijden. Hij was een oermens. Tijdens de Tour de France brak hij zijn fiets in tweeën. Hij erfde de kracht van zijn vader, die een spijker kon pletten tussen duim en wijsvinger.

Toen wielrennen nog een romantische sport was, behoorde Agostinho tot de meest kleurrijke renners. Met zijn norse blik en zijn ontembare aanvalslust ontkrachtte hij de stelling dat Portugal nooit goede wielrenners voortbrengt. Tijdens zijn begrafenis trok hij meer toeschouwers dan dictator Salazar bij diens overlijden.

De zoektocht naar Agostinho leidt naar het kantoor van de plaatselijke VVV, waar een foto van de wielerlegende aan de voordeur hangt. We worden doorverwezen naar zijn geboortedorp Brejenjas, een gehucht met driehonderd zielen. Onderweg passeren we zijn luxueuze woning. Aan de poort is een fiets gegoten. Weduwe Ana Maria, moeder van twee tieners, doet niet open. Navraag leert dat ze geen pottekijkers wil.

De boerenzoon Agostinho ging elke dag lopend naar school, tien kilometer heen en tien kilometer terug. Na drie jaar lager onderwijs werd hij loonslaaf. Hij kocht een tweedehands fiets. Op weg naar het boerenland reed hij in het kielzog van de streekbus. Later trouwde hij met de dochter van zijn rentmeester. Hij stak het prijzengeld in zijn boerenbedrijf. Tot hij werd bestolen door een zwager, die met bijna een ton op de vlucht sloeg.

Noodgedwongen maakte Agostinho zijn rentree in het profpeloton, nadat hij in 1981 onverwacht was gestopt. Zonder opgaaf van redenen had hij dat jaar de Tour de France verlaten. Na zijn terugkeer zou hij veel koersen hebben verkocht, om zijn schulden te kunnen aflossen. Zijn erelijst had hij eerder opgebouwd. Twee keer derde in de Tour , één keer tweede in de Ronde van Spanje.

In Brejenjas ontmoeten we bij toeval Alfredo Agostinho, de acht jaar jongere broer van Joaquim. De gelijkenis is treffend. Zwart haar, bruine huid, geblokt lichaam. Alfredo is caféhouder én fokker van struisvogels. Vol trots toont hij zijn kudde. Een foto van zijn oudere broer hangt in vol ornaat (vergeeld wielertenue) aan de muur van het café. Alfredo toont het ouderlijk huis, dat bijna op instorten staat. Hij wijst naar een braakliggend terrein, waar een tweede monument voor Joaqium moet verrijzen.

Agostinho was een laatbloeier bij de profs. Eerst moest hij vechten in Mozambique. Hij zat in een legervoertuig dat in brand vloog. Hij ontsnapte vaker aan de dood. De oorlogservaringen kwamen hem in het peloton goed van pas. Hij was een strijdlustige coureur. Hij had de toepasselijke bijnaam Cambalhotas, de buitelaar. De valpartijen schrokken hem niet af. ,,Wielrennen is kinderspel vergeleken met oorlog voeren'', zei hij vaak.

Broer Alfredo Agostinho vermaakt zich tijdens het bezoek met de televisiebeelden van een Portugese aflevering van Big Brother. Hij serveert koffie en staat intussen een Nederlandse televisieverslaggever te woord. Hij verwijst naar de begraafplaats in een nabijgelegen kerkdorp. Via de Rua Joaquim Agostinho, een verharde weg die speciaal voor de renner na diens eerst profzege is aangelegd, belanden we op een kerkhof. Ironisch genoeg ligt dat naast een apotheek. Agostinho werd vier keer op doping betrapt.

Zijn dood in 1984 was voer voor verhitte discussies in het Portugese parlement. Het negatieve imago van de nationale gezondheidszorg had weer een flinke deuk opgelopen. Een schijnbaar onschuldige duikeling in de Ronde van Algarve werd hem fataal. Tijdens de sprint van een ochtendetappe kwam hij ten val door toedien van een overstekende herdershond. Zijn ploeggenoten hielpen hem op de been en trokken hem over de finish. Hij was bebloed en klaagde over hoofdpijn. Na een korte rustpauze wilde hij toch starten in de middagetappe.

De ploegarts besloot hem ter observatie op te nemen. Agostinho werd vervoerd naar een ziekenhuis in de badplaats Faro, waar een schedelbasisfractuur werd geconstateerd. Bij afwezigheid van een hersenchirurg moest hij zo snel mogelijk naar Lissabon worden gevlogen. Maar een helicopter was niet beschikbaar. In de ziekenwagen raakte hij in coma. Hij overleed binnen twee weken.

Ruim zeventien jaar later bezoeken we het kerkhof. Hier liggen anonieme Portugezen, met een nummer maar zonder gedenkteken. Agostinho krijgt een groter eerbetoon. Hij prijkt op een foto in maatkostuum. Naast zijn graf liggen plaquettes met dankwoorden van de Franse en Spaanse wielerbond. Met een korte tekst toont de familie warmte en respect. `Hier ligt een mens, vriend en atleet'.