`Porno' van vroeger bij het Nationale Ballet

Een `schokkend pornografisch ballet'. Op de valreep van haar bezoek aan Den Haag in het Holland Festival 1952 ontsnapte het New York City Ballet aan censuur en mocht toch Jerome Robbins' The Cage worden opgevoerd. Daags erna ontstond in de danspers een discussie over dit gewaagde stuk waarbij de een gekwetst was door de in het ballet getoonde vrouwenhaat en de ander gefascineerd door de moderne manier waarop de bittere strijd tussen de seksen symbolisch was weergegeven.

Wie The Cage (1951) nu ziet kan de commotie van toen amper begrijpen. In dit ballet zijn de mannen overgeleverd aan een groep oppermachtige vrouwen die hen, net als sommige insectenvrouwtjes, na de daad doden. Het ballet wordt als een ritueel gepresenteerd waarbij een machtige koningin een novice inwijdt in de cyclus van erotiek en dood. Evenals in de tweede akte van het romantische ballet Giselle loopt het niet goed af met de mannelijke indringers. Van de eerste wordt de nek vakkundig tussen de dijen gekraakt. De tweede dringt weliswaar door tot de novice met wie hij een erotisch duet danst, maar ontkomt evenmin aan zijn lot.

In de jaren zeventig had The Cage voor een radicaal feministisch pamflet kunnen doorgaan. Twintig jaar daarvoor lag dat anders. Toen was het vooral Freud die de dans beïnvloedde, niet alleen de moderne Martha Graham maar ook choreografen uit de klassieke school. Robbins werd maker van meer van die psychologisch getinte moderne balletten. Hij ontleende de stof aan zijn eigen gevoelswereld: zoals bekend worstelde hij met zijn eigen seksuele identiteit, zag vrouwen kennelijk als beangstigend dominante wezens en was tevens gefascineerd door Nora Kay, ballerina bij het New York City Ballet. Voor haar creëerde hij de hoofdrol (novice) in dit als ballet verpakte voer voor psychologen met zijn archetypische spiderwomen.

Wat nu als enige nog voor ophef zorgt is de vraag of dit ballet nog wel kan. Pluspunt is allereerst de muziek, het dwingende Strijkconcert in D van Stravinsky. Ook het toneelbeeld, een web van draden waarin je verstrikt kunt raken, is mooi, evenals de kostuums met die sensuele slingers over de torso's. Alleen de pruiken ogen nu helaas als mislukte punkkapsels.

Fraai is hoe hoog en krachtig de danseressen op de spitzen staan, hun benen fel de lucht in priemen en hun lijven in hoekige vormen buigen. Markant zijn daarbij de expressieve gebaren en mimiek die doen denken aan Nijinsky's faun. Met die trotse oerdames kan ik goed leven, minder met Anna Seidl in de rol van koningin, die verdwaald lijkt in het verkeerde sprookje. Nathalie Caris (of degene die het instudeerde) heeft de agressieve erotiek van de novice te zeer afgezwakt tot lyriek en zachte sensualiteit.

En waar bleef het seksuele hoogtepunt waarbij ze met de spitzen op de grond moet roffelen? Ach, het is onmogelijk met dit ballet evenveel indruk te maken als een halve eeuw geleden. Wat nu rest is een curieus museumstuk.

In 'Grootmeesters van de dans' liet Het Nationale Ballet naast Robbins diens collega Balanchine aanrukken met Capriccio voor piano en orkest, een nuffig en koket ballet waarvan slechts de pas de deux boeit, door Yumiko Takeshima en Viacheslav Samodurov briljant vertolkt.

Ashtons Symphonic Variations is vergeleken daarbij een oase van rust en eenvoud, maar twintig minuten op César Frank is te saai. Alleen Marisa Lopez en Samodurov weten de dans de nodige levendigheid te geven. Het programma besloot met Marins dikkertjesballet Groosland, de meer dan bekende feestelijke uitsmijter.

Tussen de balletten door kreeg de voormalige lichtontwerper van het gezelschap Jan Hofstra de versierselen opgespeld die horen bij de benoeming tot ridder in de orde van Oranje Nassau.

Grootmeesters van de dans. Het Nationale Ballet m.m.v. het Noordhollands Philharmonisch Orkest. The Cage. Choreografie: Jerome Robbins. Reprises: Capriccio voor piano en orkest (Balanchine), Symphonic Variations (Ashton), Groosland (Marin). Gezien: 9/10. Muziektheater Amsterdam. Aldaar t/m 31/10. Tournee t/m 3/11.