Plassen

,,Hoe gaat het met je zwerfkat?'' vroeg een meelevende lezeres me.

,,Beetje zorgelijk'', moest ik antwoorden.

,,Dat wil ik dan na al die lieve stukjes óók wel eens lezen'', snibde ze. Betrapt beloofde ik beterschap.

We hebben Neeltje december vorig jaar van de straat gehaald. Een stevige cyperse poes die zich sneller aanpaste aan het onverwachte comfort dan aan haar bezitters. Begrijpelijk, want stoelen zijn over het algemeen betrouwbaarder dan mensen. Naar de buitenlucht taalt ze niet, daar heeft ze voor de rest van haar leven genoeg van ingeademd.

Geleidelijk overwon ze haar angst voor ons, al blijft ze altijd op haar hoede voor onverwachte bewegingen en geluiden. Ze waakt streng over haar lichamelijke integriteit. Aanraken en strelen mag, soms zelfs op het ontuchtige af, maar er zijn grenzen. Zo rust er een strikt verbod op nagels knippen, wondjes verzorgen en medicijnen toedienen. Dan schiet ze met grote behendigheid weg achter de bank en laat zich voorlopig niet meer zien. Buitengewoon lastig, want soms is een of andere behandeling echt nodig.

Een maand geleden veroorzaakte ze paniek in ons huis door plotseling op de bank te plassen. De volgende dag deed ze het weer. Tot dan toe was ze altijd zeer zindelijk geweest, afgezien van de eerste week. Elke kattenliefhebber weet het: een incontinente kat is een ramp. Het herschept je huis in een naar ammoniak stinkende gifbelt.

Het is dat het beestje het ook niet kan helpen, anders zou je het een daad van terrorisme kunnen noemen. Want het gebeurt altijd onverwachts, en op spullen die je dierbaar zijn. Meteen rijst de vraag: wanneer slaat ze opnieuw toe? En: hoe voorkom ik dat?

Inmiddels was het hele huis in rep en roer. De strengste veiligheidsmaatregelen werden getroffen. Foeilelijke plastic hoezen gingen over stoelen en banken, de surveillance werd verscherpt, het hele leven draaide nog maar om die ene vraag: zou ze nog niet moeten? Het is een staat van beleg die ik niemand toewens.

Omtrent de oorzaak bleven we in het duister tasten. Blaasproblemen leken niet aan de orde. Haar gedrag was verder niet afwijkend.

Er volgde twee weken geleden een nieuwe aanslag. De derde dus en tot dusver de laatste. Ik begon aan een ultimatum te denken, of op z'n minst aan de vraag: ben je voor of tegen ons?

De dierenarts schreef een pil voor met een antidepressieve werking die bij dieren het plasgedrag zou beïnvloeden. Ik had die pil liever zelf ingenomen, maar ze was uitdrukkelijk alleen voor de kat bedoeld en die lustte haar niet. Alles geprobeerd: gecamoufleerd verstopt in balletjes hart, tartaar en kabeljauw. Ze ruikt eraan en legt blasé net dat ene heilzame balletje opzij. Soms gooit ze het uitdagend omhoog: ik heb jullie wel door.

Dit is de status-quo. Ik zit nu rustig te werken, maar elk moment kan mij de kreet bereiken: ,,Het is weer zover!'' Dan kan het Bin Laden zijn, maar ook mijn poes.

Ik durf het nauwelijks te zeggen, maar zo langzamerhand heb ik liever dat het Bin Laden is.