Nederland blijft actief wachten

Nederland speelt tot nu toe nauwelijks een rol bij de Amerikaanse vergeldingsaanvallen op Afghanistan. Politici zoeken naar een houding.

Is Nederland nu eigenlijk in oorlog tegen het terrorisme of niet? Formeel is het land er, samen met de NAVO-bondgenoten, wel bij betrokken, maar in de praktijk hoeft de natie tot dusverre vrijwel geen vin te verroeren. Er is hierdoor een wat schimmige situatie ontstaan, waar veel politici in Den Haag zich niet goed raad mee weten.

Artikel 5 van het NAVO-verdrag een aanval op één van de leden is een aanval op allen is vorige week officieel door alle NAVO-bondgenoten inclusief Nederland van toepassing verklaard. Maar premier Kok haastte zich gisteren tijdens een debat met de fractieleiders in de Tweede Kamer te zeggen: ,,Ik heb nooit gezegd: wij zijn in oorlog. Ik heb gesproken over een oorlogsverklaring door het terrorisme in de richting van onze waarden.''

Deze situatie verleent de talrijke hooggestemde debatten in de Tweede Kamer van de afgelopen weken vaak een surrealistisch tintje. Aan de ene kant, zo bleek ook gisteren weer, beschouwen de politieke partijen de recente aanslagen in New York en Washington unaniem als een inbreuk op ,,de beschaving'' (Balkenende, CDA) en ,,alles wat menselijk is'' (Rosenmöller, GroenLinks). Tegelijkertijd valt niet te loochenen dat Nederland tot nu toe part noch deel heeft gehad aan de vergeldingsacties op doelen in Afghanistan.

Wel maakte het kabinet gisteren bekend dat Nederland een handvol mensen bijdraagt aan de bemanning van AWACS-toestellen, die duizenden kilometers van het strijdtoneel het Amerikaanse luchtruim zullen bewaken in afwezigheid van hun Amerikaanse collega's. Voorts zullen de fregatten Van Nes en Jacob van Heemskerck in NAVO-verband een ondersteunende rol spelen in de Middellandse Zee, eveneens op veilige afstand van het strijdtoneel.

Premier Kok heeft Washington intussen al enige keren Nederlandse steun aangeboden. Op het ogenblik hebben daartoe ook verkennende besprekingen plaats tussen Nederlandse en Amerikaanse ambtenaren. Kok herhaalde gisteren in de Kamer zijn aanbod. ,,Wat ons betreft is uitgangspunt gebleven dat, indien in de vorm van concrete afspraken ons iets concreets wordt gevraagd wat wij naar vermogen kunnen invullen en waaraan naar vermogen kan worden voldaan, de Nederlandse regering een afzonderlijk besluit zal nemen'', aldus de premier.

Een deel van het defensie-establishment zit zo'n Nederlandse rol aan de zijlijn niet lekker. ,,Nederland slaat een modderfiguur'', foetert generaal b.d. C. Homan, tegenwoordig werkzaam bij Instituut Clingendael. ,,Het is veel te risicomijdend en het had allang, net als bijvoorbeeld Frankrijk, een concreet aanbod moeten doen aan de Amerikanen.''

,,Maar wat had Nederland dan moeten aanbieden?'', wilde het Kamerlid Koenders (PvdA) weten, die evenals Homan aanwezig was op een bijeenkomst van de Atlantische Commissie. ,,Apache-gevechtshelikopters misschien?'' Enige zelfspot was de PvdA'er daarbij niet vreemd, want toen Nederland vorige herfst mede op zijn aanraden Apaches meenam voor de vredesoperatie in Eritrea, werd hij van veel kanten met kritiek overstelpt, omdat die volgens defensie-deskundigen helemaal niet nodig waren.

In de Kosovo-oorlog van twee jaar geleden was de Nederlandse bijdrage aanmerkelijk tastbaarder. Nederlandse F-16-gevechtsvliegtuigen leverden toen een substantiële bijdrage, waarover door de Amerikanen naderhand met niets dan lof werd gesproken. ,,Een kleine luchtmacht'', memoreerde de Amerikaanse generaal Michael Short, ,,maar ze hébben een stoel aan tafel. En ik wist dat ik de Nederlanders overal naar toe kon sturen.''

Tijdens de Golfoorlog in 1990-91 duurde het even voor Nederland op gang kwam, maar uiteindelijk stuurde Den Haag, tot tevredenheid van Washington en de bondgenoten, twee fregatten, een bevoorradingsschip, Patriot-stellingen voor Israël en Turkije en een contingent mariniers voor de bescherming van de Koerden in Noord-Irak.

P. van Ham, wetenschappelijk medewerker bij Clingendael, vroeg zich overigens gisteravond, los van de Nederlandse opstelling, af of de Amerikanen ditmaal wel zo'n behoefte hebben aan de bijdrage van allerlei bondgenoten. In een voordracht wees hij erop dat het van toepassing verklaren van artikel 5 van de NAVO tot nu toe ,,vooral een retorisch gebaar'' is geweest, waar weinig substantie achter schuil gaat.

Tekenend noemde hij ook het feit dat de Amerikanen tot dusverre niet zijn ingegaan op een aanbod tot steun van de Fransen, die volgens hem staan te popelen om mee te doen. ,,De Verenigde Staten willen kennelijk niet te veel pottenkijkers'', concludeerde Van Ham.

Het Kamerlid Van Middelkoop (ChristenUnie), die eerder in het Kamerdebat over de vergeldingsoorlog had gesproken als ,,een noodzakelijk maar bang avontuur'', vatte de Nederlandse positie van het ogenblik als volgt samen: ,,Vooralsnog staat Nederland niet veel meer te doen dan actief wachten.''