`Meer dan een laagje groene verf'

Voormalig Shell-topman Moody-Stuart wil dat overheden duidelijke milieueisen stellen. ,,Als doelstellingen vastliggen, zijn soms wonderen mogelijk.''

Ruim 120 ondernemers, lobbyisten en enkele vertegenwoordigers van de Verenigde Naties moesten zich gisterochtend tussen een groep van circa veertig actievoerders doorwringen voordat zij in Parijs het hoofdkwartier bereikten van de Internationale Kamer van Koophandel. Onder leiding van voormalig Shell-topman sir Mark Moody-Stuart (61) werd daar gisteren vergaderd over de manier waarop bedrijven moeten omgaan met duurzame ontwikkeling. Dat is economische groei, die zoals een commissie onder leiding van de Noorse oud-premier Gro Harlem Brundtland het in 1987 uitdrukte, ,,niet ten koste gaat van het vermogen van volgende generaties om in hun behoeften te voorzien''.

,,De actievoerders sloegen op trommels, maar iedereen gedroeg zich beschaafd'', aldus Moody-Stuart gisteravond in een telefonisch vraaggesprek. ,,We hebben hen gevraagd of ze wilden deelnemen aan onze discussie, maar dat wilden ze niet.'' De actievoerders, waaronder het in Amsterdam gevestigde Aseed, beschuldigen Moody-Stuart en de zijnen van greenwashing, de in Parijs verzamelde multinationals zouden slechts een dun laagje groene verf aanbrengen om een ongebreideld winststreven te maskeren.

,,Een sweeping statement'', noemt Stuart de beschuldiging. ,,Maar zo'n bewering moet je onderbouwen. Veel bedrijven die hier in Parijs bijeen zijn, rapporteren over hun prestaties op milieugebied. Zij verbergen zich niet. Ze maken hun uitgangspunten openbaar en houden zich daaraan. Kunnen de demonstranten voorbeelden geven van bedrijven die liegen dat het gedrukt staat? Van wangedrag? Dan moeten ze daarmee naar voren treden. Als zulke beschuldigingen waar blijken te zijn, treffen we maatregelen.''

Het comité dat Moody-Stuart voorzit, Business Action for Sustainable Development (BASD), vergaderde gisteren en vandaag voor het eerst. Het zal geen lang leven beschoren zijn en dat is ook niet de bedoeling. De alliantie wil namens het bedrijfsleven een bijdrage leveren aan de VN-wereldtop over duurzame ontwikkeling, volgend jaar september in Johannesburg. Bij de vorige zogeheten Earth Summit in Rio de Janeiro, in 1992, zijn belangrijke conventies opgesteld over het klimaat, duurzame bosbouw en het behoud van biodiversiteit.

Secretaris-generaal Maria Livanos Cattaui van de Internationale Kamer van Koophandel constateerde gisteren dat het bedrijfsleven in Rio in de verdediging is gedrongen. Als het aan Moody-Stuart ligt wordt dat in Johannesburg anders, maar hij haast zich daaraan toe te voegen: ,,Wij bepalen de agenda niet. Dat doen de Verenigde Naties, we proberen slechts ons daaraan zo goed mogelijk aan te passen.''

Gisteren hebben de betrokken bedrijven, waaronder Shell, Unilever en BP, geïnventariseerd welke succesvolle voorbeelden van duurzame ontwikkeling er zijn geweest sinds de top in Rio. ,,Op het terrein van de duurzame ontwikkeling is de meeste vooruitgang geboekt in samenwerking tussen bedrijven en niet-gouvernementele organisaties of lokale gemeenschappen'', zegt Moody-Stuart. Als voorbeelden noemt hij het Marine Stewardship Council, een organisatie die zich inzet voor duurzame visvangst, gezamenlijk onderzoek van bedrijven en wetenschappers naar biodiversiteit en de samenwerking van energie en autobedrijven bij de ontwikkeling van nieuwe brandstoffen.

,,Laat me duidelijk zijn'', zegt Moody-Stuart. ,,Deze mogelijkheden hebben bedrijven niet in hun eentje herkend. Vaak hebben we de hulp nodig gehad van de overheid.''

Namens zijn netwerk riep Moody-Stuart regeringen gisteren op tot duidelijkheid over de verwachtingen die zij hebben van het bedrijfsleven. Een kader van wetgeving dat te vroeg komt, onduidelijk is of bedrijven onvoldoende ruimte laat voor eigen beslissingen kan averechts werken.

,,Kijk naar het klimaatverdrag van Kyoto'', zegt Moody-Stuart. ,,Dat is een langdurig en ingewikkeld proces geweest. Maar op een gegeven moment houdt de discussie over hoeveelheden en quota op. Dan moet er iets gebeuren. Natuurlijk betogen bedrijven vaak dat eisen die hun worden opgelegd te zwaar en te moeilijk zijn. Maar als eenmaal overeenstemming is bereikt dan verandert de houding. Als er duidelijkheid is over de doelstellingen dan kan binnen bedrijven de creativiteit loskomen. Met slimme oplossingen kunnen de kosten verlaagd worden en dan blijken de gevolgen van een maatregel soms enorm mee te vallen.''

Volgens Moody-Stuart past deze werkwijze goed bij het bedrijfsleven. ,,Bij Shell hebben we zo vaak gediscussieerd over kostenbesparingen. Twintig procent, dertig procent, wat moet het zijn? Als doelstellingen vastliggen kun je aan de slag. Dan zijn soms wonderen mogelijk.''