Immigratiesamenleving

De Nederlandse samenleving is de afgelopen decennia ingrijpend van kleur verschoten. Een stroom van immigranten heeft de samenstelling van de bevolking veranderd. Jarenlang stak de politiek de kop hiervoor in het zand, maar in 1998 kwam de erkenning: Nederland is getalsmatig een immigratieland. Dat is slechts een eerste stap, stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) vast. Nederland zal een immigratieland blijven, maar het overheidsbeleid is niet afgestemd op Nederland als immigratiesamenleving. Deze vraagt om een ,,dwingend en sanctionerend toelatingsbeleid'' en om een ,,faciliterend en stimulerend'' integratiebeleid.

Nederland als immigratiesamenleving is een belangwekkende studie naar de instroom van vreemdelingen in Nederland. Versnipperde informatie over uiteenlopende aspecten van immigratie is handzaam bijeengebracht. Dit alleen al maakt het gisteren gepresenteerde WRR-rapport nuttig. Vooroordelen worden doorgeprikt, knelpunten in kaart gebracht en omstreden onderwerpen niet geschuwd. Een greep uit de vaststellingen die de WRR doet: het formeel restrictieve toelatingsbeleid is in feite zo lek als een mandje; het terugkeerbeleid voor uitgeprocedeerde asielzoekers is een aanfluiting; de rol van mensensmokkelaars in de vluchtelingenstroom neemt steeds verder toe; illegalen komen vaak legaal het land in om vervolgens onder te duiken; de nieuwe vreemdelingenwet, die dit jaar in werking is getreden, loopt uit de pas bij de ontwikkelingen in de Europese Unie; het VN-vluchtelingenverdrag moet ter discussie worden gesteld.

De boodschap is dat de betekenis van een immigratiesamenleving nog niet is doorgedrongen tot het beleid. De WRR neemt standpunten in die haaks staan op gevestigde politieke opvattingen en die ontleend zijn aan de ervaringen van landen met een traditie van immigratie. In een immigratiesamenleving, stelt de WRR, beperkt de bemoeienis van de overheid zich tot de hoofdzaken: inburgering, toerusting en taalverwerving. Voor het overige is het de verantwoordelijkheid van de immigrant om voor zichzelf op te komen en te zorgen. Het betekent dat de WRR wars is van gedetailleerde overheidsprogramma's voor alle mogelijke doelgroepen, en voorstander van de aanpak van generieke problemen en een algemeen achterstandsbeleid. Aldus maakt de WRR korte metten met de neiging van de overheid, en politici, om voor iedere specifieke probleemgroep nieuw beleid op te tuigen. Met immigranten uit 150 landen is dat onbegonnen werk.

In een immigratiesamenleving moet de overheid niet softer, maar harder zijn. Het aantal toe te laten immigranten moet in verhouding staan tot de absorptiecapaciteit van de samenleving. De gedoogcultuur moet wijken voor duidelijkheid. Onder meer moet men erkennen dat immigranten meervoudige bindingen en loyaliteiten hebben. De WRR beveelt aan dat de overheid in een immigratiesamenleving slechts kortstondige aandacht voor herkomst en etniciteit moet hebben, en de nadruk moet leggen op participatie en zelfredzaamheid van individuen. Hiermee erkent de WRR dat immigranten naar Nederland komen omdat ze hun sociaal-economisch lot willen verbeteren. Wees streng bij de toelating, maar geef toegelatenen hiervoor de ruimte. Deze sociologische aanpak is een verademing na de welzijnsbenadering en de juridisering die het vreemdelingenbeleid tot nu toe hebben gekenmerkt. Laten politiek en beleidsmakers deze aanbevelingen ter harte nemen.