Hulpverleners en experts hekelen aanpak VS

Amerikaanse voedselhulp aan Afghanistan is pure propaganda, zeggen hulporganisaties. Onpartijdigheid van hulp komt in gevaar.

Afghanistan krijgt niet alleen bommen, maar ook voedsel. Het Amerikaanse leger heeft de eerste dag van de bombardementen 37.500 voedselpakketten vanuit de lucht over het land gestrooid. President Bush wilde hiermee laten zien ,,dat wij vrienden zijn van het Afghaanse volk''. Hulp of propaganda?

De internationale hulporganisatie Artsen zonder Grenzen (AZG) is ,,ontzettend kwaad'' dat de Verenigde Staten humanitaire hulp verbinden aan een militaire campagne. ,,Humanitaire hulp hoort onafhankelijk en onpartijdig te zijn. Door gelijktijdig voedseldroppings en bombardementen uit te voeren is die onafhankelijkheid helemaal verdwenen'', zegt operationeel directeur Marcel van Soest.

Na de eerste serie luchtaanvallen heeft het Wereldvoedselprogramma, de VN-organisatie voor noodhulp waarvan bijna alle andere hulporganisaties logistiek afhankelijk zijn, de voedselbevoorrading stopgezet. Waarschijnlijk worden de konvooien pas hervat als de aanvallen ophouden. Bush zei met de droppings de Afghaanse bevolking toch van te eten te voorzien. Elk van de 37.500 pakketten die maandag werden afgeworpen bevat voldoende calorieën om één persoon één dag van te voeden. In zo'n Humanitarian Daily Ration (HDR), ontwikkeld door het Amerikaanse ministerie van Defensie, zitten 2.200 calorieën.

Hulporganisaties delen een proteïnerijk mengsel van maïs en soja uit. Amerika pakt het anders aan. Een HDR bestaat uit bonen in tomatensaus, een zandkoek, een vruchtenreep, pindakaas, een fruittaartje, aardbeienjam en zout, peper en suiker. Verder zitten er een servetje, een lepel en lucifers in. Volgens de Britse schrijver-activist George Monbiot is dit `voedselcadeau van de bevolking van de Verenigde Staten', zoals in het Engels, Frans en Spaans op de verpakking staat, ,,pure propaganda'': ,,Het doel is niet om de hongerigen te voeden, maar om ze te vertellen dat ze gevoed worden.''

Tegen de droppings zijn ook veel praktische bezwaren aangetekend. Het zijn er te weinig, zeggen hulporganisaties, want ruim zeven miljoen Afghanen lijden honger. Zelfs als ieder pakket zijn bestemming bereikt, is maar een fractie van de bevolking geholpen. Afghanistan ligt bovendien vol met landmijnen, wat het ophalen van de pakketten potentieel gevaarlijk maakt.

Maar het grootste probleem is dat de principiële onpartijdigheid van humanitaire hulp in gevaar komt. De hulporganisatie Christian Aid wijst erop dat militaire voedseldroppings ,,de Gedragscode van het Rode Kruis [kunnen] ondermijnen die bepaalt dat voedsel niet gebruikt mag worden om een politiek of religieus standpunt te bevorderen of als een instrument van buitenlands beleid''.

Een soortgelijke situatie deed zich voor toen de NAVO de aanleg van vluchtelingenkampen op zich nam tijdens het conflict in Kosovo. Westerse hulporganisaties worden steeds vaker als een bondgenoot of verlengstuk van Westerse regeringen gezien, zegt Van Soest. In de Pakistaanse stad Quetta werden eerder deze week kantoren van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR bestormd en in brand gestoken. Amerika's bommen-en-voedselactie kan op de lange termijn vervelende consequenties hebben. ,,Juist in Afghanistan, juist met het moeilijke Talibaan-regime hebben we er lang over gedaan om te bewijzen dat we onafhankelijk zijn'', zegt Van Soest. ,,Nu wordt die link met militaire acties gelegd en dat is gewoon slecht.''