Hulpverleners en experts hekelen aanpak VS

Sommige Amerikaanse terreurbestrijders zien weinig heil in militaire actie. Ze vinden dat het imago van de VS moet worden opgepoetst.

De Verenigde Staten doen er verstandig aan de wijdverbreide en diepgewortelde haat jegens Amerika serieus te nemen. Een `oorlog tegen het terrorisme' moet er op gericht zijn om die woede en weerzin te verminderen. Dat is effectiever dan militaire actie die juist averechts werkt. Een brede groep van Amerikaanse terreurbestrijdingsdeskundigen is het daar roerend mee eens.

,,De belangrijkste tekortkoming in het Amerikaanse beleid op het gebied van contraterrorisme is dat de onderliggende oorzaken van het terrorisme niet worden aangepakt'', schrijft Philip C. Wilcox junior in The New York Review of Books van volgende week. Wilcox was Amerikaans ambassadeur voor contraterrorisme van 1994 tot 1997. Volgens Wilcox bestaat er een tendens om terrorisme af te schilderen als ,,het pure kwaad'' en om haat jegens Amerika af te doen als jaloersheid op het machtige, rijke, moderne, democratische Amerika. Maar die simplificatie gaat voorbij aan het feit, meent de oud-ambassadeur, dat veel wereldburgers gegronde redenen hebben om een hekel te hebben aan de VS. ,,De pathologie van de haat'' kan alleen worden verminderd door aanpassing van het buitenlands beleid, meer internationale samenwerking en meer economische hulp.

Volgens Wilcox staan de aanvoerders van de Amerikaanse strijdkrachten uiterst sceptisch tegenover het gebruik van militair geweld in de strijd tegen terrorisme. Eerdere militaire operaties tegen terroristen – Libië in 1986, Soedan en Afghanistan in 1998 – zijn mislukt of hebben als een boemerang gewerkt. Hij voorziet dat een aanval op Afghanistan ,,het aanzien van terroristen in de onderwereld van de militante islam alleen maar zal vergroten en het rekruteren makkelijker maakt''.

Ook andere Amerikaanse deskundigen erkennen dat de Verenigde Staten internationaal met een imagoprobleem kampen. Allen Holmes, voormalig staatssecretaris van zowel Defensie als Buitenlandse Zaken, onderstreepte tijdens een conferentie in Washington dat elk gebruik van geweld gepaard gaat met een diplomatiek offensief om het internationale imago van de VS te verbeteren. ,,We moeten beter luisteren naar andere landen en meer hulp geven, ook aan landen die tot nu toe werden beschouwd als schurkenstaten'', zei Holmes.

Lee Hamilton, een oud-Congreslid voor de Democraten, vertelde een Amerikaanse parlementscommissie dat hij als lid van de nationale commissie voor terrorisme 28 landen had bezocht en daar was gestuit op een ,,diepgevoelde rancune jegens de VS''. Volgens Hamilton hebben Amerikanen de naam ,,dat we niet luisteren, arrogant zijn en eisen dat alles gebeurt zoals wij dat willen''. Wie het terrorisme wil bestrijden, zal ook de internationale rancune moeten aanpakken, zei Hamilton. ,,Want vijandigheid gedijt op een voedingsbodem van rancune.''

Belangrijkste doel van de VS in de strijd tegen het terrorisme moet zijn ,,het herprogrammeren van de waarnemingen van onze vijanden'', betoogde hardliner Jeff Baxter, de voormalige leadgitarist van de Doobie Brothers die zich tot militair expert heeft omgeschoold, op een bijeenkomst in Washington. Volgens Baxter kan dat het best gebeuren door psychologische oorlogvoering en propagandacampagnes die zijn bedacht ,,door onze beste reclamemensen''. ,,Die jongens verkochten al Chevrolets toen dat nog pruttelende roestbakken waren en dat noemden ze dan `de hartslag van Amerika'.''