Fraai uitgedost farao-paar in opera van Glass

Ook al is het muziektheatraal oeuvre van Philip Glass als geheel niet aan Nederlandse belangstelling tekort gekomen, zijn opera Akhnaten (1984) moest tot vrijdag wachten op de Nederlandse première. Onder de vernederlandste titel Achnaton maakt het werk deel uit van `havens en heerlijkheden', het regionale programma van Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001. De haven, dat is in Achnaton de Westkeetshaven aan de Oude Maas in Zwijndrecht, waar met containers een theater is gebouwd.

Glass' Akhnaten is het sluitstuk van een `portrait opera'-trilogie, waarvan Einstein on the Beach (1976) en Satyagraha: M.K. Gandhi in South Africa (1980) de eerste twee delen zijn. In Glass' libretto wisselen Hebreeuws en Egyptisch af met de taal van het land van opvoering, opdat de toeschouwer zich optimaal met de opkomst en ondergang van farao Achnaton kan identificeren.

De kracht van de regie van Cilia Hogerzeil schuilt niet in een visie of een concept. Farao's zijn hier farao's, Horus draagt een sperwerskop en de Nijl is een waterbassin. Maar binnen die getrouwe weergave van het verhaal is elk detail zichtbaar liefdevol uitgewerkt. Linnen `papyrus'-rollen worden traag ritueel uitgerold, er wordt statig met vaandels gezwaaid en het fraai uitgedoste farao-paar waadt sacraal baltsend door het bassin. Zeer origineel in de harmonie tussen klank en beeld zijn vooral de vijf schommelbankjes in de derde akte, waarin de farao met zijn vrouw en zes dochters landerig het familieleven geniet op een bijpassend loom wiegende cantilene.

Muzikaal biedt Achnaton een staalkaart van Glass' muzikale handelsmerken. Onder Neal Stulberg zorgt het Nederlandse Ballet Orkest voor een oplettende uitvoering van de korte, steeds herhaalde intervallen en de puntige ritmes. Eigenlijk is Achnaton meer een reeks losse muziektheatrale scènes dan een echte 'opera' met innerlijke ontwikkeling. Enigszins vlak blijven daardoor ook de hoofdpersonages, hoe sympathiek de opzet ook aandoet. De Belgische alt Steve Dugardin (Achnaton) komt pas tot leven in zijn Nederlands (mét zachte g) gezongen `Hymne tot Aton', en wordt alleen menselijk waar zijn rijk afbrokkelt en hij driftig schommelend zijn onmacht uit. Marion van den Akker was verkouden en spaarde dus haar stem, maar zorgde met Dugardin voor een lyrisch hoogtepunt in het liefdesduet van de tweede akte. Een belangrijk aandeel in Achnaton is er voor het grote ad hoc koor, dat strak zingt én strak beweegt in de talrijke massale koorscènes met opvallend verzorgde choreografieën. Als Glass' motiefjesstroom het oor in slaap heeft gewiegd, zijn het de poëtische bewegingen die in Achnaton het oog wakker houden.

Voorstelling: Achnaton van P. Glass door Muziektheater Hollands Diep, Nederlands Balletorkest o.l.v. Neal Stulberg. Gehoord: 5/10 Westkeetshaven, Zwijndrecht. Herh.: 10, 12, 13/10.