`Draaiboek bioterreur niet nodig'

Minister Borst wil een nieuw draaiboek voor de bestrijding van bioterreur. De inspecteur infectieziekten vindt dat niet nodig en acht de huidige opwinding over de aanslag met miltvuur in de VS overdreven.

De inspecteur infectieziekten J. van Wijngaarden van de Inspectie voor de Gezondheidszorg ziet in de twee recente miltvuurbesmettingen in de Verenigde Staten geen directe aanleiding om in Nederland tot extra voorzorgsmaatregelen over te gaan.

Van Wijngaarden tegen het persbureau ANP: ,,Meestal zijn het slechts dreigementen en zit er geen anthrax in de per post verstuurde enveloppen, maar gewoon een wasmiddel of een ander proeder.'' Er zijn in de VS de afgelopen jaren talloze `aanslagen' met miltvuur geweest die achteraf gezien nepaanslagen waren. Na opening van een verdachte envelop rukken dan infectieziektebestrijders in beschermende pakken uit. Mensen die misschien zijn besmet krijgen antibiotica. Maar het duurt één of twee dagen voordat laboratoriumtests zekerheid kunnen geven of er echt een bacteriële besmettingen heeft plaatsgevonden. En tot vorige week was dat in de VS nooit het geval.

Van Wijngaarden vindt dat bestaande draaiboeken voor infectieziektenuitbraken ook bruikbaar zijn bij aanslagen met biologische wapens. De Landelijk Coördinatiestructuur Infectieziektebestrijding heeft met het oog op terroristische aanslagen vorig jaar een protocol voor de bestrijding van miltvuur (anthrax) geschreven. (in te zien op de website www.lci.lcr.nl) Daaruit blijkt, zoals ook inspecteur Van Wijngaarden stelt, dat het niet makkelijk is om mensen met een ziekmakende dosis te besmetten. Van Wijngaarden: ,,Je moet veel van die bacterie hebben omdat het anders niet werkt en de korreltjes of druppels waar de bacterieën in zitten moeten bijvoorbeeld ook precies de goede grootte hebben.'' Een mens moet waarschijnlijk enkele duizenden bacteriesporen inademen voordat hij ziek wordt. Dat is bij de laatste aanslag in de VS de eerste patiënt overkomen, maar de persoon die als tweede besmet was, is niet ziek geworden. Daar zijn alleen bacteriën uit de neusholte geïsoleerd.

Miltvuurbesmetting via de longen is de levensbedreigende vorm. Dierenartsen en huiden- en wolverwerkers krijgen meestal alleen wondinfecties door de miltvuurbacterie. Een antibioticakuur is dan altijd levensreddend. Bij een longinfectie is het zaak om snel met antibiotica te beginnen. Het probleem daarbij is dat miltvuur als een gewone griep begint. Om die reden kloppen veel Amerikanen nu dodelijk ongerust bij hun dokter aan en neemt het antibioticagebruik in de VS sterk toe.

Miltvuur bij de mens is in Nederland sinds 1994 niet meer voorgekomen. In de twintig jaar daarvoor zijn er in Nederland zeven patiënten geweest. Ook het Nederlandse vee is miltvuurvrij. In 1994 raakte een koe besmet nadat zijn boer graafwerkzaamheden had verricht. Op veel boerenbedrijven zijn nog oude grafkuilen aanwizig waarin vóór 1942 kadavers zijn begraven van bij toen nog heersende miltvuurepidemieën gestorven runderen. Na dat jaar was het verboden om op eigen terrein kadavers te begraven.

De lijken in de grote grafkuilen zijn meestal bedekt met ongebluste kalk. Bij het opgraven van die `witte kuilen', waarschuwt het protocol miltvuur, is het nog steeds mogelijk dat sporen van de miltvuurbacteriën vrij komen. Graafwerk moet stoppen als er zo'n witte kuil bloot komt te liggen. ID-Lelystad, het onderzoekslaboratorium van het ministeire van landbouw, moet daarna uitsluitsel geven of er nog miltvuurgevaar aanwezig is. Vooral bij droog weer moet werkkleding op de graafplek worden achtergelaten en is zorgvuldig douchen en handen wassen nodig om besmetting van personen en vee te voorkomen.

Totdat er een apart draaiboek voor aanslagen met biologische of chemische wapens is zijn de Nederlandse infectieziektebestrijders, zo geeft infectieziekteninspecteur Van Wijgaarden aan, aangewezen op de bestaande infectieziektedraaiboeken. Het Draaiboek `Explosies van Infectieziekten' is daar een voorbeeld van. Het behandelt bijvoorbeeld ook plotselinge uitbraken in tehuizen, wat een parallel heeft met de uitbraak van miltvuur in het gebouw van de roddelbladenuitgever in de VS.

Het draaiboek (hoofdstuk 3: 'Er is een explosie, wat nu?') geeft aan het pas bijeengekomen outbreakteam mee: `Eén van de eerste zaken die besproken moeten worden zijn de financiën: wie betaalt wat.'

Het draaiboek wijst ook op de mogelijkheid van pseudo-uitbraken, bijvoorbeeld door massapsychologische effecten. De dreiging daarvan is in de VS, volgens enkele deskundigen, op dit moment waarschijnlijk even groot als een echte bioterroristische aanslag.