De armsten blijven achter in Kabul

De bevolking van de Afghaanse hoofdstad Kabul vlucht massaal voor de bombardementen van de Amerikanen.

Vele duizenden zijn al vertrokken, maar de allerarmsten blijven achter.

De muren beven. De deur trilt. Vlakbij valt een bom neer. Ineengedoken verschuilen Mohammed Qasim, zijn vrouw en zeven kinderen zich in hun huis in Kabul. De jongste kinderen huilen en schreeuwen. Qasim en zijn vrouw kunnen op de derde nacht van Amerikaanse aanvallen op de stad nog slechts voor vrede bidden. ,,Ik wil naar een veiliger plek verhuizen. Ver weg van het vliegveld'', zegt Qasim, een 35-jarige kleermaker. ,,Maar ik heb het geld niet.''

Alleen de armste inwoners van Kabul wonen nog in de stad. Allen die het zich konden veroorloven zijn al drie weken geleden over de stoffige wegen op weg gegaan naar de bergen in het zuiden van Afghanistan, of naar de grens met Pakistan. Wie achter is gebleven, vecht tegen angst, slaap en honger.

Na jaren van oorlog zouden de Afghanen gewend moeten zijn aan de gevolgen ervan. Kabul ligt ten dele nog in puin van de strijd uit het verleden. Maar terwijl er normaal overdag in de stegen, bazaars en moskeeën mensen rondlopen, verschuilen de inwoners zich nu in hun kleine huizen. De ijzeren luiken van de winkels blijven gesloten, scholen zijn dicht. Het meeste geluid komt van de blaffende honden. ,,Ik probeer gewoon de hele dag mijn brood te verdienen. Ik heb Osama niet gezien en weet niets van het probleem tussen hem en Amerika'', zegt Qasim. ,,Maar wij lijden.''

Tijdens de luchtaanvallen is het voor de inwoners van Kabul

onmogelijk om te vluchten. Het Talibaan-regime heeft een avondklok ingesteld. Zodra de nacht valt, wordt de elektriciteit afgesloten om de stad geen makkelijk doelwit te maken. De straten zijn verlaten en stil. In het donker wachten de inwoners op wat er komen gaat.

,,We zitten in het donker, kijken naar de lucht en wachten op de dood'', zegt groenteman Jamal Udin, terwijl hij zijn winkel sluit.

Een Afghaanse soldaat zegt dinsdagnacht over de telefoon dat hij explosies kan horen. ,,We proberen met onze luchtafweer de vliegtuigen te raken, maar ze vliegen op een te grote hoogte.''

Volgens het Talibaan-regime zijn er inmiddels tientallen burgers gedood door de Amerikaanse aanvallen, maar een onafhankelijke waarneming daarvan is er

niet.

De dood van vier VN-medewerkers is wel bevestigd. Voor het puin van het gebouw van de mijnopruimingsdienst verzamelt zich een menigte boze mensen. Mohammed Afzl huilt als hij de ruïnes ziet. ,,Mijn broer ligt daaronder. Wat kunnen we doen? Onze levens zijn geruïneerd.''

Een getergde man sluit zich bij Afzl aan: ,,Hoe lang willen de Amerikanen dat we lijden? We kunnen niet slapen. We kunnen niet naar de moskee om te bidden.'' ,,We zitten al in de problemen. Wat wil de wereld verder nog van ons?'', zegt een ander. ,,Ze noemen zichzelf geciviliseerde naties en zijn er trots op dat ze zich als Hollywood-cowboys kunnen gedragen. Maar het zijn aasgieren.''

Honderden mensen komen op de begrafenis van de VN'ers. Ze geloven niet dat de Amerikanen alleen militaire doelen voor ogen hebben. ,,Dit is een woonwijk'', zegt een man. Kleermaker Qasim heeft de hoop om weg te komen opgegeven. ,,Zou het niet beter zijn als de wereld samenkomt en een grote bom gooit die ons allen doodt?'', zegt hij. ,,Alles is beter dan deze langzame, pijnlijke dood.''