Vier kapingen op één dag...

Dertig jaar geleden was het kapen van een vliegtuig een routineklus. In de periode 1968-1972 werd gemiddeld om de week een toestel gekaapt. De nieuwswaarde van een kaping was dan ook navenant laag. Behalve op 6 september 1970. Toen kaapte het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina vier toestellen op één dag, drie dagen later gevolgd door een vijfde.

De eerste kaping betrof een Boeing 707 van TWA. Het was van Tel Aviv op weg naar New York. Tijdens de tussenlanding in Frankfort stapten de kapers in. Binnen een kwartier na het opstijgen namen zij het toestel over en dwongen de vliegers om koers te zetten naar Dawson's Field, een in onbruik geraakt vliegveld in het noorden van Jordanië.

Vijftien minuten later was een Boeing 707 van El Al aan de beurt. Ook dit toestel was onderweg van Tel Aviv naar New York, maar maakte een tussenlanding op Schiphol. Het was de bedoeling dat vier kapers aan boord zouden gaan. Het Volksfront achtte dit het minimum aantal om de bewapende veiligheidsagenten aan boord te kunnen uitschakelen.

El Al-medewerkers weigerden echter twee kapers in te checken, omdat ze deze passagiers niet vertrouwden. De twee overgebleven terroristen, waaronder de ervaren kaapster Leila Khaled, besloten het er toch op te wagen. Tijdens de bestorming van de cockpit raakte Khaled gewond en werd haar metgezel gedood. Het toestel landde op Heathrow.

Drie kwartier na het begin van de kapingspoging bij El Al werd een DC-8 van Swissair het slachtoffer. Ook dit toestel had New York als bestemming, maar moest nu naar Dawson's Field.

Nog eens twee uur later werd het vierde toestel gekaapt. Het was een Boeing 747 van Pan Am. Het vliegtuig was van Brussel via Amsterdam op weg naar New York. In Amsterdam stapten de twee kapers in die eerder door El Al geweigerd waren. Ze dwongen de vliegers koers te zetten naar Beiroet. Na een tussenlanding, waar meer guerrillastrijders aan boord kwamen, vlogen ze door naar Kairo. Daar lieten ze de passagiers uitstappen. Vervolgens bliezen ze de 747 op.

De toestellen van TWA en Swissair stonden inmiddels op Dawson's Field. Het Volksfront zou de gijzelaars en toestellen laten gaan als zes medestrijders zouden worden vrijgelaten uit cellen in Zwitserland en Duitsland. Ook Leila Khaled moest vrijgelaten worden. Om de laatste eis kracht bij te zetten, kaapte het Volksfront op 9 september een VC-10 van de Britse vliegmaatschappij BOAC. Wederom werd de bestemming Dawson's Field.

Tijdens langdurige onderhandelingen werden de eisen van de kapers ingewilligd. Een van de onderhandelingstactieken was het opblazen van de drie vliegtuigen op 13 september. Pas op 29 september werden de laatste zes gijzelaars vrijgelaten.

Deze episode was aanleiding om wereldwijd haast te maken met veiligheidsmaatregelen. Het aantal kapingen nam daarna af. Meervoudige kapingen kwamen niet meer voor. Tot een maand geleden.