Troost

Misschien is Jaap de Hoop Scheffer nu een redelijk gelukkig mens, `bevrijd' van een taak, een tweede lijsttrekkerschap van het CDA, waarvoor hij eigenlijk niet zo geschikt was. Zoals de verkiezingen van 1998 en de opiniepeilingen sindsdien al hadden duidelijk gemaakt. Hij is ook bevrijd van de verplichting, nu eens namens de ene groep in partij of fractie dan weer namens de andere, opvattingen te verkondigen, waarvan je je kon afvragen of het wel helemaal de zijne waren. Want de qua verschijning, articulatie, opleiding, curriculum en optreden archetypische bewoner van het chique Haagse Benoordenhout sprak soms zó sociaal-bewogen en bijna linksig dat je wel eens moest denken aan die grap van Wim Kan over de troonrede: ,,Het is vaak net of de koningin andermans sprookje zit voor te lezen''. Hoe dat zij, dáárvan, van wat wel eens een authenticiteitsprobleem heette, is hij ook af. Hij mag de politieke spagaat tussen, zeg, de fractieleden Hans Hillen en de van het CNV afkomstige Gerda Verburg, vergeten. Er kunnen een mens ergere dingen gebeuren.

Er is meer dat troosten kan. De ex-diplomaat heeft zijn verliezersrol bij zijn onvrijwillige en plotselinge afscheid als politiek leider onlangs zó mooi en consequent gespeeld, beheerst en waardig waren trefwoorden in de recensies, dat menigeen in hogere etages van politiek en bedrijfsleven zijn naam alvast zal hebben genoteerd voor na de verkiezingen van 15 mei 2002. Zo van: fitte en nette vent uit een goed nest, ruggengraat ook, ooit een goede diplomaat, en 53 pas, qua naturel geen echte eerste man (al moet je dat als ambassadeur ook een beetje zijn), maar zeker een heel bekwame tweede man, vlak onder de top. Of toch minister? Op Buitenlandse Zaken dan, dat hij heel goed kent en waar hij als secretaris ooit een handvol ministers diende? Nee, dat krijgt een CDA'er niet wanneer de PvdA en de VVD straks regeren. En in een coalitie van PvdA, CDA en GroenLinks geloofde De Hoop Scheffer als fractieleider al niet, wat trouwens een van de weinig besproken redenen voor zijn sneuvelen kan zijn geweest, laat staan dat hij voor zo'n coalitie (met haar geschatte programma) op BZ zou willen of mogen zitten. Nu, geen minister dan, maar het komt goed.

De PvdA'er Joop den Uyl, premier van het ,,meest progressieve kabinet uit de Nederlandse geschiedenis'' (1973-1977), placht te zeggen dat zijn kabinet in feite te laat gekomen was omdat de vernieuwingsgolf die sinds midden jaren zestig door Nederland gerold was in 1973 al over zijn hoogtepunt heen was. Van de vijftienjarige politieke loopbaan van De Hoop Scheffer zou je ook kunnen zeggen dat zij te laat begon. Hij werd, na een kort lidmaatschap van D'66, lid van het CDA, de partij die een abonnement op de regeringsmacht leek te hebben en waarvoor hij na Lubbers' verkiezingssucces in 1986 (54 zetels) in de Tweede Kamer kwam. Net toen De Hoop Scheffer na acht jaar in de Tweede Kamer aan iets mooiers toe leek, kreeg het CDA een enorme dreun (20 zetels verlies in 1994). Een uitglijder over de waardevastheid van de AOW bij de presentatie van het verkiezingsprogramma en de openlijke controverse tussen Lubbers en de nieuwe lijsttrekker Brinkman droegen daaraan bij. Als `eeuwige' bestuurders- en regeringspartij raakte het CDA in de oppositie, waar het natuurlijk extra kwetsbaar werd voor de voortschrijdende secularisatie van de kiezer, die CDA-premiers als Van Agt en Lubbers lang, en als het ware op persoonlijke titel, goeddeels onzichtbaar hadden weten te houden. De AOW-uitglijder bracht in 1994 bij wijze van veeg teken ook nog mee dat zeven Kamerzetels toevielen aan ouderenpartijen.

In de oppositie kon het CDA sinds 1994 maar weinig klaarmaken tegen `paars', dat trouwens een aanhoudend-prachtige economische wind in de rug had. Maar De Hoop Scheffers partij deed zelf ook het hare om de neergang te versnellen. Want hoewel Nederland begon aan een sterke vergrijzing en het CDA onder oudere kiezers altijd oververtegenwoordigd was geweest (en dus als het ware slapend rijk van de vergrijzing had kunnen worden), stuurde het onder een nieuwe partijvoorzitter (Helgers) heel andere signalen het land in. Namelijk, tikje toegespitst: bent u ouder dan veertig en hebt u ervaring? Dan hebt u bij ons weinig te zoeken. Overigens verbaasde het CDA, al is het qua kiezersaanhang tegenstander van de PvdA en concurrent van de VVD, door in de Kamer geregeld naar een positie tussen de PvdA en GroenLinks te zoeken. Zonder twijfel tot genoegen van de VVD.

De Hoop Scheffer, die in 1997 de vooral in progressieve kring gewaardeerde Heerma als fractieleider (en als lijsttrekker in 1998) had verdrongen en nog eens vijf zetels verloor, raakte daarna opgescheept met een volgens het plan-Helgers zeer vernieuwde maar ook zeer onervaren fractie. Een fractie waarvan sommigen kort voor de verkiezingen nog hadden geaarzeld of zij zich bij de PvdA of in een eigen groep niet beter thuis zouden voelen. Een fractie ook, waarin maar één (nieuw) lid, de nu tot het fractieleiderschap omhooggevallen Balkenende, goed genoeg kon rekenen om het kabinet op financieel-economisch gebied behoorlijk tegenspel te bieden. De hoofdpersoon van dit verhaal had er (onwillig en bedroefd) bijgezeten, maar kennelijk nooit voldoende gezag gehad om met de vuist op tafel te slaan in zijn verdeeld-verwarde partij.

Verdeeld, verward, dat CDA? Ja, ook structureel. Want zoals Bram Peper het een week geleden in deze krant beschreef, werd de recente CDA-crisis mede bepaald door de sinds 1994 opgelopen spanning tussen lokale en regionale partijkaders, die in gemeente en provincie `meeregeren', en de landelijke partij, die in de oppositie weinig klaarmaakt en daar ook weinig voor de lokale of provinciale geestverwanten kan doen. Die geestverwanten, uiteraard ruim vertegenwoordigd in het partijbestuur, willen het CDA zien winnen, en dat zagen zij onder Jaap de Hoop Scheffer niet gebeuren. Maar bovenal wilden zij hun partij snel terug in het landsbestuur, desnoods (of graag) in een coalitie met GroenLinks en de PvdA, zelfs al vrezen sommigen, onder wie De Hoop Scheffer, dat dat op termijn dodelijk zou zijn. Geduld of ongeduld, korte of lange baan over acht maanden kan dat vraagstuk terugkomen. In dat opzicht lost de (veel te late) bevrijding van De Hoop Scheffer niets op.