Syrië gaat in de V-raad de vrede dienen

Syrië, toch bestempeld als steunpilaar van internationaal terrorisme, is gisteren gekozen als niet-permanent lid van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Een jaar geleden legde de Amerikaanse regering nog al haar gewicht in de schaal om te verhinderen dat Soedan werd gekozen als niet-permanent lid van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Volgens de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, kwam het niet te pas een land dat was onderworpen aan VN-sancties wegens internationaal terrorisme in de Veiligheidsraad te kiezen. In plaats van Soedan, dat aanvankelijk toch de steun had van de Afrikaanse groep in de VN, kwam Mauritius in de raad.

Gisteren werd Syrië met 160 van de 177 uitgebrachte stemmen door de Algemene Vergadering als lid van de Veiligheidsraad gekozen. Het land is dan wel niet aan VN-sancties onderworpen, maar wel staat het, net als Soedan, op de Amerikaanse lijst van staten die internationaal terrorisme steunen. Toch legde Washington het gisteren geen strobreed in de weg. De regering negeerde daarbij druk van zijn bondgenoot Israël. Ook een laatste poging van 38 Congresleden om Syriës kandidatuur te dwarsbomen, sorteerde geen enkel effect.

De verkiezing van Syrië als lid van de Veiligheidsraad illustreert hoe anders de prioriteiten van de Amerikaanse buitenlandse politiek zijn komen te liggen sinds de aanslagen van 11 september op het World Trade Center en het Pentagon. Het moslim-terrorisme van Osama bin Laden is nu doelwit van Washington, en Syriës soort terrorisme, dat wil zeggen steun voor geweld van Palestijnse en Libanese groepen tegen Israël, is daartegenover volledig verbleekt: gewettigd verzet is de term. Syrië en andere Arabische landen maken, niet zonder succes in het Westen, tegelijk van de gelegenheid gebruik om Israëls geweld tegen de Palestijnen als terrorisme aan te klagen. ,,Bezetting is de meest woeste vorm van terrorisme'', zei de Syrische VN-ambassadeur vorige week in de Algemene Vergadering. ,,Verzet tegen dit soort bezetting, met inbegrip van de Israëlische bezetting, is legitiem.'' De honderdste zelfmoordaanslag tegen Israël sinds 1993 is deze week haast onopgemerkt voorbijgegaan. Zo snel kan het verkeren met terrorisme.

Onder die omstandigheden werd Syrië gisteren beloond voor zijn veroordeling van de aanslagen in New York en Washington. In zijn strijd tegen moslim-terrorisme werft Washington alle hulp van islamitische landen die het kan krijgen om te bewijzen dat de islam en moslims geen doelwit zijn. De Amerikaanse Democratische afgevaardigde Eliot Engel schreef eind vorige week in een brief aan president Bush dat Syriës verkiezing in de Veiligheidsraad ,,precies het verkeerde signaal'' zou zijn aan de internationale gemeenschap op dit moment en ,,averechts zou werken voor Amerika's inspanningen om een eind te maken aan het terrorisme in de wereld''. Washington vond van niet. Het speelt intussen met de gedachte Syrië af te voeren van de lijst van terroristische landen.

Syrië belooft wel een aanwinst voor de Veiligheidsraad te worden. Het Syrische partijorgaan, Al-Ba'ath, kondigde gisteren aan dat het land zijn lidmaatschap van de Veiligheidsraad, dat 1 januari ingaat, in dienst zal stellen van ,,vrede, veiligheid en stabiliteit'' van de planeet. Na het begin van de aanvallen op Afghanistan is er ,,een groeiende behoefte aan een stem die wijst op het belang van de consolidatie van vrede, veiligheid en samenwerking in deze wereld'', aldus Al-Ba'ath. Zaterdag riep Damascus Israël al op de vastgelopen vredesonderhandelingen te hervatten. Jeruzalem weigerde.