Strijd tegen terreur is neventaak leger

De aanpak van het terrorisme vraagt om een multidimensionale benadering, waarbij de hoofdrol is weggelegd voor inlichtingendiensten, politie en justie. De strijdkrachten hebben alleen een daarvan afgeleide taak, vindt Kees Homan.

De televisiebeelden van het vergeldingsoffensief tegen het Talibaan-regime en de terroristen in Afghanistan doen sterk denken aan die van de Golfoorlog en het Kosovoconflict. Kruisraketten en precisie-geleide bommen vinden hun weg naar standaarddoelen als vliegvelden, verbindingscentra, commandoposten, radarinstallaties, elektriciteitscentrales, luchtverdedigingposities en terroristenkampen. Maar hiermee houdt iedere gelijkenis op, want het gaat ditmaal om een conventioneel begin van een onconventioneel conflict. De huidige militaire operaties vormen het eenvoudigste en minst risicoloze deel van de strijd.

Naast het vernietigen van militaire doelen maken humanitaire hulp en psychologische operaties deel uit van een drieledige Amerikaans/Britse strategie. De humanitaire hulp bestaat uit het vanuit vliegtuigen droppen van voedsel en medicijnen. De psychologische operaties omvatten het strooien van pamfletten boven door de Talibaan beheerste gebieden. Deze geschriften stellen `bescherming en beloning' in het vooruitzicht aan iedereen die inlichtingen verschaft over Osama bin Laden en zijn trawanten. Een langs de Afghaanse grens vliegende Amerikaanse C-130 zendt op verschillende radiofrequenties dezelfde informatie uit.

Uiteindelijk zal dit conflict op de grond moeten worden beslecht. Afghanistan biedt het perfecte terrein voor guerrilla-oorlogvoering. `Verrassing' en `onzekerheid' zijn de sleutelwoorden in deze wijze van oorlogvoeren, waarin technologie een geringe rol speelt. Amerikanen en Britten zullen zich dan ook niet aan een traditionele grondoorlog wagen in het onherbergzame terrein. Maar elite-eenheden zoals de Amerikaanse Rangers, Delta Force en Night Stalkers en de Britse Special Air Services zijn beter toegerust voor deze irreguliere oorlogvoering.

Het Amerikaans/Britse beleid in het Afghaanse `Theatre of Operations' is vooralsnog gericht op het realiseren van twee doelstellingen, te weten het verwijderen van het Talibaan-regime en het gevangennemen c.q. uitschakelen van Osama bin Laden en zijn gezellen. Beide doelstellingen zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden.

Verschillende scenario's zijn de komende weken denkbaar:

1. De aanhoudende bombardementen zullen, gezien eerder gesignaleerde onderlinge meningsverschillen, het Talibaan-regime uiteen doen vallen. Dit ook vanwege de verminderde steun onder de bevolking en het gebrek aan mogelijkheden voor hervoorberading van de Talibaan.

2. De humanitaire hulp en psychologische oorlogvoering met voedselpakketten en informatie sorteren effect en lokken een opstand onder de bevolking uit.

3. De Noordelijk Alliantie zet, met ondersteuning van Amerikaanse luchtstrijdkrachten en speciale eenheden, een offensief in dat een einde maakt aan het Talibaan-regime. Naar verluidt wordt in het door de Noordelijke Alliantie bezette gebied een groot vliegveld gebouwd, waar Amerikaanse transportvliegtuigen de alliantie van wapens en munitie zullen voorzien. Indien de Noordelijke Alliantie als alternatief regime gaat fungeren zal het voor zijn legitimiteit zoveel mogelijk moeten worden uitgebreid met vertegenwoordigers van verschillende Pashtun-stammen.

4. In samenhang met deze scenario's nemen Amerikaans/Britse speciale eenheden en/of de Noordelijke Alliantie Osama bin Laden en zijn trawanten gevangen.

In de praktijk zal er sprake zijn van mengvormen van deze scenario's.

De grote vraag is echter of het operatiegebied tot Afghanistan beperkt zal blijven, want langdurige bombardementen kunnen geografische escalatie van het conflict tot gevolg hebben. De zogenoemde `wet van de onbedoelde gevolgen' kan voor grote complicaties zorgen. Zo kan in Pakistan de vlam in de pan slaan door activiteiten van radicale islamitische groeperingen die op de hand van de Talibaan zijn. Ook de reacties onder radicale groeperingen in Saoedi-Arabië zijn onvoorspelbaar.

Bovendien wekt de oorlog tegen het `global terrorism' van president Bush bij sommige landen verwachtingen die waarschijnlijk niet gehonoreerd zullen worden. Worden in deze oorlog bijvoorbeeld straks ook regionaal opererende radicale islamitische groeperingen in Kashmir en het Midden-Oosten aangepakt? Daarnaast loopt een oorlog tegen het terrorisme het gevaar dat die geen onderscheid maakt tussen de verschillende oorzaken van terrorisme en de diverse antwoorden die elke variant vereist.

Door de `high visible' bombardementen van de afgelopen dagen zou men bijna vergeten dat de bestrijding van terrorisme hooguit een additionele defensietaak is. De huidige militaire operaties zijn niet maatgevend voor de aanpak van het terroristenprobleem. Zo is de vaak gehoorde bewering van de laatste weken, dat het Nederlandse defensiebeleid op de helling moet onjuist. In de toekomst zullen militaire operaties zoals die op de Balkan aan de orde van de dag blijven. Wel ligt het voor de hand dat in de Nederlandse krijgsmacht een accentverschuiving zal plaatsvinden naar de `special forces': onderdelen van het korps mariniers en het korps commandotroepen. De kleine mobiele en flexibele teams van deze korpsen zijn getraind in terreurbestrijding en het `nabijgevecht'. Voor deze eenheden is voornamelijk een taak weggelegd indien sprake is van acties hoog in het geweldsspectrum. Zo is de Bijzondere Bijstands Eenheid Mariniers in het verleden diverse malen ingezet bij gijzelingsacties. Dit optreden valt onder de zogenoemde 'vangnetfunctie' van de krijgsmacht. Met andere woorden, indien civiele autoriteiten in een noodsituatie over onvoldoende personeel en/of middelen beschikken, kunnen zij een beroep doen op de krijgsmacht in het kader van `speciale militaire bijstand'.

De aanpak van het terrorisme vraagt echter om een multidimensionale benadering, waarbij de hoofdrol is weggelegd voor inlichtingendiensten, politie en justie. Het kabinet heeft daar de afgelopen week dan ook extra geld voor uitgetrokken. De recente aanslagen in de Verenigde Staten hebben in ieder geval duidelijk gemaakt dat `human intelligence' belangrijker is dan inlichtingen die via geavanceerde technologie worden verkregen. Zo zal het vergaren van inlichtingen via infiltraties en het gebruik maken van `agenten' een hogere prioriteit moeten krijgen.

Voor wat betreft de politie is de Koninklijke Marechaussee het meest aangewezen politieapparaat om een belangrijke rol te vervullen in de bestrijding van het terrorisme. Sinds de invoering van de regio-politiekorpsen in ons land is de Koninklijke Marechaussee het enig centraal aangestuurde politieapparaat in ons land. Het militair-politiële karakter van de marechaussee leent zich bij uitstek voor de bestrijding van het terrorisme.

Maar ondanks alle nieuw te nemen maatregelen moeten we leren leven met de wetenschap dat het bij terrorisme om een chronische ziekte gaat die hoogstens onder controle is te brengen, maar die niet te genezen valt.

Generaal-majoor der mariniers b.d. C. Homan is verbonden aan het Instituut Clingendael.