`Sterven is dienstplicht voor moslim'

De koran is de grondslag van de islam en als zodanig regelmatig in het nieuws. Sommige extremistische moslims rechtvaardigen er hun strijd tegen het Westen mee. Uitspraken over homoseksualiteit worden erop gebaseerd. Maar wat staat er eigenlijk in het heilige boek over bijvoorbeeld het gebruik van geweld, of de verhouding tussen man en vrouw? En hoe worden die verzen geïnterpreteerd door invloedrijke islamitische voorgangers in Nederland? In vier afleveringen geven Nederlandse imams tekst en uitleg van relevante koranverzen. Vandaag Sura 47 vers 4, over de oorlog met ongelovigen.

Eén van de koranteksten die zich het duidelijkst uitlaat over de oorlog tussen moslims en de ongelovige buitenwereld, staat in Sura 47 vers 4.

,,Wanneer jullie degenen die ongelovige zijn (op het slagveld) ontmoeten: doodt hen. Wanneer jullie hen verslagen hebben: bindt (de gevangenen) dan stevig vast, of laat (hen) vrij of vrij (na) een losgeld, tot de oorlog voorbij is. Zo is het. En als Allah het wil, dan vernietigt Hij hen zeker. Maar Hij wil een groep van jullie beproeven met een andere groep. En degenen die gedood worden op de Weg van Allah: Hij doet hun werk nooit verloren gaan.'' De vertaling van het vers is overgenomen uit de derde druk van De Edele Koran, uitgegeven door Islamitisch Cultureel Centrum Nederland.

We vragen uitleg van het vers aan vier vooraanstaande koran-uitleggers in Nederland.

Arslan Karagül is voorzitter van de Raad van Moskeeën en geestelijk verzorger.

Marzouk Aulad is imam van de Marokkaanse moskee El-Kabir in Amsterdam en docent aan de Islamitische Universiteit in Rotterdam.

Abdullah Haselhoef is imam in Den Haag en Rotterdam.

Abdulwahid van Bommel is publicist en geestelijk verzorger in Medisch Centrum Haaglanden.

Karagül: ,,Op het slagveld speel je geen honkbal. Dat er doden vallen hoort erbij. Maar buiten dat mag je geen leven nemen, dat is aan Allah. En individuen hebben het recht niet naar eigen inzicht en wens anderen de oorlog te verklaren. Alleen staten mogen elkaar de oorlog verklaren. Osama bin Laden mag geen oorlog beginnen tegen de Verenigde Staten. Een heilige oorlog mag hij helemaal niet afroepen. De islam wordt immers niet direct bedreigd. En mensen die niet deelnemen aan de oorlog moeten ongemoeid gelaten worden. Bovendien heeft iedereen het recht te geloven of niet te geloven. Dwang kan er niet zijn (sura 2 vers 256).''

Aulad: ,,De islam is tegen geweld. Je moet er alles aan doen om een gewapend conflict te vermijden. Mohammed vluchtte van Mekka naar Medina om niet hoeven te vechten. Maar word je aangevallen en moet je uit zelfverdediging toch een oorlog voeren, dan moet je je houden aan regels. Als je een mens doodt, dood je alle mensen staat elders in de koran. `Wie een ziel doodt – niet (als vergelding) voor een ziel of het verderf zaaien op aarde – het is alsof hij alle mensen doodde en wie iemand laat leven, het is alsof hij alle mensen deed leven.'' (sura 5 vers 32)

Haselhoef: ,,Een moslim is niet bang om te sterven, zo blijkt. Het leven gaat namelijk door na de dood. Bush maakt een enorme fout: hij gaat de strijd aan met mensen die de angst voor de dood niet kennen. Deze strijd zal hij dan ook niet kunnen winnen. Sterven is een soort dienstplicht voor moslims. Of een leger aan maagden de martelaren opwacht in het paradijs? Ja, of renpaarden. Ieder heeft een eigen voorstelling van het paradijs en als je maagden wil, krijg je maagden, wil je renpaarden, krijg je die. De vraag is of de daders van de aanslagen op de Verenigde Staten in de hemel zullen belanden. Zelfdoding wordt door slechts een klein deel binnen de islamitische wereld als toelaatbaar geacht en dan alleen nog in Israël omdat de burgers die daarheen zijn gegaan dat willens en wetens hebben gedaan en een deel van de bezettingsmacht uitmaken. De aanslagen op het World Trade Center zijn zo anti-islamitisch. Onschuldige mensen zijn brandend gestorven in die gebouwen. Verbranden door mensen is totaal uit den boze, het is een straf die alleen voorbehouden is aan Allah. Juist de slachtoffers zullen naar het paradijs gaan omdat ze zo'n gruwelijke dood hebben gekend dat Allah al hun zonden zal vergeven. De vreugde die bij sommige moslims volgde, getuigde dan ook van halve kennis.''

Van Bommel: ,,Mocht een moslimstaat tot oorlog worden gedwongen dan heeft de koran daaraan duidelijke eisen en voorwaarden gesteld. Zo staat in sura 2 vers 190: En strijd op de Weg van Allah met degenen die met jullie strijden, (maar) overschrijd de grenzen niet! Want Allah houdt niet van degenen die grenzen overschrijden.'' Die grenzen zijn in oorlogsrecht binnen de sjaria verder uitgewerkt. Daarbij is om te beginnen vastgesteld wie een vijand is: `eenieder die fysiek deelneemt aan het gevecht of deel uitmaakt van het vijandelijk leger'. Verder wordt gezegd dat het verboden is degenen te doden die geen deel uit maken van het leger van de vijand, zoals vrouwen, kinderen, bedienden, slaven en degenen die onder dwang naar het slagveld worden gebracht maar niet deelnemen aan het eigenlijke gevecht. Tevens mogen de volgende personen niet gedood worden: blinden, monniken of anderen die zich geheel hebben gewijd aan hun eigen religie, bejaarden, degenen die fysiek niet in staat zijn tot vechten en ouden van dagen en dementen. Ook handelaren, kooplieden, contractarbeiders en anderen wiens broodwinning afhankelijk is van de handel, behalve wanneer ze fysiek deelnemen aan het gevecht. Het is verder verboden burgers te doden als zij op geen enkele manier deelnemen aan de strijd en de uitkomst van de oorlog hen verder koud laat.''

Dit is het eerste deel van een vierdelige serie over actuele koranverzen.