`Sta IVF-draagmoederschap wettelijk toe'

IVF-draagmoederschap is een goede voorplantingsvorm voor vrouwen die om medische redenen niet zwanger kunnen worden, zegt gyneacoloog Sylvia Dermout.

Twee mannelijke wensouders uit Hornhuizen dienden vorig jaar een strafklacht in. Hun `draagmoeder', in 1998 bevallen van een tweeling, weigerde de kinderen af te staan. Rechtszaken als deze hebben de term draagmoeder in Nederland een negatieve lading gegeven. Commercieel draagmoederschap is in 1993 bij wet verboden. Over ideëel draagmoederschap zegt de wet niets. Wel besloot minister Borst (Volksgezondheid) in 1997 een specifieke vorm van draagmoederschap expliciet te gedogen, namelijk `ideëel hoogtechnologisch draagmoederschap met in vitro fertilisatie (IVF)', waarbij het gekweekte embryo genetisch geheel van de wensouders is. Dit wordt gedoogd, op voorwaarde dat de wensmoeder zelf om medische redenen niet zwanger kan worden. Bijvoorbeeld vrouwen die onvruchtbaar zijn geworden door kanker, die geboren zijn zonder baarmoeder of die een zwangerschap zelf niet zouden overleven.

Gynaecoloog Sylvia Dermout begeleidde de afgelopen jaren als eerste een aantal wens- en draagouders bij het IVF-draagmoederschap en promoveert woensdag op dit onderwerp aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dermout: ,,Het betreft een goede voorplantingsmethode, die nauwelijks blijvende negatieve medische of psychologische gevolgen heeft voor de betrokkenen.'' Volgens Dermout kan deze vorm van draagmoederschap nu daarom wettelijk worden toegestaan. ,,Dat is een logische volgende stap.'' Wel zou het volgens haar goed zijn als andere wetswijzigingen volgen, zoals een aanpassing van de adoptiewet. ,,Allerlei wettelijke obstakels staan wensouders en draagmoeders in de weg, zoals het feit dat het kind wettelijk van de draagmoeder is. Het ouderschap veranderen, duurt een jaar. Mochten de wensouders voordien overlijden, dan is de draagmoeder als formele ouder ongewild verantwoordelijk voor het kind. Het zou daarom een verstandige stap zijn als de adoptiewet zo wordt aangepast dat de adoptieprocedure al kan beginnen zodra een vrouw zwanger is, zodat bij de geboorte de adoptie direct kan plaatsvinden.''

Dermout begeleidde 91 wensouders en draagmoeders, waarvan er uiteindelijk 22 overbleven voor IVF-draagmoederschap. De kans op een gezond kind via deze methode bleek groot: 50 procent, tegen 25 procent bij een `gewone' IVF, zonder draagmoeder. Van de 22 draagmoeders kregen er 9 een kind, zijn er twee hoogzwanger en twee nog in behandeling. Het succes is volgens Dermout te danken aan de medische en psychologische selectie. Als de draagmoeder tijdens eerdere zwangerschappen last had van ernstige complicaties, zoals bekkeninstabiliteit of vroeggeboorte, viel zij af.

Het grootste risico bij draagmoederschap is dat de draagmoeder het kind uiteindelijk niet wil afstaan. Hoe vaak kwam dit in uw onderzoek voor?

,,Dat probleem speelde totaal niet. Onze eis was dat wensmoeders zelf een draagmoeder zochten. In 75 procent van de gevallen was dit een zus of een schoonzus, anders een vriendin. We hebben ook scherp geselecteerd op motivatie en mentale stabiliteit. Ik heb een paar afgewezen omdat de wensmoeder de draagmoeder te veel onder druk zette om mee te doen. De overgebleven draagmoeders waren supergemotiveerd. Het gaat om een weloverwogen beslissing, van vrouwen die bij een zus of vriendin al een ziekteproces hebben gezien en het verdriet over ongewenste kinderloosheid. Er meldden zich ook moeders als draagmoeder voor hun dochter, maar vanwege de leeftijdsgrens van 44 jaar kwamen zij helaas niet in aanmerking.''

Hoe kan het dat de betrokkenen geen negatieve psychologische gevolgen ondervonden van de behandeling, zoals u stelt in uw proefschrift?

,,Het helpt dat we in een contract 99 afspraken hadden vastgelegd, zelfs de bezoekregeling tijdens het kraambed. Een IVF levert de gebruikelijke spanning op, maar een meerderheid had geen behoefte aan professionele hulp. De paren – de draagmoeder had bijna altijd ook een partner – vonden veel steun bij elkaar. De draagmoeders waren echte steunpilaren als de wensmoeders zich zorgen maakten en de draagvaders vervulden vaak de rol van stabilisator. Zij hebben iets meer afstand. Het enige probleem is dat veel wensouders grote schuld- en dankgevoelens hebben tegenover de draagouders. Daar vinden ze meestal pas een jaar na de bevalling een balans in.''

Vindt u het verbod op commercieel draagmoederschap terecht?

,,Ja. Het voornaamste motief van de draagmoeder zal dan meestal het geld zijn. De belangen van de wensouders en het kind komen dan op de tweede plaats. Als je graag een kind voor een ongewenst kinderloos stel wilt dragen, waarom zou je dan geld vragen? Iets anders is een vergoeding voor gederfde arbeidskosten en onkosten. Dat is prima.''

Is plaatsing van een embryo in een `vreemde' baarmoeder medisch verantwoord?

,,Het bleek redelijk eenvoudig te zijn. Met hormonen kun je de cyclus van de draagmoeder afstemmen op die van de wensmoeder. Verder bleek dat als vrouwen eerder een zwangerschap goed hebben volbracht, dit de kans vergroot dat zij een geïmplanteerd embryo óók voldragen. Kennelijk wogen deze factoren zwaarder dan het feit dat de kwaliteit van de eicellen beduidend minder was dan bij een normale zwangerschap. Die waren in de meeste gevallen afkomstig van vrouwen die kanker hebben gehad, of die geboren waren met een anatomische afwijking waardoor ze geen baarmoeder hebben, maar wel eierstokken.''

Rechtvaardigt de kleine groep vrouwen die baat heeft bij het IVF-draagmoederschap invoering van zo'n dure, gecompliceerde techniek?

,,Ik verwacht dat ongeveer tweehonderd vrouwen per jaar zich zullen aanmelden, waarvan er na selectie twintig tot vijftig overblijven. Dat is inderdaad een kleine groep, maar voor een bepaalde groep vrouwen is deze techniek de enige kans om moeder te worden. De kosten zijn redelijk laag, maximaal 10.000 gulden extra voor onder meer psychologisch onderzoek en begeleiding en extra medische handelingen.''