Slikken voor het vaderland

Dertig jaar geleden traden Nederlandse sportbestuurders nog zelf als dopingopsporingsambtenaren op.

In 1968, tijdens de Olympische Spelen van Mexico, vonden Nederlandse bobo's spuiten met resten van het anabole steroïde Duraboline in de prullenbak van soigneur Sjeng Collard die de wielrenners onder zijn hoede had. Een Nederlands kwartet (Zoetemelk, Pijnen, Krekels en Den Hertog) had net de wedstrijd over 100 kilometer gewonnen, maar Collard werd naar huis gestuurd.

Onderweg herinnert een interviewer hem op de luchthaven aan de vooraf gemaakte afspraak dat er in Mexico niet zou worden gespoten. De bobo's en bondsartsen hadden dat afgedwongen, wat hen van de kant van de verzorgers op de kwalificatie `stelletje amateurs' kwam te staan. Geheel in de geest van de Olympische Spelen.

,,Vind je dat je tegen de afspraken bent ingegaan?'', vraagt de interviewer.

,,Ja'', zegt Collard.

Dit is geen verkorte weergave van het gesprek. De mediatrainers die tegenwoordig onze sportlieden onder hun hoede hebben zouden hier een voorbeeld aan kunnen nemen: duidelijke antwoorden bestaan ook.

,,Voel je je schuldig?'', vraagt de journalist.

,,Nee'', zegt Collard.

Dan volgt pas de uitleg: ,,Het heeft honderdduizend gulden gekost om die vier jongens zover te brengen. Hadden we ze dan nu in de lappenmand moeten laten liggen?'' Collard legt uit dat Duraboline (wat gewoon hetzelfde is als nandrolon waar ook Frank de Boer, Davids en vele andere hedendaagse sporters gezien hun urinesamenstelling te veel van hebben gehad) een ,,opbouwend hormoon is waarmee je kracht kunt maken'' en dat het ,,wordt toegepast bij een sterke atrofie (spierafbraak) en krachtvermindering''. De mening van Collard was duidelijk. Hij had het land gediend. De bobo's hadden Nederlandse belangen geschaad.

Doping in Nederland is een titel die de lading van deze aflevering van de geschiedenisserie Andere Tijden wel erg ruimschoots dekt. Het programma behandelt maar twee, weliswaar beroemde dopingzaken.

Dat doping waarschijnlijk echt een `staatszaak' is geweest, althans afgedekt door een sportbond, doet de affaire rond zwemster Sita Posthumus vermoeden. Die beschuldigde in 1960, tijdens kwalificatiewedstrijden collega-zwemsters ervan doping te gebruiken. Waarschijnlijk had ze gelijk, maar haar werd het zwemmen onmogelijk gemaakt.

,,Bent u verbitterd?'', vraagt de interviewer de inmiddels gerimpelde mevrouw Posthumus.

,,Niet meer'', zegt ze. Hoewel haar lichaamstaal anders doet vermoeden.

,,U bent dus wel verbitterd geweest. Hoe lang?''

,,Een jaar of tien, vijftien.''

Andere tijden: doping in Nederland, NPS/VPRO, Ned.3, 20.30-21.00u.