Laten zien dat je er bent

Elke oorlog brengt zijn eigen beelden mee. Tijdens de Golfoorlog domineerden de nachtelijke infraroodopnames van bombardementen op Irak. Ook de huidige crisis kent een noviteit: de videofoon. CNN had als eerste een verslaggever in Afghanistan via de videofoon in de uitzending, maar inmiddels is ook Journaalverslaggever Wouter Kurpershoek er in het Pakistaanse Peshawar mee uitgerust.

De videofoon is eigenlijk bedoeld om mensen die op verschillende plekken verblijven, met elkaar te kunnen laten vergaderen in beeld en geluid. De videofoon weegt in totaal twintig kilo. Speciaal voor mobiel mediagebruik is de nieuwe variant in twee kleine koffers gestopt. Via twee satelliettelefoons (samen goed voor 128 kb, de snelheid van twee modems) wordt een verbinding opgebouwd waarmee digitaal geluid en beeld naar een satelliet wordt verzonden. In Parijs worden die signalen opgevangen en door een ISDN-lijn naar Hilversum gestuurd.

Het beeld lijkt nog het meest op dat van een webcam via internet: als Kurpershoek zijn hoofd iets te enthousiast beweegt, wordt het de videofoon al snel te veel. Ook zijn de beelden iets vertraagd. Bij het Journaal heerst tevredenheid over de kwaliteit. ,,het valt ons mee, we hadden het slechter verwacht'', zegt adjunct-hoofdredacteur René Went. Van kijkers kreeg het journaal geen enkele negatieve reactie. ,,Die waarderen vooral dàt je er bent.''

Volgens Went is het voornaamste voordeel van de videofoon dat je ermee live kunt uitzenden ,,waar en wanneer'' je maar wilt. Er hoeft geen zendstation te worden opgebouwd zoals normaal gebeurt. Om de kosten te drukken doen de gezamenlijke Europese publieke omroepen (EBU, European Broadcast Union) dat in het buitenland meestal samen. Een belangrijk nadeel van zo'n gezamenlijk `feedpoint' is dat het niet mobiel is en je de satellietcapaciteit met veel omroepen moet delen. Volgens Ferry Kesselaar, hoofd faciliteiten van de NOS is het in Pakistan nu echt ,,nummertjes trekken, iedereen wil daar vandaan zenden dus je kunt niet zelf bepalen wanneer en hoelang je live gaat''. Bijkomend voordeel van de videofoon is volgens René Went dat je er minder mee in de gaten loopt dan met een hele cameraploeg. ,,Dat is in deze tijden ook niet onbelangrijk.''

De aanschafkosten, een ton, bleken voor het Journaal ,,gelukkig niet onoverkomelijk'', aldus Went. Bovendien is de videofoon in het gebruik een stuk goedkoper dan een reguliere satellietverbinding. Het verzenden van beelden via de videofoon kost iets meer dan dertig gulden per minuut. Een reguliere satellietverbinding kost vanuit Pakistan nu zo'n vijf à zeshonderd gulden per minuut. ,,Hoe groter de vraag, hoe hoger de prijs'', verklaart Ferry Kesselaar.

Vooralsnog wil het Journaal het bij één exemplaar houden. ,,Al baalden we behoorlijk dat het ding in Peshawar was toen onze correspondent Peter d'Hamecourt Noord-Afghanistan binnenging.'' Went zou zich wel kunnen voorstellen dat het met de videofoon net zo snel gaat als met de mobiele telefoon indertijd. ,,Misschien hebben we er straks allemaal één.''