Kunstwerken vernietigd bij aanslag WTC

Bij de terroristische aanslag op het New Yorkse World Trade Center is voor tenminste 240 miljoen gulden aan kunstwerken verloren gegaan.

Het gaat om werken van onder anderen Joan Miró, Alexander Calder, Roy Lichtenstein, David Hockney, Auguste Rodin en Louise Nevelson die eigendom waren van de daar gevestigde bedrijven of van de gemeente. Het havenbedrijf beschikte over een galerie in een van de torens, waar ook gemeentelijke aankopen tentoongesteld werden.

De schatting van 240 miljoen gulden - circa 0,2 procent van de totale schade - is gemaakt door het verzekeringsbedrijf Axa Nordstern, ,,maar we kunnen net zo goed op het dubbele uitkomen'', aldus een partner van Nordstern in het Duitse weekblad Die Zeit. De waarde van alleen al het ruim acht meter hoge beeld van Calder zou 60 miljoen gulden zijn. Omdat in het complex ook de zogenaamde Art Investigation Unit was gevestigd, die onderzoek doet naar oorlogskunst en de rechtmatige eigenaren, lagen daar tot voor kort elf, geconfisceerde tekeningen van Albrecht Dürer opgeslagen. Ze waren tijdens de oorlog uit de Bremer Kunsthalle gestolen en het toeval wilde dat ze enkele weken vòòr de aanslag aan hetzelfde museum waren gerestitueerd.

De firma Cantor Fitzgerald, die zevenhonderd van zijn duizend medewerkers bij de ramp verloor, bezat de grootste privé-verzameling van Auguste Rodin. Alle 350 tekeningen en bronzen van de Franse beeldhouwer zijn verdwenen. Tussen het puin is wèl een ruim tien meter hoge sculptuur van Roy Lichtenstein te voorschijn gekomen, evenals beschadigde werken van Nevelson en Dubuffet.

De vijfentwintig kunstenaars die in het WTC een atelier hadden, zagen hun werk eveneens verloren gaan. Voor zover nu bekend is bij de aanslag één van hen omgekomen: de Jamaicaans-Amerikaanse beeldhouwer Michael Richards (38) die dankzij een beurs op de 92ste etage van de eerste toren over een studio kon beschikken. Hij maakte onder meer sculpturen van mensfiguren die door miniatuurvliegtuigen worden doorboord. Hoewel het niet was toegestaan, overnachtte Richards graag op zijn favoriete plek in New York — dat hooggelegen atelier.

Vergeleken met panden in Wall Street hing er eigenlijk betrekkelijk weinig kunst in het WTC-complex, aldus een verzekeringsexpert in de Financial Times. Er ontbrak vanwege het vele glas simpelweg voldoende muurruimte om kunst te exposeren en de kantoren waren uiterst functioneel ingericht. Bovendien neigen grote, Amerikaanse bedrijven er steeds vaker toe hun over vele jaren opgebouwde kunstverzameling af te stoten: ,,Beursgenoteerde bedrijven zijn gevoelig geworden voor de visie van analysten die zegt dat aandeelhouders er van dit type collecties bepaald niet op vooruitgaan'', aldus David Scully, een Londense verzekeringsexpert.