Kind van migrant `lijkt meer op Nederlander'

Turkse en Marokkaanse jongeren identificeren zich sterk met hun eigen groep. Dat blijkt uit een rapport dat vandaag verscheen. Toch zoekt de tweede generatie aansluiting bij de West-Europese normen en waarden.

Rotterdamse scholieren van Marokkaanse afkomst voelen zich eerder moslim dan Marokkaan, zo blijkt uit onderzoek naar opvattingen onder Turkse Marokkaanse en Nederlandse jongeren. Turken identificeren zich sterker met het moederland, ook als ze in Nederland zijn opgegroeid. Als hun gevraagd wordt in welk opzicht zij zich identificeren met de Nederlandse samenleving, luidt het antwoord dat zij zich vooral Rotterdammer voelen.

De tweede generatie allochtone jongeren, concludeert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in een vandaag verschenen rapport (Nederland als Immigratiesamenleving) lijkt in gedrag veel meer op de autochtone Nederlanders dan de eerste. Vooral meisjes lijken steeds meer op hun autochtone sekse-genoten, zeker waar het gaat om gezinsvorming en het moment waarop de eerste kinderen komen. Het aantal kinderen in Turkse en Marokkaanse gezinnen is nog steeds hoog, maar vertoont wel een dalende lijn. Allochtone meisjes lijken niet alleen makkelijker `autochtone normen' over te nemen, de onderwijsprestaties van Surinaamse, Antilliaanse, Marokkaanse en Turkse meisjes zijn ook beduidend beter dan die van de jongens.

De tweede generatie migranten die het moslimgeloof belijden, blijft de godsdienst van hun ouders trouw. Uit onderzoek blijkt dat met name Turken en Marokkanen in alle leeftijdscategorieën vasthouden aan hun geloof. Van secularisering is nauwelijks sprake, ook niet onder hoger opgeleiden. Wel is er onder Marokkaanse en Turkse jongeren een tendens waarneembaar van individuele beleving van hun geloof. Volgens de WRR is de wording zichtbaar van ,,zoiets als een Europese islam''.

Het Nederlandse beleid moet op die tendens aanhaken en stimuleren dat een Nederlandse variant van de islam kan ontstaan. Universiteiten moeten bijvoorbeeld imam-opleidingen gaan verzorgen, zoals dat nu ook al gebeurt met opleidingen voor pastors. Eigen imam-opleidingen verkleinen ook de huidige afhankelijkheid van uit andere landen aangetrokken immans die vaak de Nederlandse samenleving niet kennen.

Als religie kent de islam in Europa geen omvattende organisatie, stelt de WRR op basis van onderzoek door islam-deskundige Maagdenburg. Ook in Nederland is de individuele beleving van de islam afhankelijk van het land van herkomst. Maar anders dan in ons omringende landen ontbreekt het hier aan goed moslimleiderschap en moslim-intelligentsia.

Nederland is een immigratiesamenleving en zal dat de komende jaren blijven, stelt de WRR vast. Het overheidsbeleid moet daarop zijn ingesteld. Arbeidsmigratie biedt volgens de WRR geen oplossing voor de economische consequenties van de vergrijzing of krapte op de arbeidsmarkt. Alleen in specifieke gevallen kan arbeidsmigratie op tijdelijke basis soulaas bieden. De WRR stelt dan wel als voorwaarde dat die tijdelijkheid van het begin af streng wordt bewaard.

Op de arbeidsmarkt hebben allochtonen de afgelopen jaren kunnen profiteren van economische groei. Toch zijn alochtonen vier keer zo vaak werkeloos als autochtone werknemers. In 1998 was de kans op werkloosheid nog drie keer hoger dan voor een allochtoon. Daarmee was Nederland toen al het slechtst `presterende' land van Europa. Vooral Turken en Marokkanen zoeken in eigen etnische kring naar werk, een handicap gezien het beperkte en naar binnen gekeerde netwerk van allochtone groeperingen.

De afgelopen jaren is `allochtone zuilvorming' – in de zin van groepscultuur – toegenomen, stelt de raad vast. Dat uit zich onder meer in een stijging van het aantal `verzuilde' scholen, media en religieuze instellingen. Volgens de raad wordt dit te vaak als een negatieve ontwikkeling uitgelegd. ,,Een cliché-beeld van verzuiling (wordt) geprojecteerd op nieuwe processen van groepsvorming.'' Allochtone zuilvorming is volgens het WRR-rapport, informeler van aard en behelst meer de sfeer van mantelzorg of informele zorg. Groepsvorming heeft ook een internationaal karakter omdat de toegenomen welvaart bliksembezoeken of korte vakanties naar het moederland mogelijk maakt.

De WRR gaat er van uit dat de migratie naar Nederland de komende jaren verder zal toenemen en vanaf 2015 zal stabiliseren op gemiddeld 125.000 personen per jaar. de helft van dat aantal betreft migranten uit westerse landen, de andere helft uit ontwikkelingslanden. Op de langere termijn, tot 2050, verwacht de raad op basis van schattingen van het CBS, dat het migratieslado zal halveren. Dat is het gevolg van een waarschijnlijke stijging van de emigratie.

Voor uitgeprocedeerde asielzoekers dient het uitzettingsbeleid aangescherpt te worden. In het rapport waarschuwt de WRR voor het stuwmeer aan oude asielzaken, zo'n 75.000, die vertragend kunnen werken op de invoering van de nieuwe Vreemdelingenwet.

In een reactie op het rapport onderschrijft Vluchtelingenwerk Nederland de kritiek op het Nederlandse asielbeleid, met name als het gaat om de lange procedures. Zeker nu blijkt dat veel meer vluchtelingen mogen blijven dan aanvankelijk werd aangenomen, moeten asielzoekers na een half jaar toestemming krijgen om aan het werk te gaan. Vluchtelingenwerk is het niet eens met de conclusie dat het recht op gezinshereniging moet worden beperkt.