Een bondgenoot steek je in de rug

Het lot van de Talibaan-beweging is ongewis sinds de Verenigde Staten en Groot-Brittannië zondagnacht hun aanval inzetten op het Afghaanse regime. Maar wie of wat zal hen opvolgen?

De militaire confrontatie tussen 's werelds modernste leger en de middeleeuws georganiseerde Talibaan-milities roept de vraag op wat er van Afghanistan moet worden als de geheimzinnige koranstudenten militair vleugellam zijn gemaakt. De Pakistaanse militaire leider, president Musharraf, liet gisteren al duidelijk blijken dat het verzet tegen de Talibaan, de Noordelijke Alliantie, niet mag profiteren van de bombardementen op Talibaan-stellingen.

Dat is precies wat er op dit moment lijkt te gebeuren. Het broze gelegenheidsverbond van onder anderen etnische Oezbeken, Tadzjieken en Hazara's heeft maar één gemeenschappelijk doel: de vernietiging van `Talibistan', het islamitische emiraat dat de Talibaan van Afghanistan hebben gemaakt.

De religieuze milities zijn voor het eerst sinds hun opkomst in de jaren negentig in militaire moeilijkheden gekomen. Het is niet uitgesloten dat de bijna geruisloze verovering van het grootste deel van Afghanistan in korte tijd weer kan worden omgedraaid.

Kenmerkend voor de snelle opmars van de Talibaan was hun vermogen om lokale krijgsheren en stamhoofden om te kopen of anderszins ertoe te bewegen hun zijde te kiezen. Grote delen van Afghanistan werden zo `veroverd' door overloperij.

Maar loyaliteit heeft nooit een lange adem gehad in Afghanistan, waar wapens, geld en gunsten een belangrijke rol spelen. Zelfs familiebanden vormen geen garantie voor een duurzame coalitie, zo is in de lange, vaak uiterst bloedige geschiedenis van het land herhaaldelijk gebleken. De vriend van vandaag is de vijand van morgen. Berucht is het voorbeeld van de Oezbeekse generaal Abdul Malik Pahlawan, die enkele jaren geleden binnen een week tweemaal achter elkaar een bondgenoot in de rug aanviel – om vervolgens zelf de macht te grijpen in de noordelijke stad Mazar-i-Sharif. Wie oorlog voert in Afghanistan kan geen nacht rustig slapen. Zelfs de term Noordelijke Alliantie is in zekere zin misleidend – behalve haat jegens de Talibaan lijkt er weinig dat haar samenbindt. Ironisch genoeg is zelfs het gebied dat zij in het noorden van het land beheersen versnipperd over vijf regio's.

Maar daar lijkt verandering in te komen sinds 11 september. De doorgaans slecht geoutilleerde alliantie kreeg, als een geschenk uit de hemel, de steun van Amerika. Het gonst sindsdien van de geruchten dat lokale heersers zijn overgestapt van de Talibaan naar de alliantie, of van plan zijn dat te doen. Die berichten zijn overigens niet bevestigd.

Wel claimt de plotseling zelfverzekerde alliantie sinds het afgelopen weekeinde een tiental dorpen te hebben veroverd in de buurt van Mazar-i-Sharif, met dank aan enkele overgelopen lokale hoofdmannen die mogelijk het einde van de Talibaan zien gloren. Maar het is niet uitgesloten dat het Talibaan-rijk de komende weken door een dergelijk strategisch opportunisme zeer snel afbrokkelt.

Of de bevolking van Afghanistan blij zal zijn met een nieuw bewind dat bestaat uit vertegenwoordigers van de noordelijke legers is overigens nog maar zeer de vraag. De volgelingen van krijgsheren als Abdul Rasheed Dostam of de onlangs vermoorde generaal Ahmed Shah Massoud staan niet bekend om hun zachtzinnigheid. Dat geldt voor alle groeperingen die destijds werden gerekend tot de mujahedeen, het Afghaanse verzet tegen het Sovjet-leger. De periode na het vertrek van dat Sovjet-leger in 1989, toen veel van de noordelijke strijders de dienst uitmaakten in Afghanistan, staat te boek als één van de bloedigste en meest wetteloze uit de Afghaanse geschiedenis.

Voor veel gewone Afghanen was de opmars van de eigenzinnige Talibaan daarom, ondanks de zeer strenge opvattingen die de conservatief-tribale plattelandscultuur van de Pathanen met zich meebracht, een opluchting. ,,In elk geval is het roven en verkrachten gestopt'', zeiden veel burgers na de machtsovername door de Talibaan.

Pakistan heeft zich uitgesproken voor een brede coalitie in het toekomstige Afghanistan. Een coalitie waarin alle bevolkingsgroepen van Afghanistan zijn vertegenwoordigd – niet alleen de shi'itisch-islamitische Oezbeken, Tadzjieken en de Hazara's, maar ook de sunnitisch-islamitische stam van de Pathanen, hofleverancier van de Talibaan en bovendien de stam waartoe ongeveer de helft van alle Afghanen behoort.

Wellicht is daarbij een rol weggelegd voor de vroegere koning van Afghanistan, Mohammed Zahir Shah, zoals van verschillende kanten is geopperd. De 86-jarige Zahir Shah, een Perzisch sprekende Pathaan die in 1933 werd gekroond en veertig jaar later van zijn troon werd beroofd, zou zich sterk willen maken voor een loya jirga, een traditionele vergadering van stamhoofden, die zich bezig zou moeten houden met de vorming van een overgangsregering. De alliantie heeft zich al uitgesproken voor zo'n scenario. Over de toekomst van de Pathaanse Talibaan in het toekomstige Afghanistan valt op dit moment alleen te zeggen dat de uiterst conservatieve geestelijkheid niet zal verdwijnen, ook niet na een militaire nederlaag. De vraag is eerder hoe zij ooit moeten samenwerken met hun shi'itische tegenstanders.

De lijdende Afghaanse bevolking – shi'itisch of sunnitisch – is nog nooit om haar mening gevraagd. Het waren met name de wereldmachten en de buurlanden die mede de richting van Afghanistan bepaalden. Pakistan steunde eerst de mujahedeen, en later de Talibaan, jarenlang met geld en wapens.

Aanvankelijk gebeurde dat met instemming van de Verenigde Staten, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Iran, Rusland en de voormalige Sovjet-republieken ten noorden van Afghanistan waren de voornaamste broodheren van de oppositie.

Het totale isolationisme van de Talibaan en de toelating van een geldschieter als Osama bin Laden leidde er de afgelopen jaren uiteindelijk toe dat de koranstudenten vrijwel geen vrienden meer overhebben.

Hoe opportunistisch de wereld met Afghanistan omgaat blijkt uit het feit dat Amerika inmiddels samen met Rusland de noordelijke alliantie steunt, terwijl Iran zich uitspreekt tegen de aanvallen op de Talibaan, nog niet zo lang geleden één van zijn grootste vijanden.

Een belangrijke rol is mogelijk weggelegd voor de Verenigde Naties. Mocht de internationale gemeenschap geen oplossing weten te vinden, dan is de kans zeer reëel dat in het Afghanistan-na-de-Talibaan een vacuüm ontstaat waarin plaats is voor elke zichzelf respecterende, regionale krijgsheer die er in slaagt met een eigen legertje ten strijde te trekken – zolang of zo kort als het duurt.