Berichten uit de kunstwereld

Het beste Nederlandse tijdschrift over kunst en kunsttheorie, De Witte Raaf, is gedrukt als krant – geen glossy foto's en gewoon in zwart-wit – en is gratis verkrijgbaar in musea, galeries en andere kunstinstellingen. Toegegeven, de schrijfstijl van enkele van de vaste auteurs is nogal academisch en omslachtig, en ook zijn de artikelen af en toe veel te lang vier pagina's is geen uitzondering. De laatste tijd lijkt hier overigens verbetering in te komen. De Witte Raaf is, sinds Kunst- en Museumjournaal ter ziele is gegaan, het enige tijdschrift in Nederland dat de hedendaagse kunst in een kunsthistorisch en theoretisch kader plaatst.

Het tijdschrift bestaat uit twee delen. Het eerste katern bevat gemiddeld een zevental teksten, gegroepeerd rond een losjes gehanteerd thema, bijvoorbeeld `Dilettantisme', of, zoals in het laatste nummer, `Horen, zien en voelen'. Af en toe worden al eerder gepubliceerde artikelen geplaatst, zoals, in het lentenummer, een prachtige, dwingende tekst van de Canadese kunstenaar Jeff Wall over de monochrome schilderkunst van On Kawara. Of een polemisch stuk van de Amerikaanse criticus Rosalind Krauss uit 1995 over de dreigende vervaging van de grenzen tussen het vak kunstgeschiedenis en andere disciplines, omdat deze worden samengeveegd onder de noemer `Visual Studies'. Dit herpubliceren van essays kan de redactie niet vaak genoeg doen.

Het tweede katern verdient meestal niets dan lof. Het bestaat uit nieuwsberichten over de kunstwereld; korte, kritische recensies van boeken en tentoonstellingen en een zorgvuldige internationale tentoonstellingsagenda.

Het recente nummer van De Witte Raaf opent met het artikel `Messy Minimalism' van Wouter Davidts. Gordon Matta-Clark, die bekendheid verwierf met het letterlijk doorzagen van pakhuizen en woonpanden, werd door zijn collega Baldessari ooit een `messy minimalist' genoemd.

Davidts beschrijft hoe kunstenaars als Daniel Buren, Michael Asher, Robert Smithson en Matta-Clark alternatieven probeerden de ontwikkelen voor de modernistische ideologie van de tentoonstellingsruimte als white cube, een ideologie die in het leven was geroepen door de Minimal Art. Davidts laat zien hoe deze kunstenaars met hun alternatieve ruimten (zolders, kelders, vervallen panden, buitenruimten) in zekere zin faalden in hun pogingen om te ontsnappen aan de institutionele context van het exposeren van beeldende kunst, en hoe zij schatplichtig bleven aan de Minimal Art. Uit dit artikel blijkt weer eens hoe langzaam de kunst zich in feite ontwikkelt. De jongste generatie kunstenaars is immers nog steeds op zoek naar alternative spaces, en ziet zich grotendeels voor dezelfde vragen gesteld als hun voorgangers aan het begin van de jaren zeventig.

Verder in dit nummer onder meer een bijdrage van Camiel van Winkel waarin hij fotomodel Kate Moss en kunstfotografe Cindy Sherman met elkaar vergelijkt, en een poging van Lieven de Cauter om `de sleutelwoorden van de moderne ervaring', zoals `sentimentaliteit' en `beleving', in een historische context te plaatsen.

De Witte Raaf, nr. 93, september-oktober 2001. De Witte Raaf verschijnt tweemaandelijks.