Bagdad mag niet buiten schot blijven

De strijd tegen het toekomstige terrorisme wordt niet in Afghanistan gewonnen. Ze zal zich ook moeten richten op Irak en Saoedi-Arabië, meent Walter Laqueur.

In Washington bestaan ruwweg twee grondgedachten over de manier waarop en het oogmerk waarmee de campagne in Afghanistan moet worden gevoerd. Beide kampen zijn het erover eens dat er iets moet worden gedaan tegen Bin Laden en zijn beschermheren, de Talibaan. Het is onduldbaar om een politiek bewind te accepteren dat openlijk een toevluchtsoord aan terroristische bendes biedt.

De gangbare gedachtegang gaat in de richting van een langdurige campagne. De critici daarentegen zijn het eens met de Pakistaanse president dat er allerlei redenen zijn om kort en fel te werk te gaan. Er zijn in Afghanistan weinig doelen om aan te vallen uit de lucht; de leiders van de Talibaan verschuilen zich achter de vrouwen van Kandahar, van wie ze anders niet veel moeten hebben. Om hen te raken zouden er ook burgerslachtoffers moeten vallen, en die wil niemand.

Een grote aanval over de grond is evenmin veelbelovend, of die zou moeten worden uitgevoerd door de Noordelijke Alliantie. Maar de Noordelijke Alliantie is zwak en onderling verdeeld. De militaire plannenmakers in Washington herinneren zich nog de jammerlijke strijd in 1995 om Mogadishu in Somalië, toen generaal Mohammed Aideed, een van de bloeddorstigste lokale krijgsheren, zich maandenlang schuilhield voor de VN-strijdmacht en ten slotte voornamelijk bij toeval werd getroffen.

Het terrein in Afghanistan is veel gunstiger om zich schuil te houden dan in Somalië en Bin Laden zal alleen worden gepakt als de geallieerden hun inlichtingenwerk beter op orde hebben dan in het verleden of als hij wordt verraden door één van zijn volgelingen. Maar stel dat Bin Laden wordt gepakt en dat zijn terroristische organisatie wordt vernietigd? We mogen rustig aannemen dat ten minste een aantal leden van Al-Qaeda is uitgeweken naar Pakistan of elders. Bin Laden, nu al een held voor de radicale islamieten, zou dan een nog grotere held zijn nadat hij Amerika zoveel schade had berokkend zou hij alleen verslagen zijn door de overmacht van vele heidense landen. Als hij lang aan Amerika en zijn bondgenoten weet te ontkomen, zal hij nog meer bewonderaars vinden en een nog grotere held worden.

Binnen Afghanistan wijst alles erop dat de Talibaan uiterst impopulair is. Maar Amerika heeft tot nu toe geen poging gedaan om een politieke en psychologische oorlog te beginnen, door bijvoorbeeld de Talibaan-soldaten tot desertie op te roepen en de burgerbevolking aan te zetten tot actieve of passieve sabotage tegen het huidige bewind.

De critici hebben van begin af aan gesteld dat de oorlog tegen het terrorisme niet door het leger moest worden gevoerd, maar het initiatief lijkt tot dusver toch vrijwel geheel daar te hebben gelegen.

Intussen staat het arme Afghanistan, dat eerst is verwoest door de Russen en daarna door inheemse krijgsheren die het merendeel van de middenklasse en intelligentsia hebben uitgemoord of verdreven nog meer leed te wachten. Maar wat gebeurt er zodra de oorlog afgelopen is? Misschien komt er een brede coalitie onder ex-koning Zahir of onder professor Rabani, die in naam nog altijd president is. Misschien ontstaat er een nieuw Afghanistan of Pashtunistan, misschien wel twee landen in plaats van één, met nieuwe grenzen.

Het gevaar bestaat dat de politieke chaos voortduurt, maar dat wordt misschien terecht niet al te ernstig genomen, omdat geen enkele chaos eeuwig duurt. En zelfs een chaos zou waarschijnlijk nog beter zijn dan het bewind van de Talibaan. Een oorlog is meestal moeilijker te beëindigen dan te beginnen en het valt te betwijfelen of daaraan tot nu toe veel aandacht is besteed.

De andere denkrichting gelooft in een oude Engelse volkswijsheid: waarom zou je de aap wat geven zolang de orgelman er is? Vertaald in politieke termen wil dat zeggen dat Bin Laden in laatste instantie maar klein grut is, geen vijand van reusachtige afmetingen.

Het wil ook zeggen dat het echte gevaar schuilt in toekomstige terroristische aanvallen, mogelijk met behulp van massavernietigingsmiddelen, en dat de strijd tegen het toekomstige terrorisme niet in Afghanistan zal worden gewonnen.

Om daadwerkelijk vooruitgang te boeken zou het moeten lukken Irak te beroven van zijn gifgas, biologische- en andere massavernietigingswapens. Saoedi-Arabië heeft in eigen land weliswaar de onrust onderdrukt, maar heeft het terrorisme geëxporteerd door in tal van landen enorme sommen geld te steken in rekruteringsfaciliteiten voor aankomende terroristen en ook door zulke groepen rechtstreeks te financieren.

Uit dat oogpunt is de tweede fase van de campagne tegen het terrorisme veel belangrijker dan de eerste die nu plaatsvindt in Afghanistan. Maar durft Washington een directe confrontatie aan met Bagdad en Riad? Op het ogenblik waarschijnlijk niet (en de Amerikaanse bondgenoten nog minder), maar de stemming zou kunnen omslaan na een volgende aanslag, vooral als die zich zou voltrekken op een nog grotere en nog verwoestender schaal.

Zo bezien zou de waarde van deze actie in Afghanistan vooral kunnen zijn dat er een niet mis te verstaan waarschuwingssignaal vanuit gaat in de richting van de mensen die met vuur blijven spelen. Helaas is het verre van zeker of dat voldoende zal zijn.

Walter Laqueur is verbonden aan het Centrum voor Strategische en Internationale Studies in Washington en schrijver van onder meer The New Terrorism: Fanatism and the Weapons of Mass Destruction.