VS hebben `natuurlijk recht' op zelfverdediging

Volgens internationale rechtsregels is de aanval van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië op Afghanistan conform het internationale recht, stelt hoogleraar Nico Schrijver.

De bombardementen op terroristische bases en militaire doelen in Afghanistan door de Verenigde Staten en Groot-Brittannië vallen onder het ,,natuurlijke recht van zelfverdediging'', stelt Nico Schrijver. De hoogleraar volkenrecht aan de Vrije Universiteit verwijst naar artikel 51 van het handvest van de Verenigde Naties. Dit artikel geeft een aangevallen staat het recht zich individueel of in collectief verband te verdedigen. Maar het is geen carte blanche, onderstreept Schrijver. Het recht op zelfverdediging geldt totdat de Veiligheidsraad maatregelen heeft genomen om de internationale vrede en veiligheid te herstellen. ,,Bovendien moeten zelfverdedigingsacties de toets van noodzaak, proportionaliteit, effectiviteit en naleving van internationaal humanitair recht kunnen doorstaan.''

Tijdens een spoedbijeenkomst van de VN-Veiligheidsraad op 12 september werden de aanslagen op het World Trade Center en het Pentagon van een dag eerder zeer scherp veroordeeld. De aanslagen werden door de raad getypeerd als `een bedreiging van de internationale vrede en veiligheid'; de raad kende de VS direct het recht op zelfverdediging (artikel 51) toe.

De Veiligheidsraad onderstreepte – in een unaniem aangenomen resolutie – ,,dat allen die verantwoordelijk zijn voor het bieden van enigerlei hulp, steun of schuilplaats aan hen die dergelijke daden plegen, organiseren of ondersteunen, vervolgd dienen te worden''. Dit laatste, zegt Schrijver, geeft een juridisch argument om Afghanistan aan te vallen en om ook individuen verantwoordelijk te stellen.

Ook artikel 5 van het NAVO-verdrag is volgens Schrijver van toepassing. Dit artikel stelt dat een gewapende aanval op één lidstaat zal worden beschouwd als een aanval tegen alle NAVO-lidstaten en dat zij in de uitoefening van het recht op individuele of collectieve zelfverdediging elkaar zullen bijstaan om de veiligheid binnen het verdragsgebied te herstellen.

Volgens artikel 51 en artikel 5 moet een land dat gebruikmaakt van het recht op zelfverdediging dit direct melden bij de Veiligheidsraad. Schrijver wijst er op dat de maatregelen gestaakt moeten worden wanneer de Veiligheidsraad actie heeft ondernomen om de internationale vrede en veiligheid te herstellen en te handhaven. Schrijver: ,,Er kunnen redenen voor de Veiligheidsraad bestaan om het recht op gewapende zelfverdediging aan de ketting te leggen, juist in het algemene, brede belang van handhaving van vrede en veiligheid.''

Hij erkent dat een beteugeling van de VS niet direct valt te verwachten, al was het alleen maar omdat de VS, als lid van de Veiligheidsraad, een veto kunnen uitspreken. Wel signaleert hij acties die de Veiligheidsraad op dit moment neemt op politiek en juridisch terrein. ,,Tot nu toe leden initiatieven tot een wereldwijd antiterrorismeverdrag schipbreuk wegens onenigheid over de definitie van terrorisme'', constateert Schrijver. ,,Wellicht worden op de puinhopen van deze crisis de geesten rijper voor het sluiten van een algemeen wereldwijd verdrag ter bestrijding van alle vormen van terrorisme.''

Bundeling van de krachten acht Schrijver ,,absoluut noodzakelijk'' omdat terroristen steeds gemakkelijker kunnen beschikken over massavernietigingswapens en er nieuwe vormen van geweld ontstaan, zoals cyberterrorisme.