Voetballegende met links geweten

Vorige week was het precies twintig jaar geleden dat Bill Shankly overleed. De Schotse voetbalcoach was in de jaren zeventig en tachtig de man achter het succes van de Engelse club FC Liverpool. ,,Voetbal is geen kwestie van leven of dood, het is veel belangrijker.''

Negenentwintig september 1981. William Bill Shankly, geboren in 1913, is dood. Een hartstilstand. Het nationale congres van de Labour-partij vraagt om een minuut stilte `om een man te herdenken die altijd een socialist is geweest'. Drie dagen later dragen zes spelers van FC Liverpool de kist de bomvolle St. Mary's Church uit op de tonen van het clublied You'll never walk alone.

In Liverpool hangen duizenden mensen rode vlaggen halfstok. Met Shankly sterft een stuk van de rivier de Mersey. `Hij maakte het publiek gelukkig', luidt de vertaling van het onderschrift van zijn standbeeld aan de hoofdingang van het Anfield Road-stadion. Een klein, kleurloos mannetje, altijd in hetzelfde grijze werkmanspak, met een rode sjaal rond zijn nek. Hij steekt zijn armen in de lucht. Zoals hij destijds deed voor The Kop. De beroemdste staantribune ter wereld swingende jongens met Beatles-look en Buddy Holly-brilletjes beantwoordde dan zijn gebaar met ,,Shanklee, Shanklee, Shanklee'' op de tonen van Joan Baez' `Amazing Grace'.

,,Ik kwam naar Liverpool voor de mensen'', riep Shankly bij zijn komst in 1959 uit. Hij arriveerde er op het ogenblik dat de stad zou uitbarsten op de golven van de jaren zestig. Samen met John Lennon lag hij aan de basis van de Mersey's Magical Mystery Tour van zowel The Beatles als The Reds door Europa. Liverpool groeide uit tot artistiek centrum van Europa door de synergie van twee op zich botsende beschavingen: rock'n roll en voetbal. Shankly begreep en manipuleerde that kind of Liverpoolness: een combinatie van een subversieve geest en emotionele romantiek.

Shankly groeide op in een gezin van tien kinderen in Glenbuck, een typische Schotse mijnwerkersgemeenschap van voor de Tweede Wereldoorlog, ,,waar iedereen hard werkte voor elkaar''. Daar ontkiemde zijn liefde voor de simpele saamhorigheidsgedachte van de Schotse sociaal-democratie: gemeenschapsgevoel én gezelligheid.

De voetbalclub als een familie voor de werkende klasse, het stadion als een thuishaven voor de fans. Hij paste volledig in het beeld van Anfield Road, gelegen in een volksbuurt en omzoomd door honderden kleurrijke arbeidershuisjes. Hij bespeelde de media met one-liners en grappen. ,,Voetbal is geen kwestie van leven of dood, het is nog veel belangrijker.'' Of, tegen de koningin, op haar vraag naar de beste twee voetbalelftallen van Engeland: ,,Liverpool en de reserves van Liverpool.''

Zo ontstond op Anfield Road het Shanklyisme: een hitsige cocktail van emo-socialisme, voetbalhartstocht, music & fun. Gedragen door een gedreven man uit het volk, met een messianistisch charisma. Sinds Bill Shankly gelden The Reds in de stad als `hoop op betere tijden'.

Zo vat het Museum of Liverpool Life de historische levensstijl van de Liverpudlian samen. Ierse hongerimmigranten en haveloze lotgenoten uit Schotland en Wales karakteriseerden de stad tijdens de Industriële Revolutie. Ze gaven Liverpool de spirit of the Celts: melancholie, zelfspot en creatieve overlevingsdrang stonden haaks op de vaak stroeve, behoudende Engelse beginselen. Liverpool eert zijn geschiedenis van bitterzoete strijd voor brood, werk en recht onder het motto `genoeg is genoeg!'

De sociale emancipatie liep synchroon met de vrijheid van expressie van een muzikale jongerencultuur met een zeer specifiek geluid: de melodieuze Merseysound van The Beatles. In hun kielzog: Gerry and the Pacemakers en ontelbare bandjes die hun fantasie uitprobeerden in The Cavern, de ondergrondse bruine kroeg waar het allemaal begon. In het Anfield Road-stadion versmolten beide bewegingen zich tot één harmonieuze stroming: De Kop.

De popgroep Gerry and the Pacemakers blies de oude musicalserenade in 1963 nieuw leven in. De thema's van het lied – gemeenschappelijke strijd, trots, hoop en pijn – pasten wonderwel in de kraam van Bill Shankly, die dreef op de overtuiging dat de kracht van een elftal steunde op de weemoedige supportersmagie. De Kop adopteerde You'll never walk alone tot lied van het huis. De beroemde staantribune bood een warm toevluchtsoord voor de duizenden lost boys van de stad.

Bill Shankly orkestreerde The Kop. Het was zijn publiek. Zijn armen kregen de massa stil en hij gaf ze sterke boodschappen mee: ,,We have the greatest team in the world and you're the greatest fans. You're the people and I'm a people's man.''

FC Liverpool werd in 2000 uitgeroepen tot succesvolste Engelse club van de twintigste eeuw. Getekend: Bill Shankly en zijn door hem geknede opvolger Bob Paisley. Zij creëerden de bootroom, letterlijk een kaal kamertje met versleten voetbalschoenen, waar ze onder het nuttigen van Schotse whisky urenlang over voetbal doorboomden.

De bootroom boetseerde de befaamde struggle for simplicity. Zo roemde Shankly zijn collectieve voetbalethos met ruimte voor de individuele actie. Shankly's simpele devies klonk: Pass and Move, Pass and Move! Hij schreeuwde het uit en demonstreerde het gesticulerend vanaf de bank. The Liverpool way of football! Voortdurende pressie, hoog tempo en snel combinatiespel, eerst in de breedte en vervolgens diep met intelligente, het spel lezende voetballers. De Rode Machine – met veel Ierse, Schotse en Welshe bravoure – stootte met deze stabiele aanpak door tot de absolute wereldtop, maar de weerklank gold voor het hele elftal. Shankly dicteerde: het individu is niets zonder het team.

Shankly stopte op zijn hoogtepunt. Abrupt en onverwacht. In 1973 won hij met Liverpool de landstitel en de UEFA Cup. In 1974 volgde Wembley. Toen had hij er genoeg van. Hij was op. Het nieuws sloeg in als een bom.

Na zes weken keerde hij op zijn stappen terug. Hij ving bot. Het bestuur koos voor Paisley. Shankly liep er verweesd bij. Hij kon het niet laten om naar het trainingsveld te gaan. De club vroeg vriendelijk of hij er weg wilde blijven. Ze boden hem evenmin een plaats op de eretribune of in de bestuurskamer. De directieleden, in tegenstelling tot de `linkse' trainerswereld, waren bij Liverpool nauw verbonden met de conservatieve partij. Shankly beschouwde dit als verraad. Hij kon niet leven met de Europese successen van The Reds. Die waren van hem en hij was er toch niet bij.

Hij stierf in 1981. ,,He died of a broken heart'', zei iemand nadien. Negen maanden eerder was ook al John Lennon vermoord. De jaren tachtig zouden voor Liverpool uitmonden in dramatische tijden.